5. De plek waar alles even stil werd (Jeroen, 46 jaar)

Zie je die picknicktafel daar? Met uitzicht over het ven?
Loop er maar eens naartoe. Want precies op die plek, waar jij nu staat, ontstond mijn nieuwe ik. Ik weet natuurlijk niet hoe het er nu uit ziet, hoe hoog het water staat en wat voor weer het is, maar ik weet nog precies hoe het eruit zag, de eerste keer dat ik er kwam, in oktober 2019. Ik zat op het bankje en keek uit over het ven. En voor het eerst in lange tijd voelde het hier… stil.
Op de tafel had ik een hoop vellen papier, gekleurde potloden, boeken, schetsen en foto’s voor me uitgestald. Mijn rugzak met eten en drinken had ik op het bankje naast me gezet. Ik heb er die dag wel 6 uur gezeten.
Hoe ik hier was gekomen?
Het is moeilijk uit te leggen wanneer het precies begon. Er was niet één moment waarop alles ineens misging. Het gebeurde langzaam, bijna ongemerkt. Maar achteraf kan ik me wel heel goed herinneren hoe het voelde.
Ik werkte bij ASML als engineer. Mijn bureau stond in een grote open kantoorruimte, zo’n ruimte waar tientallen bureaus naast elkaar staan. Overdag is het er nooit helemaal stil. Toetsenborden tikken, telefoons rinkelen, ergens wordt gelachen, iemand rolt zijn bureaustoel naar achteren om iets aan een collega te vragen: gewoon de standaard kantoorgeluiden.
Oftewel: een normale werkdag. Op papier dan.
Die kantoorgeluiden hoorde ik voorheen nog los van elkaar. Een toetsenbord hier. Een stem daar. Een printer die opstartte.
Maar langzaam begonnen ze door elkaar heen te lopen. Steeds harder. Steeds dichter op elkaar. Tot alles samen één grote ruis werd. En dan… pieeeeep.
Focussen lukte niet meer. Het was alsof alles harder binnenkwam dan normaal.
Het voelde alsof mijn hoofd geen filter meer had. Iemand die langs mijn bureau liep, een gesprek dat ergens achter me werd gevoerd. Alles trok meteen mijn aandacht.
En dat waren echt niet altijd grote dingen. Sterker nog, het waren vaak juist de dingen die me normaal gesproken nooit zouden opvallen, die me nu zo enorm stoorden.
Ik herinner me nog een ochtend waarop ik bezig was op mijn computer. Het voelde alsof er iets niet klopte in de ruimte. Alsof er iets veranderd was, maar ik niet precies kon zeggen wat. Wat het ook was, het trok mijn aandacht weg van het werk dat ik moest doen.
Na een uur lang naar een leeg scherm te hebben gestaard, zag ik het ineens. De klok aan de muur hing tien centimeter naar links. Tien centimeter. Dat was genoeg om me de hele ochtend uit mijn concentratie te houden.
Het bleef niet bij concentratieproblemen op het werk. Ook thuis was ik mezelf niet meer. Als het buiten waaide en de wind langs het huis trok, hoorde ik dat ineens heel duidelijk. Het geluid dat langs de schoorsteen ging: dat lage, holle gefluit. Het was oorverdovend voor me.
De kleinste dingen zorgden al voor complete overprikkeling. Mijn ademhaling zat constant hoog in mijn keel, mijn borst voelde strak. Het was alsof mijn lichaam dacht dat er gevaar was.
Alsof alles in mij zei: dit gaat zo niet langer.
Dus ik besloot er iets aan te doen. Mijn vrouw had thuis nog een boek liggen over loopbaanontwikkeling.
Zo’n boek met opdrachten die je dwingen om echt naar jezelf te kijken. Terugkijken op je leven, patronen ontdekken, opschrijven wat je energie geeft en wat je juist energie kost.
Ik leende het van haar en begon met de opdrachten. Eerst probeerde ik dat gewoon op mijn werk te doen. Tussen de meetings door, gewoon aan mijn bureau.
Maar werken aan jezelf, midden in een gebouw met duizenden collega’s, gaat niet. Er liep altijd wel iemand langs. Iemand die iets kwam vragen. Een mail die binnenkwam. Ik kon de rust niet vinden.
Dus besloot ik een week vrij te nemen van mijn werk. Een week zonder agenda. Een week zonder deadlines. Een week in mijn hoofd. Een reis door mijn eigen herinneringen.
Voor één van de opdrachten moest ik mijn autobiografie schrijven. De opdracht was om mijn leven op te splitsen in blokken van zeven jaar. Vanaf mijn geboorte tot nu. Maar veel wist ik niet zo goed meer, vooral van die vroege jaren. Ik ging op zoek naar verhalen. Ik belde mijn ouders om herinneringen op te halen en praatte met mijn broer en zussen over vroeger.
Mijn moeder vertelde bijvoorbeeld hoe wij ’s ochtends aan tafel zaten te knutselen. Dat ik bedacht wat we gingen maken. Dat ik mijn broertje en zusjes kleine ‘opdrachten’ gaf, als een soort ‘projectleider van knutselwerk’ haha. En terwijl ik erover nadacht, kwamen die beelden langzaam terug. Ik zag weer voor me hoe we met z’n vieren op het rode kleed in de woonkamer zaten, omringd door honderden legoblokjes. En ik kon ook weer voelen hoe het voelde als ik daar met mijn blote voeten per ongeluk op ging staan. Ik herinnerde me de kleine discussies die we voerden: over wat we gingen bouwen en hoe het volgens mij allemaal moest gebeuren.
