Planten en dieren

De Malpie is een bijzondere plek. Een gebied met vele bijzondere planten en dieren die je op weinig plekken nog tegen komt. Juist die verscheidenheid maakt de Malpie zo waardevol. De variatie aan soorten noemen we biodiversiteit. Een hoge biodiversiteit is belangrijk voor een gezond en veerkrachtig landschap.
Een deel van de Malpie is aangewezen als Natura 2000-gebied. Dat is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, bedoeld om kwetsbare soorten en hun leefgebieden te behouden én te versterken. Dankzij deze bescherming blijft de unieke natuur van de Malpie ook voor toekomstige generaties behouden.
Misschien heb je onze nieuwe luisterroute al gelopen, waarin inwoners van Valkenswaard hun herinneringen aan de Malpie delen. In die verhalen heb je misschien al kennisgemaakt met bijzondere planten, dieren en plekken.
Op deze pagina lees je meer over de unieke biodiversiteit van de Malpie en ontdek je wat dit gebied zo speciaal maakt.
Bijzondere planten, dieren en plekken op de Malpie

De beenbreek
De beenbreek is een opvallende lelie-achtige plant. Het is een zeldzame soort van de zogenaamde ‘venige’ heidevelden en komt met name voor aan de rand van beekdalen en ook wel op blauwgraslanden. Een venig heideveld is een heidegebied waar de bodem bestaat uit nat, half verteerd plantenmateriaal (veen). Dit is zeldzaam in Nederland en wel nog het geval op de Malpie. Het is een plant die niet alleen mooi is om te zien, maar ook symbool staat voor de kwetsbare natuur die hier nog kan floreren.
Beenbreek heeft zijn naam te danken aan een oud volksgeloof: het geloof dat de plant verantwoordelijk was voor broze botten en botbreuken bij vee (met name schapen) dat graasde in vochtige, zure heidegebieden.
De berk
De berk lijkt misschien een gewone boom, maar op de Malpie speelt hij een bijzondere rol. Het is namelijk één van de eerste bomen die op arme zandgrond kan groeien. Daarmee maken ze kale plekken langzaam weer leefbaar voor andere planten en dieren. In hun schors en bladeren leven talloze insecten, waaronder soorten die typisch zijn voor heidegebieden. Die insecten vormen op hun beurt weer voedsel voor vogels en vleermuizen. Hiermee draagt de berk bij aan de biodiversiteit op de Malpie.
Tegelijkertijd vraagt de boom om aandacht. Doordat de berk zich als eerste boomsoort vestigt op schrale zandgrond, wordt de ondergrond beschaduwd. Hierdoor wordt de plek minder geschikt voor heide, en juist meer voor andere boomsoorten. In een bos leven andere soorten, terwijl we op de Malpie juist de heidesoorten de ruimte willen geven.

De blauwborst
De blauwborst is een bijzonder vogeltje dat bekend staat om zijn opvallende uiterlijk en uitbundige zang. Het mannetje heeft een prachtige, helderblauwe keel, die aan de onderzijde wordt afgezoomd door een zwarte en een roestbruine band. In het midden van die blauwe vlek zit vaak een 'ster': een witte (of soms roestbruine) vlek.
Alle in Nederland broedende blauwborsten vertrekken tussen eind juli en september naar de overwinteringsgebieden op het Iberisch schiereiland en westelijk Afrika (vaak ten zuiden van de Sahara). Vanaf maart keren de blauwborsten weer terug.
De blauwborst komt voor in natte gebieden, zoals moerassen, vennen en vochtige heide. Daarom biedt de Malpie een mooie combinatie van open water, dichte oevervegetatie en insectenrijke plekken om voedsel te zoeken. Daarmee is de blauwborst een soort die laat zien dat het watersysteem en de natte natuur van de Malpie gezond zijn.
Dopheide en struikheide
Dopheide en struikheide zijn beide te vinden op de Malpie. Dopheide groeit op natte, voedselarme bodems, waar zich veel veenmossen en regenwater bevinden. Zulke natte heidebodems zijn in Nederland zeldzaam geworden, waardoor dopheide een belangrijk signaal vormt voor de gezondheid van het gebied. Als deze plant voorkomt, weet je dat de bodem nog in goede staat is. De bloemetjes van de dopheide trekken veel insecten aan en versterken zo de biodiversiteit.
Struikheide groeit juist op droge, schrale zandgrond en vormt daar de basis van het open heidelandschap. Deze soort biedt voedsel en schuilplekken aan talloze insecten en vogels.
Samen laten dopheide en struikheide zien hoe gevarieerd en uniek het heidelandschap van de Malpie is. Iets om trots op te zijn!


