Publicatie voornemen tot ingebruikgeving aan Stichting Cordaad Welzijn 05-11-2026

Publicatiedatum 05-11-2026

Object informatie

Het hierna genoemde object:

  • een gedeelte van het gebouw, kadastraal bekend als gemeente Valkenswaard (gedeeltelijk), sectie F nummer 3763, groot ca. 37 m² gelegen (nabij) de Hofnar 10, 5554 DA Valkenswaard. 

Voornemen tot ingebruikgeving 

De gemeente Valkenswaard (“de gemeente”) is voornemens voormelde ruimte, gelegen op de 2de verdieping, uit te geven aan Stichting Cordaad Welzijn (hierna:”de stichting”). 

Deze stichting is de enige serieuze gegadigde

Gemeente is van oordeel dat er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de uitgifte van de ruimte. Ten overvloede wordt erop gewezen dat de gemeente daarbij een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt.

Deze stichting komt als enige serieuze gegadigde in aanmerking omdat:

  • de activiteiten van de stichting dragen rechtstreeks bij aan de verwezenlijking van gemeentelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van onder andere welzijn en ondersteuning, vrijwilligerswerk, vluchtelingenwerk en jeugd- en mantelzorg;
  • de stichting reeds langdurig gebruiker is van meerdere ruimtes binnen hetzelfde gebouw en maakt integraal gebruik van de aanwezige voorzieningen;
  • het beschikbaar stellen van de ruimte aan een andere partij zou afbreuk doen aan de samenhang van het gebruik en beheer van het gebouw en zou leiden tot een minder doelmatige invulling van de gemeentelijke maatschappelijke functie van de accommodatie;
  • de uit te geven ruimte vormt een organisatorisch onderdeel van het bestaande gebruik door de stichting.

Op basis van deze objectieve en toetsbare criteria is er geen andere partij die deze functie op dezelfde wijze kan vervullen, waardoor redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde is.

Niet eens met voorgenomen uitgifte?

Mocht u zich niet kunnen verenigen met de voorgenomen uitgifte dan dient u dat, binnen een termijn van 20 kalenderdagen na publicatie van deze bekendmaking, kenbaar te maken door een kort geding tegen dit voornemen aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. De termijn van 20 kalenderdagen gaat in op de dag na de publicatiedatum om 0.00 uur en eindigt 20 kalenderdagen daarna op de laatste dag om 24.00 uur. Deze termijn merken wij aan als vervaltermijn. Tegen de voorgenomen uitgifte kunnen geen zienswijzen, bezwaren of beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht worden ingediend c.q. ingesteld.

Beoordeling van uw reactie

De gemeente zal uw gemotiveerde reactie beoordelen.

Er kunnen zich dan twee situaties voordoen:

1. De gemeente is het met uw reactie eens. Dit betekent dat de gemeente de uitgifte aan bedoelde gegadigde zal heroverwegen.

2. De gemeente is het niet eens met uw reactie. In dat geval zal de gemeente u een termijn stellen van 20 kalenderdagen waarbinnen u nogmaals kunt aangeven dat u zich niet kunt verenigen met de voorgenomen ingebruikgeving. Dit kunt u doen door betekening van een kortgedingdagvaarding aan het adres van de gemeente. Indien voornoemde termijn wordt overschreden zonder dat de kortgedingdagvaarding aan het adres van de gemeente is betekend, staat het de gemeente vrij om tot contractsluiting over te gaan. Het staat u in dat geval niet meer vrij om hiertegen in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De gemeente en de beoogde gegadigde zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst zou worden opgekomen.

Inlichtingen

Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot cluster Vastgoed per mail: vastgoed@valkenswaard.nl.

Reden publicatie

Met deze publicatie geeft de Gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778), meer in het bijzonder het bepaalde in rechtsoverweging 3.1.6.