1. Waar de hei de oorlog dempte (Kees en Marie, ingestuurd door Wim)

Waarschijnlijk zie je als je even om je heen kijkt, het open ven, de heide en het pad dat langs het water loopt, en daar achter de watermolen. Vandaag is het een plek waar mensen komen om te wandelen, om te fietsen of om even op een bankje te zitten.
Maar zo’n tachtig jaar geleden zag het er hier heel anders uit. Toen, in maart 1943, liep hier een jonge vrouw over de heide samen met haar vriendin Annie, pratend over haar nieuwe liefde Kees.
Ze heette Marie. En deze plek in de Malpie speelde een kleine rol in een liefdesverhaal dat midden in de Tweede Wereldoorlog begon. Marie was een mooie vrouw van 22, eentje waar menig man zijn nek voor omdraaide wanneer ze door Valkenswaard liep. Ze zag er altijd tot in de puntjes verzorgd uit, waar ze ook naartoe ging. Haar lange donkere haar droeg ze netjes opgestoken en ze droeg altijd elegante jurkjes die haar een zekere charme gaven. Er hing een bepaalde uitstraling om haar heen, een natuurlijke elegantie die maakte dat mensen haar opmerkten wanneer ze een ruimte binnenkwam.
Toch zat er achter die verfijnde verschijning ook iets anders. Ondanks haar jonge leeftijd had Marie een volwassenheid die je niet vaak zag bij iemand van tweeëntwintig. Die had ze niet zomaar. Toen Marie zestien was, verloor ze haar moeder. Niet lang daarna werd het gezin opnieuw getroffen door verlies, toen ook één van haar broers overleed. Vanaf dat moment veranderde haar rol in het gezin van de ene op de andere dag. In een huis met vijf oudere broers en zonder zussen rustte er veel op haar schouders. Marie werd, nog ruim voordat ze volwassen was, de vrouw des huizes.
Maries broer had een slagerij in het centrum van Valkenswaard, een zaak waar altijd bedrijvigheid was. Marie hielp mee door bestellingen rond te brengen en thuis veel zorgtaken op zich te nemen. Terwijl andere meisjes van haar leeftijd hun dagen nog vrij zorgeloos doorbrachten, leerde zij al vroeg wat verantwoordelijkheid betekende. Misschien was het juist daardoor dat ze die rustige, zekere uitstraling had. Alsof ze al een stukje verder in het leven stond dan de meeste meisjes van haar leeftijd.
In die jaren lag er bovendien een schaduw over het dagelijks leven. De oorlog was overal voelbaar, ook hier in Valkenswaard. Het leven ging door, maar niets was nog vanzelfsprekend. Steeds meer producten verdwenen uit de winkels. Na de bezetting van de Duitsers had je voor brood, boter, suiker en vlees distributiebonnen nodig, en als je die al had, was het nog maar de vraag of er überhaupt iets te krijgen was. Wat er binnenkwam, was vaak snel weer op.
Nieuws bereikte het dorp langzaam. Soms via de radio, maar hier werd voorzichtig naar geluisterd omdat veel zenders verboden waren door de Duitse bezetter. Soms via kranten, waarin lang niet alles stond wat er werkelijk gebeurde. En vaak gewoon via mensen die ergens anders waren geweest of verhalen hadden gehoord op de markt, bij de molen of in de winkel. Zo werd er ook veel gepraat bij ’t Sprengerke, een kleine winkel in de Bakkerstraat waar Marie regelmatig haar boodschappen deed en waar de eigenaresse een goede vriendin van haar was.
Naast de klanten kwam er ook regelmatig een foerier langs van het kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst aan de Leenderweg, beter bekend als het NAD-kamp. In dit kamp verbleven jongemannen die tijdens de oorlog werden ingezet voor werkzaamheden in de omgeving. Als foerier was hij verantwoordelijk voor het ophalen en vervoeren van voedsel en andere benodigdheden. Daardoor kwam hij op veel plekken in en rond Valkenswaard, waaronder de wasserij aan de Dommelseweg, de Dommelsche watermolen van Pau van den Eijnde. En ook bij 't Sprengerke.