De geelgors
De geelgors is een opvallende verschijning op de Malpie. De mannetjes zijn met hun felgele verenkleed bijna niet te missen, terwijl de vrouwtjes en jongen subtielere gele tinten hebben. Ook de roodbruine stuit en de witte buitenste staartpennen zijn typerend voor deze vogel.
De geelgors is een soort die sterk graag leeft in open landschappen met heide, struikgewas en graslanden. Hij houdt van open plekken om voedsel te zoeken, struiken om in te schuilen en hogere bomen om te zingen. De aanwezigheid van een geelgors is daarom symbool voor een gezond landschap.
Volgens de overlevering zou het gezang van de geelgors de inspiratiebron zijn geweest voor Beethovens Vijfde Symfonie. We weten niet of dit waar is, maar zeker is dat de bijzondere verschijning van de vogel indruk maakt.
De Malpie
De Malpie bestaat uit ongeveer 350 hectare aan stuifzanden, natte en droge heide, vennen en bos. Grote vennen, zoals het
Groot Malpieven, trekken vele soorten dieren aan. Denk aan vogels, libellen en vlinders. Vogels die je kunt tegenkomen zijn onder meer de Roodborsttapuit, Boomleeuwerik, Blauwborst, Boompieper, Kneu, Dodaars, Tafeleend, Kuifeend en Rietgors. Wat het ven zo bijzonder maakt, is de zuiverheid en voedselarme samenstelling van het water. Daardoor kunnen er soorten leven die elders in Nederland sterk zijn verdwenen. Het ven trekt insecten aan, die op hun beurt weer voedsel zijn voor vogels, amfibieën en vleermuizen. Het voormalig productiebos, gebruikt voor de mijnbouw, is omgevormd naar een natuurlijker loofbos. Hierdoor wordt er meer water vastgehouden in het gebied. Je komt er verschillende spechtsoorten en andere bosvogels tegen. In de winter zit er vaak een Klapekster op de heide.
Ook vormt het Groot Malpieven een belangrijke schakel in de waterhuishouding van het gebied. Het vangt regenwater op, houdt het vast en zorgt zo voor natte omstandigheden die nodig zijn voor kwetsbare natuurtypen zoals natte heide.
Het Groot Malpieven laat zien hoe waardevol een gezond watersysteem is voor het hele landschap.

De levendbarende hagedis
De levendbarende hagedis is een bijzondere soort. Het diertje brengt zijn jongen levend ter wereld. Dat maakt hem uniek in Nederland en perfect aangepast aan koelere, vochtige leefgebieden.
De Malpie biedt precies de omstandigheden waar de levendbarende hagedis van afhankelijk is: een combinatie van natte heide, open zandplekken, struikvegetatie en soms wat zonnige plekken. In dit gevarieerde landschap jaagt hij op kleine insecten en spinnen. Zijn aanwezigheid laat zien dat het gebied een gezond is met voldoende openheid en beschutting.
De levendbarende hagedis helpt insectenpopulaties in balans te houden en vormt zelf weer voedsel voor roofvogels en slangen. Zo is hij een kleine, maar belangrijke schakel in de biodiversiteit van dit gebied.
Het Kempische heideschaap
Het Kempische heideschaap is een gehard, middelgroot heideschaap dat uitblinkt in het beheer van schrale heidegebieden. Typisch is hun hoogbenige bouw, het witte, onbewolde gezicht en hun vermogen om te leven van karige vegetatie zoals heide en jonge berkjes. Ze staan bekend als sociale, rustige dieren met een uitstekend kudde-instinct.
Het Kempisch heideschaap is een middelgroot schaap dat ingezet wordt voor het beheer van schrale heide gebieden. Dit oude, sobere ras is perfect aangepast aan schrale zandgronden en voedt zich met heide en jonge berken. Daarmee voorkomt het dat de heide dichtgroeit en houdt dit schaap het landschap open. Het graasgedrag zorgt voor korte én lange vegetatie. Het schaap is ter herkennen aan de hoogbenige bouw en het witte onbewolde gezicht. Het Kempisch heideschaap is een belangrijke beheerder van de heide.

