De boom die ze thuis hield (Henriette, 69 jaar)

Soms krijgt een foto pas later zijn betekenis.

Dit is het verhaal van Henriette (69). Over vriendschap, verlies en wat één beeld kan dragen.

Luisterverhaal

Ik weet niet precies hoe het gebied er nu uitziet. Maar misschien zie je de waterplassen die tussen de bomen liggen, het witte zand van de paden en de stilte die hier bijna tastbaar is. Een stilte die af en toe wordt onderbroken door het geluid van een koekoek en het zachte ruisen van de wind door de boomtoppen.

Ik kom hier al mijn hele leven. Vroeger met mijn vader, die ook een groot natuurliefhebber was. Dan fietsten we vanuit Valkenswaard naar de Malpie, met mijn neefjes en nichtjes achter ons aan. Familie van ons was eigenaar van Venbergen, dus dit gebied was vertrouwd terrein. We raapten dennenappels, klommen in bomen en picknickten ergens op het gras. Alles mocht nog, destijds.

Nu kom ik hier graag alleen. Om te wandelen en om foto’s te maken. Een passie die ik op latere leeftijd heb gevonden.

Dat is misschien wat lastig uit te leggen als je dat gevoel niet kent. Maar als je samen bent, dan neem je de tijd niet. Dan loop je door. Dan mis je precies dat ene moment van licht dat op het water valt, of die tak die perfect weerspiegelt in het ven. Daarom ga ik liever alleen. En stiekem hoop ik dat ik niemand tegenkom.

Eind 2024 was ik hier op zo'n dag.

Er was kort daarvoor veel gesnoeid in dit deel van de Malpie. Hele stukken bos waren gekapt en er waren lege vlaktes ontstaan. Veel mensen reageerden verontwaardigd toen ze dat zagen op de Facebook-pagina van Valkenswaard. Waar zijn ze daar in hemelsnaam mee bezig?  

Maar er was natuurlijk een reden voor het weghalen. De berken namen te veel water uit de grond op, terwijl juist de droogte moest worden tegengegaan om andere planten een kans te geven. Zo ontstonden er waterplassen, spiegelend in het winterlicht. En precies dát zag ik op die dag.

Een kale boom, met zijn takken als zwarte lijnen tegen de lucht, weerspiegeld in het water eronder. Alsof er twee bomen waren. Eén in de grond en één in het water. Thuis bewerkte ik de foto nog. Ik maakte hem zwart-wit en bewaarde alleen de kleur van de heide. Het was prachtig.

Ik stuurde de foto naar Valkenswaard 24, zoals ik wel vaker doe. En even later ging mijn telefoon. Het was Marjo.

Marjo en ik kenden elkaar al van vroeger, van de Willem II, de sigarenfabriek hier in Valkenswaard. Hier werkten we allebei. Ze was niet direct mijn beste vriendin. Maar je kent dat misschien wel: het was iemand die ik op veel momenten in mijn leven spontaan bleef tegenkomen. Onze vriendschap ontstond dan ook pas jaren later. Tijdens een verjaardag op het terras van een café in het centrum van Valkenswaard. Valkenswaard is groot genoeg om te leven en klein genoeg om elkaar nooit echt kwijt te raken.

We gingen vaak samen stappen, Marjo en ik. Dat was haar wereld: gezelligheid, een biertje, lachen. Ze was niet uitbundig van zichzelf, een beetje teruggetrokken zelfs, maar als we samen op stap waren, dan genoot ze met volle teugen. Dat merkte je aan haar. Dan lichtte ze echt op. Ze had haar eigen leven, ik had het mijne. Maar door de jaren heen bleven we elkaar vinden. Tot ze ziek werd.

Toen Marjo van de arts hoorde dat ze slokdarmkanker had en ongeneeslijk ziek was, belde ze mij. ‘Je laat me niet in de steek.’  Dat was Marjo. Recht voor z’n raap.  En dus ben ik gegaan. Iedere week, twee jaar lang.

Ik had haar niet eerder meegenomen naar de Malpie. Dit gebied was altijd van mij alleen. Daar kom ik immers juist voor de rust en de stilte. Maar de foto waar ik je net over vertelde, had ze voorbij zien komen in de Facebookgroep ‘de mooiste foto’s van Valkenswaard’. En ze was er helemaal weg van.

Dus ze belde me: ‘Je moet iets voor mij doen’, zei ze. ‘Je kunt nú iets voor mij doen.’

Ze wilde de foto graag hebben. Zo groot mogelijk, ingelijst voor op de schouw. Iets voor haar om iedere dag vanuit haar ziekbed naar te kijken. Ik ging direct naar een drukkerij, maar het formaat bleek niet te kloppen. Dus ik fietste terug naar precies dezelfde plek op de Malpie. Ik maakte de foto opnieuw, dit keer met de juiste instellingen. En uiteindelijk is het gelukt.

Marjo gaf de ingelijste foto een ereplek op de schouw. Twee maanden later was ze er niet meer.

Ze was tot het einde helder, realistisch over wat er ging komen. Ze wist dat ze niet meer beter zou worden. Ze at al via een sonde en was heel veel afgevallen. Ik had destijds niet zo goed in de gaten hoe snel het ging. Misschien ook wel omdat ik het niet wilde zien. Ik was een paar dagen aan het wandelen in Valkenburg met een andere vriendin en in die tijd is Marjo opgenomen.

Toen ik terugkwam en naar het ziekenhuis ging, lag ze daar. Ze was stervende. Ik heb haar aangeraakt. Ik zei haar naam. Marjo. En toen maakte ze een beweging met haar hand: zo'n kleine, subtiele beweging. Alsof ze wist dat ik er was. Niet lang daarna overleed ze.

Ze had gewacht. Dat hoor je weleens, dat mensen dat doen. Dat ze wachten tot er iemand is, zodat ze vredig kunnen sterven na het afscheid. Ik weet niet of ik dat geloof, maar in dit geval leek het wel zo.

Als ik nu naar die foto kijk, die ik ook voor mezelf heb laten afdrukken, dan denk ik aan Marjo. Maar het is niet alleen verdriet wat er dan opkomt. Het is ook een soort dankbaarheid, denk ik. Dat ik haar dat heb kunnen geven.

En als ik nu hier in de Malpie loop, dan is dit meer geworden dan een plek om foto's te maken. Ieder seizoen ziet het er anders uit. Als de heide bloeit, als er sneeuw ligt, als de bomen kaal zijn in de winter. 

Misschien zit Marjo wel in die boom, als een roodborstje. Wie zal het zeggen.
Maar ik weet wel dat als ik hier loop, zij hier ook een beetje bij mij is.