Als Marie even aan alle drukte wilde ontsnappen, sprak ze af met haar vriendin Annie. Ze wandelden dan samen door de Malpie. Toen was dit nog voornamelijk heide en moerasachtig gebied met slechts een paar zandpaden. Er waren geen fietspaden in het gebied, geen recreatie, en het gebied lag niet aan belangrijke spoorlijnen, fabrieken of grote wegen. Dat betekende: weinig Duitse patrouilles. Het was ook daarom, dat de Malpie voor Valkenswaardenaren voelde als een gebied waar men even ‘afstand kon nemen van de oorlog’. Niet omdat de oorlog hier niet bestond, maar omdat de stilte van het landschap alle zorgen voor heel even leek te dempen. Hier, tussen de heide en de vennen, kon Marie dus even doen alsof de wereld buiten het natuurgebied niet bestond.
De Malpie was voor mensen in de jaren ‘40 overigens niet alleen een plek om even te ontsnappen aan de oorlog. De watermolen die je voor je ziet, was 80 jaar geleden heel belangrijk voor Valkenswaardenaren. Overdag kwamen boeren hier hun graan brengen om te laten malen tot meel voor brood. Je kunt je in zo’n tijd van schaarste voorstellen dat de molen dus erg belangrijk was voor het dorp. Zodra de avond viel, kreeg deze plek soms een andere rol. De Dommel vormde hier een natuurlijke route richting België. En langs de smalle paden door de heide en het bos trokken in de oorlog regelmatig smokkelaars. Mensen uit de streek die - vaak in het donker - tabak, voedsel of andere schaarse goederen over de grens probeerden te brengen. Lopend met zware tassen of met grote karren, zo stil als ze konden, over de zandpaden.
De Venbergse watermolen lag precies op één van die routes. Het werd een plek waar mensen elkaar tegenkwamen en fluisterend informatie uitwisselden. Over Duitse patrouilles die ergens waren gezien. Over razzia’s in andere dorpen. Over bombardementen verderop in het land. En heel soms ook over kleine tekenen van hoop.
Tijdens vele van hun wandelingen over de heide vertelde Marie Annie steeds vaker over een jongeman van het NAD- kamp die al een aantal weken op rij opvallend vaak in ‘t Sprengerke verscheen. Een aantrekkelijke man, zo stelde ze, ondanks zijn altijd stoffige kleding en laarzen vol modder. Kees, heette hij.
Kees kwam op 23-jarige leeftijd helemaal alleen aan in Valkenswaard. Kees was geboren in Maassluis, in Zuid-Holland. Toen hij 21 jaar oud was en in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, diende hij als korporaal bij de cavalerie in Scheveningen. Op het moment dat de Duitsers Nederland binnenvielen, stond hij met zijn manschappen op wacht in de duinen. Tijdens de gevechten werd de kazerne getroffen door een bombardement, waarbij verschillende soldaten en paarden om het leven kwamen. Ook volgden er gevechtshandelingen met Duitse parachutisten. Na de capitulatie werd Kees ingedeeld bij een afdeling die hielp bij de ontmanteling van het Nederlandse leger. Materieel moest worden verzameld, verdeeld en afgevoerd. Dat werk bracht hem onder meer naar Brabant. Toen die werkzaamheden waren afgerond, werd hij overgeplaatst naar het kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst aan de Leenderweg in Valkenswaard. Hij moest zijn vrienden en familie achterlaten en wist destijds niet of hij ze ooit nog terug zou zien.