Rododendrons
Rododendrons zijn een unieke plantensoort. Het zijn prachtige struiken, maar in de natuur zorgen ze ook voor problemen. Het is een invasieve exoot: een plant die hier niet van nature voorkomt en andere planten verdringt.
De werden vroeger vaak aangeplant op landgoederen van particulieren. Vanuit daar konden de struiken zich verspreiden en uitgroeien tot dichte bossen die bijna al het licht tegenhouden. Daardoor krijgen inheemse planten, bloemen en jonge boompjes geen kans om te groeien. Op plekken waar veel rhododendrons staan, neemt de biodiversiteit dus sterk af. Daarom worden ze gemonitord en soms weggehaald als het er te veel worden. Op die manier zorgen we dat ook onze oorspronkelijke planten en dieren een kans krijgen en de biodiversiteit op de Malpie blijft.

De Dommel
De rivier de Dommel begint in België ten zuiden van Peer. Bij Borkel en Schaft komt de Dommel Nederland binnen en slingert zo door de Malpie. Het water zoekt zijn weg door open heide, graslanden en moerassige stukken. Langs de beek groeien natte graslanden en bloemrijke oevers, waar libellen, vlinders en vogels graag komen.
De Dommel zorgt voor natte plekken op de Malpie, waar bijzondere planten kunnen groeien. Ook dieren als de levendbarende hagedis, de veldleeuwerik en vele insecten profiteren van de rust en variatie in het gebied.
Samen vormen de Dommel en de Malpie een uniek landschap waar water, heide en open ruimte elkaar versterken. In Den Bosch komen de Dommel en rivier de Aa samen en vormen de Dieze. De Dieze mondt uiteindelijk uit in de Maas.
De veldleeuwerik
De veldleeuwerik is een vogel die voorkomt op open, stille landschappen zoals bijvoorbeeld heidevelden. Hij valt vooral op door zijn zang: terwijl hij recht omhoog vliegt en hoog boven het veld blijft hangen, laat hij een onafgebroken, jubelende zang horen. Ze zingen minutenlang en stijgen tot wel 50 – 100 meter hoogte! Dit geluid is één van de meest herkenbare geluiden van het voorjaar.
De veldleeuwerik heeft lage vegetatie zonder struiken of bomen nodig, en is daarom afhankelijk van goed beheerde heide en schrale graslanden. Waar de veldleeuwerik broedt, is het landschap nog echt open en rustig. Zijn aanwezigheid is daarmee een teken dat de Malpie nog ruimte biedt aan soorten die op andere plekken in Nederland nauwelijks meer voorkomen.


De Venbergse Watermolen
De Venbergse Watermolen ligt ten zuiden van Valkenswaard en is één van de oudste plekken langs de Dommel. De molen werd vroeger gebruikt om graan te malen en maakte slim gebruik van de kracht van het stromende water. Rond de molen liggen oude gebouwen, een vistrap en kleine watervalletjes, waardoor het een levendige plek is voor planten en dieren.
De watermolen vormt een belangrijk onderdeel van het landschap van de Malpie. Het water dat hier wordt opgestuwd, zorgt voor natte graslanden en moerassige stukken waar veel bijzondere soorten leven. Lees meer over het Venberse watermolenlandschap op: www.valkenswaard.nl/watermolenlandschap.
De zwarte stern
De zwarte stern is een moerasvogel die graag leeft in ondiepe moerassen. Hij broedt graag op drijvende waterplanten, vooral op krabbenscheer. Als dat er niet genoeg is, gebruikt hij ook nestvlotjes of modderbanken in ondiep water.
De soort komt voor in moerassen en in gebieden met brede sloten en open oevers. Als een gebied te droog is, dan verdwijnen de drijvende planten en modderbanken die ze nodig hebben om te broeden. De aanwezigheid van de zwarte stern laat dus zien dat een gebied nog nat, open en gezond genoeg is voor deze bijzondere moerasvogel.