Het waren kleine herinneringen, maar ze brachten iets met zich mee wat ik al lang niet meer had gevoeld. En hoe verder ik terugging in mijn herinneringen, hoe meer van dat soort momenten er weer boven kwamen drijven. Ik werkte me vrij snel door de eerste hoofdstukken van het boek heen, maar die wind waar ik eerder over vertelde, dat oorverdovende holle gefluit wat ieder normaal mens niet eens zou opvallen, bleef me uit mijn concentratie halen. Het boek gaf het advies om een rustige plek op te zoeken, een plek zonder afleiding.
En dat deed ik. Het bracht mij hier, precies op de plek waar jij nu staat.
Vanaf mijn huis is het ongeveer 15 minuten fietsen naar de Malpie. Op 17 oktober 2019 ging ik er al vroeg in de ochtend heen, net nadat ik mijn kinderen naar school had gebracht. Het was fris die ochtend, ik denk een graad of 10, maar het zou die dag mooi weer worden volgens het weerbericht.
Ik zette mijn fiets bij de ingang en liep met mijn rugzak het bos in. De hele weg ernaartoe draaide mijn hoofd op volle toeren. Ik kreeg het Spaans benauwd als ik eraan dacht dat ik over vier dagen weer achter mijn bureau op kantoor moest zitten.
En hoe meer ik daarop focuste, hoe angstiger ik werd. ‘Straks verwachten ze van alles van me’, ‘Wat zullen ze van me denken?’, ‘Als ik nu al zo moe ben, hoe moet het dan straks?’ ‘Hoe moet ik dat ooit volhouden?’ ‘Wat als ik hier een collega tegenkom?’ ‘Iedereen ziet straks dat ik het niet aankan’.
Maar toen ik daar door de Malpie liep, leek het alsof het universum mij de weg wees. Ik liep een stukje terug de bocht om en volgde het pad. De zon scheen precies voor mijn voeten en het licht leidde me naar de picknicktafel die jij nu ziet. Alsof er een soort spotlight op stond.
Ik ging zitten. Het bankje was nog vochtig van de ochtenddauw. Ik had een vuilniszak meegenomen en legde deze onder me, zodat ik droog zat. Ik slaakte een diepe zucht, keek naar het mooie uitzicht en begon mijn meditatie. Iets wat ik dagelijks deed sinds mijn burn-out. Ik durf het eindelijk zo te noemen.
Ik sloot mijn ogen en het werd… stil. Stil in mijn hoofd. Ik hoorde slechts de ganzen in de verte. Dichtbij in de struiken zat een klein vogeltje, een winterkoninkje, dat af en toe opsprong en weer neerstreek. En om me heen hoorde ik de wind zacht door de bomen en het riet. Heel af en toe kwam er ergens in de verte een auto voorbij, maar zelfs dat klonk hier gedempt. Net als de fietsers die op het pad achter mij langsfietsten. Normaal zou ik me hebben afgevraagd wat ze van me vonden. Deze keer niet. Het voelde alsof ik in mijn eigen wereld zat en zij in die van hen. Voor het eerst in lange tijd voelde het niet alsof alles tegelijk binnenkwam, maar juist alsof alles op zijn plek viel. Alsof er ruimte ontstond.
Na mijn meditatie, pakte ik het boek er weer bij. Mijn autobiografie was af en voor één van mijn nieuwe opdrachten, moest ik mijn leven als een grafiek tekenen. Die grafiek bestond uit verschillende kleuren lijnen over het papier, van links naar rechts door de jaren heen. Met drie verschillende kleuren tekende ik ze in. Een groene lijn voor mijn gezondheid, blauw voor mijn werk en rood voor hoe ik me voelde. Soms kruisten ze elkaar, soms liepen ze uit elkaar en soms maakten ze tegelijk een dip.
En toen ik ernaar keek, zag ik iets opvallends. De momenten waarop de rode lijn omhoogliep, waren de momenten waarop ik met mensen was. Sportteams, studietijd, nieuwe vrienden of projecten samen met anderen. De momenten waarop ik me echt goed voelde, waren bijna nooit momenten waarop het ging over wát ik deed. Het draaide altijd om met wie ik het deed.
Dat inzicht kwam niet in één keer, het was niet alsof ik het licht ineens gezien had. Maar die ene dag hier in de Malpie, zette iets in beweging. Op dat bankje voelde ik me veilig. Voor het eerst in lange tijd had ik niet het gevoel dat ik alleen maar aan het overleven was. Ik had weer het gevoel dat ik zelf keuzes kon maken.
Vanaf die dag is er een hoop voor mij veranderd. Ik ben gelukkig. Gelukkig met mezelf. Gelukkig met mijn gezin en gelukkig op mijn nieuwe werk. En nu, jaren later, fiets ik nog steeds weleens naar deze plek in de Malpie en dan ervaar ik weer diezelfde rust. Want op dat bankje daar, werd de nieuwe versie van mij geboren.
En als ik die versie even dreig kwijt te raken? Dan kom ik hier terug en helpt de Malpie mij herinneren wie ik ben.