De schapen tellen zichzelf niet (Vera, 32 jaar)
Terwijl de wereld langzaam ontwaakt, is hier alles al in beweging. 250 schapen, twee honden en één herder.
Dit is het verhaal van Vera (32). Over haar ochtenden, haar kudde en een landschap dat alleen zo kan blijven bestaan.
Luisterverhaal

Ik schrik wakker.
Ondanks dat ik diep lag te slapen, lukt het mijn drie bordercollies Bo, Rip en Mia, toch om me vroegtijdig te wekken. Ach, ik ben het gewend, denk ik bij mezelf. Ik ga rechtop zitten en kijk op de wekker die op mijn nachtkastje staat. ‘05:00’ geeft die aan. Zo lang had ik dus ook niet meer kunnen blijven liggen. Het zijn deze momenten dat ik bij mezelf denk: wat zou het toch fijn zijn als ik me af en toe een keer ziek zou kunnen melden als ik me zo rillerig voel als nu. Helaas is dat niet mogelijk. Ik gooi de dekens van me af en zet mijn blote voeten op de grond, ik voel de kou van de grond meteen. Ook dat maakt dit moment zoveel moeilijker dan het hoeft te zijn. Maar als ik eenmaal ga staan, voel ik dat ik me al snel weer wakker voel.
Ik trek een schone set kleren aan, want in mijn werk kan ik niet twee dagen achter elkaar hetzelfde aan. Ik loop de trap af en zie daar Bo, Rip en Mia enthousiast met hun staart kwispelen. ‘Mensen verdienen honden niet’, denk ik bij mezelf. Om dit enthousiasme in de vroege morgen op te brengen, blijft bijzonder. Als ik de achterdeur naar buiten open, voel ik de frisse wind langs mijn nek. Ik trek het ritsje van mijn trui wat omhoog en stap de deur uit. Ik buk om de honden te aaien. Ze springen niet tegen me op, want na lange training weten ze dat het de kans op een snoepje in de ochtend niet vergroot. Ik loop richting hun bakken en geef ze hun eten. Terwijl ze eten, geef ik Mia een aai over haar bol. Op dit punt ben ik allang vergeten dat ik me in bed niet helemaal lekker voelde.
Nu mijn eerste taak erop zit en mijn diertjes de verzorging hebben gekregen die ze verdienen, loop ik door naar de truck. Ik draai de dop van de watertank open die op de truck bevestigd zit, pak de tuinslang die ernaast op de grond ligt en steek deze in de tank. Ik draai de kraan volledig open en stap weer terug mijn keuken in. Ik zet voor de zekerheid een timer: 10 min en 30 sec, ook al weet ik precies hoeveel dingen ik in deze tijd kan doen. Daarna loop ik terug naar een volle watertank.
Ik maak een boterham met ei en pak mijn planner erbij. Vandaag moet ik de kudde weer terugbrengen. Ik betrap mezelf op het woord ‘terugbrengen’, want ze gaan niet echt naar huis. Vandaag grazen ze weer op de Malpie, om de biodiversiteit te stimuleren. Een moeilijk woord, maar het komt erop neer dat de schapen helpen om de heide te herstellen.
Op de plekken waar ze grazen, krijgen plantensoorten die hier thuishoren weer de ruimte. Zoals de struikheide op de droge stukken en de dopheide op de natte delen. Zonder die begrazing zouden andere, overheersende planten het snel overnemen.
Nadat ik mijn boterham op heb en gelijktijdig de route heb uitgestippeld, sta ik op en loop richting de wagen. Ik doe de deur van de truck open voor de honden en ze springen er handig in.
Na ongeveer een kwartiertje rijden kom ik aan bij de kudde. 250 schapen zijn het. Ik stap uit en hoor al enkele schapen blaten. Het is alsof ze weten dat ze vandaag weer op pad gaan. Zodra ik de omheining begin te verwijderen, sprinten de honden naar binnen het veld op om de schapen in het gareel te krijgen. Als de opening die ik heb gemaakt eenmaal groot genoeg is, neem ik de positie aan om de schapen het pad op te krijgen.
Op het pad rennen de honden achter de schapen op en neer. Soms schieten ze langs de kudde af om de schapen die afwijken weer terug op het pad te krijgen. Als we het terrein eenmaal verlaten hebben, wordt het opletten. We komen langs wegen waar auto’s rijden en moeten korte stukjes door de buitenwijken van Valkenswaard. Op een gegeven moment moet ik de weg een stukje blokkeren met de schapen om aan de overkant te komen. Een auto nadert in de straat en komt tot halt. Even maak ik me zorgen, want als iemand rond dit tijdstip wordt geblokkeerd, zou dat nog weleens kunnen betekenen dat hij te laat op zijn werk aankomt. Zodra ikzelf de auto passeer, zie ik tegen mijn verwachting in dat de bestuurder een enorme glimlach op zijn gezicht heeft. Hij rolt zijn raam omlaag en zegt: ‘Dit maak je ook niet vaak mee, heel fijne dag he!’. Ik lach vriendelijk naar hem en vervolg mijn weg.
Na een half uur te hebben gelopen, verandert de weg weer in een onverhard pad. Even later opent het bos zich tot het veld waar we moeten zijn. Het is een magisch uitzicht: de zon staat laag, wat een prachtig kleurenspel geeft van oranje, rood en paars. Die eerste zonnestralen raken een laaghangende mistbank. Door dit levende schilderij voor me, realiseer ik me dat dit vroege opstaan alles waard is. Het is alsof alles samenkomt, naast de schapen hoor ik de vogeltjes in de bomen: als een soort ochtendorkest. Dit is dat gevoel van thuiskomen wat ik altijd krijg op de Malpie en ik realiseer me weer hoe bijzonder dat is.
Zodra we aankomen bij het desbetreffende gebied, open ik de omheining die ik de dag ervoor heb geplaatst. Bo, Rip en Mia drijven de schapen vrij behendig naar binnen, eenmaal binnen sluit ik de omheining. Ik kijk nog even vanaf het hek hoe de schapen vrijwel meteen beginnen met grazen. Dit geeft altijd een heel typerend geluid. Het is ook het geluid wat meestal mijn pauze inluidt, voor ik de truck ophaal om de schapen water te geven. Ik loop hiervoor naar een nabijgelegen boom waar ik tegenaan ga zitten. De honden lopen naar me toe en samen pakken we een momentje van rust. Plots word ik overvallen door een euforisch gevoel: dat ik dit mijn baan mag noemen is toch wel heel erg bijzonder.