Geschiedenis van de gemeente

Geschiedenis van Valkenswaard

Maak uw keuze:
Inleiding
Willibrordus
Gehuchten
Kerken
Bestuur
Weerderhuys
Valkerij
Kerkdorpen
Heden

Inleiding
Valkenswaard is al eeuwen oud, zij het niet in de vorm zoals wij het nu kennen. Archeologische vondsten hebben aangetoond dat hier tussen 8500 en 3000 voor Christus mensen hebben geleefd. De eerste schriftelijke bewijzen dateren van veel later, namelijk uit de middeleeuwen.

terug naar boven

Willibrordus
Een monnik van de abdij van Echternach schreef in 1191 de schenkingsakte over, waarin de Frankische landheer Aengibaldus in 704 het dorp Waderlo (Waalre), gelegen aan de rivier Dutmala (Dommel) aan Willibrordus schenkt. Die schonk op zijn beurt het gebied aan de abdij van Echternach. Hoewel het historisch moeilijk te bewijzen is, wordt algemeen aangenomen dat Valkenswaard toen al bestaan heeft, zij het onder een andere naam en als onderdeel van Waalre.

In de dertiende eeuw gingen de dorpen Waalre en Valkenswaard als Waderle en Wedert samen voort in de geschiedenis. Pas in 1794, onder invloed van de Franse revolutie, scheidde Valkenswaard zich af en werd het een bestuurlijke eenheid.

De naam Wedert wordt verklaard als een samenvoeging van wede (kreupelhout, struikgewas) en aard (gemene weide, gemeente, vroente). Rond 1600 had Valkenswaard een regelmatige, bloeiende varkensmarkt en verkreeg naar aanleiding daarvan de naam Verkenswedert. Toen in de daaropvolgende eeuwen Valkenswaard beroemd werd door de valkenvangers, werd het woord verkens vervangen door valkens en kreeg Valkenswaard zijn huidige naam.

terug naar boven

Gehuchten
Valkenswaard bestond in het verleden uit verschillende gehuchten, zoals de Rijt, de Brand en de Haag, die tegenwoordig de wijk het Gegraaf vormen. De Deelshurk met Venbergen bestaat nog als zodanig. De Zeelberg met Nuland, de Zandberg en het Scheperseind kent nog enkele oorspronkelijke plekjes. Het Dorp met de Kromstraat en de Braken heeft op een enkel gebouw na weinig binding meer met het verleden.

Het weinige echt oude dat Valkenswaard nog biedt, staat echter in toenemende mate in de belangstelling van burger en overheid. De historie van Valkenswaard is onder meer beschreven in de boeken Van Wedert tot Valkenswaard door J. Bots en H. Mélotte en Valkenswaard, momenten uit heden en verleden door J. Bots.

terug naar boven

Kerken
Gezien het feit dat de genoemde schenkingsakte de namen vermeldt van Willibrordus en de abdij van Echternach, is het aannemelijk dat de christelijke godsdienst hier algemeen was. Aanvankelijk zullen de bewoners van Wedert voor wat betreft kerkelijke zaken aangewezen zijn geweest op hun noorderburen in Waderle. Toen echter rond 1400 het dorp rond de honderd huizen telde, evenveel als Waalre, zullen ze reikhalzend hebben uitgekeken naar zelfstandigheid.

In een schepenprotocol van 1413 is sprake van de parochie van Wedert, op basis waarvan wordt aangenomen dat er toen al een parochiekerk heeft gestaan. Het eerste bewijs van een kerk in Valkenswaard dateert echter pas uit 1446. Deze kerk stond op de oude begraafplaats aan de huidige Kerkhofstraat.
Het daaropvolgende kerkgebouw moet voor het eind van het jaar 1500 zijn gebouwd. Die kerk heeft tot 1860 bestaan en de patroonheilige was Sint Nicolaas. In 1860 werd deze kerk vervangen door een nieuwe kerk op de Markt. Dit gebouw onderging in 1929 een fikse uitbreiding. Het schip werd vergroot en de toren werd ommanteld door de huidige.
Met de uitbreiding van de gemeente in de loop der jaren steeg het aantal parochies en parochiekerken in Valkenswaard tot acht. In 1989 werden enkele parochies samengevoegd. Valkenswaard telt nu nog vijf parochies.
In 1659 vestigde zich in Valkenswaard een protestantse gemeente. Dominee Johan Alstorphius was de eerste voorganger. In het katholieke Brabant bleef de gemeente door de eeuwen heen klein. De gemeente bestaat echter nog steeds en geeft blijk van vitaliteit.