In het kamp kreeg hij vaak opdracht om met paard en wagen voedsel op te halen, goederen te vervoeren en langs boerderijen en winkels te gaan. Zo ook ‘t Sprengerke aan de Bakkerstraat. De eerste keer dat hij Marie zag, vroeg hij aan al zijn kampgenoten wie die mooie jonge vrouw achter de toonbank was. Haar naam en adres wist hij al snel te achterhalen. Niet veel later begon hij haar brieven te schrijven.
De momenten waarop ze elkaar zagen waren vaak kort. Even een paar woorden over de toonbank, een blik die net iets langer bleef hangen dan nodig was, voordat Kees weer verder moest met zijn ronde door het dorp. Maar juist omdat die momenten zo kort waren, werden de brieven steeds belangrijker. In de brieven vertelden ze elkaar over hun dagen, wat ze gegeten hadden en andere ‘doodgewone’ dingen die in de zware oorlogstijd juist zo fijn waren. In één van de brieven, die Maries zoon 80 jaar later terugvond, schreef Marie aan Kees:
‘Nu schat, de heide is al goed droog want Annie en ik hebben er de zondag gezeten. Ik was wel geweldig verkouden want ik ben er zowat de hele week ziek van geweest maar ik kon het niet nalaten om er niet eventjes gaan te zitten. Ik heb tegen Annie gezegd: Als het met de Paschen ook zo’n fijn weer is, dan ga ik ernaartoe met mijn schat. Dus u weet nu al waar we naar toe gaan. Ik denk dat u het daar ook wel gezellig zult vinden als we eens eventjes alleen stemmig kunnen praten en ons niemand stoort.’
En dat deden ze. Maar nooit te lang.
Kees mocht niet zomaar weg van het kamp aan de Leenderweg. Zijn tijd buiten was beperkt en iedere beweging werd in de gaten gehouden. Iedere ontmoeting in het openbaar met Marie moest dan ook zorgvuldig gepland worden en soms zelfs een beetje verstopt. Hun momenten samen waren kort en stiekem. Wandelingen duurden net iets te lang, gesprekken werden fluisterend gevoerd, en als hun handen elkaar even vonden, moesten ze deze ook snel weer loslaten.
Maar hier, op de heide, was dat anders. Hier vonden ze, tussen het geluid van de wind door het gras, het licht klotsende water van de Dommel en het gezang van de veldleeuweriken, samen toch iets van vrijheid.
Hier was het voor heel even alleen ‘Kees en Marie’. Geen regels, geen kamp, geen onzekerheid. Hier op de Malpie, voelde de wereld voor een paar minuten weer even ‘gewoon’. Misschien hebben ze wel precies hier, waar jij nu staat, hand in hand gestaan, genietend van het uitzicht en elkaar. Meer hadden ze op dat moment niet nodig.
Hun liefde voor elkaar bleef groeien, ondanks alles wat tegenzat. Misschien dat deze juist daardoor zo sterk was. In een tijd waar zoveel onzeker was, hielden Kees en Marie vast aan elkaar.
Nog voor Valkenswaard werd bevrijd, in januari 1944, gaven Kees en Marie elkaar het ja-woord. En zoals hun zoon vandaag de dag trots vertelt, zijn ze hun hele leven verliefd op elkaar gebleven.
Als je straks weer verder wandelt, kijk dan eens goed om je heen. Neem de natuur in je op: de heide, het water, de molen.
En stel je voor dat je hier tachtig jaar geleden stond, in een tijd waarin alles onzeker was. Dat hier, op deze plek, twee jonge mensen elkaar vonden. En dat zij, al was het maar voor even, samen konden ontsnappen aan de oorlog.
Na het opnemen van dit luisterverhaal zijn enkele historische details verder verduidelijkt door aanvullende informatie van Wim, de zoon van Marie en Kees. Daarom kan de tekstversie op deze pagina op enkele punten afwijken van de ingesproken versie. Deze aanpassingen hebben betrekking op feitelijke details en doen geen afbreuk aan de kern van het verhaal.