terug naar boven

Bestuur
De bestuurder van Waderle en Wedert was sinds de dertiende eeuw de Heer. Het dagelijks bestuur werd gevoerd door de schout tezamen met het dorpsbestuur, ook wel het corpus genoemd. Dit corpus bestond uit twee schepenen, twee kerkmeesters, een armmeester, twee burgemeesters en een aantal nageburen. Een secretaris of dorpsschrijver voerde de administratie.
Het bestuur trad op als regelende instantie, maar ook als rechter. In dienst van het bestuur stond een aantal ambtenaren, zoals collecteurs (inners van belastingen), rotmeesters (politiefunctionarissen) en ijkmeesters (controleurs van maten en gewichten). De abdij van Echternach echter deed zich gelden en hield als grondheer een dikke vinger in de pap.
Evenmin als veel andere plaatsen kende Valkenswaard een raadhuis. Er werd vergaderd in een herberg. In 1754 werd voor het eerst besloten daaraan een eind te maken en een raedt of gemeijntehuijs te bouwen. Dit raadhuis heeft tot 1878 bestaan. Het stond op de plaats waar nu de Leenderweg begint, tussen het pand Markt 23 (nu galerie Lambèr) en restaurant De Compagnie. Het tweede raadhuis van Valkenswaard stond op op de plaats van het huidige pand Markt 23.

In 1910 werden weer plannen gemaakt voor een nieuw gemeentehuis op dezelfde locatie, maar het duurde tot 1928 voordat dit gebouw daadwerkelijk kon worden gerealiseerd. Dit gemeentehuis werd in 1934 uitgebreid en in 1976 nog eens vergroot. In april 1977 werd de laatste vernieuwing officieel in gebruik genomen.
In 1994 werd gestart met de bouw van een geheel nieuw gemeentehuis op het terrein van de voormalige Hofnar Sigarenfabrieken in het centrum van Valkenswaard. In november 1995 is dat nieuwe gemeentehuis in gebruik genomen. Het oude gemeentehuis aan de Markt is gedeeltelijk afgebroken. Alleen de oudste kern uit 1928 bleef gehandhaafd en heeft een nieuwe bestemming gekregen als galerie annex kunstuitleen.

terug naar boven

Weerderhuys
Van 1890 tot 1969 was het huidige Weerderhuys aan de Markt 1 in gebruik als kerk voor de protestantse gemeenschap. De kerk werd in 1969 aangekocht door het gemeentebestuur en doet sinds 1 oktober 1973 dienst als gemeentelijke trouwzaal.
Op 30 september 1973 werd het Weerderhuys officieel geopend door de toenmalige burgemeester Van Zwieten. De dag daarna voltrok de burgemeester de eerste twee huwelijken in het Weerderhuys.

terug naar boven

Valkerij
Valkenswaard stond eeuwenlang bekend vanwege de valkenvangst en de valkeniers, in dienst van tal van Europese vorstenhuizen. Mede door de dissertatie van dr. J.M.P. van Oorschot: Vorstelijke Vliegers en Valkenswaardse Valkeniers is de belangstelling voor dit historisch aspect van Valkenswaard weer gestegen.

Overigens herinnert nog slechts weinig aan deze voor Valkenswaard belangrijke tijden, maar de oplettende bezoeker ontwaart nog een aantal herinneringen: twee valkeniershuizen en enkele benamingen in het economische, maatschappelijke en/of culturele leven, alsmede een fraai standbeeld van de valkenier, gemaakt door Willy Slegers-van der Putt.

De jacht op valken en het africhten ervan bleef tot begin vorige eeuw een economisch belangrijke aangelegenheid. Tegenwoordig wordt de valkerij nog slechts door een enkeling (als sport) beoefend.

Sinds januari 1986 is in Valkenswaard wel een museum gevestigd, waar een permanente expositie te zien is over onder meer de valkerij. Daarnaast wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de andere voor Valkenswaard zo belangrijke economische activiteit: de sigarenmakerij.

Eén van de vele markante punten in de geschiedenis van de Valkenswaardse sigarenmakerij was ongetwijfeld de sloop van het karakteristieke Willem II-complex in de jaren 1998-1999. Voor de goede verstaander vermelden we nog even dat 'moedermaatschappij' Swedish Match gevestigd is aan de J.F. Kennedylaan.

terug naar boven

De sigarenindustrie 1864-1990

In Valkenswaard waren door de tijd heen ongeveer 70 grotere en kleinere sigarenfabriekjes gevestigd. De grootste daarvan kregen internationale allure. Het begon met de start van een tabakskerverij door de gebroeders Van Best, die snuif-, pruim- en pijptabak maakten. Zij produceerden onder de naam Landmantabak. In de jaren hierna ontstond een levendige economie met kleine en grotere bedrijven, variërend van thuiswerkers tot meer industrieel opgezette fabrieken.

In 1920 groeide het aantal tot 43 fabrieken. De snelle groei van Valkenswaard was nauw gerelateerd aan de opkomst van de sigarenindustrie. Bijna een derde van de totale Valkenswaardse bevolking werkte in deze industrie.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het economisch klimaat. De kostprijs voor een sigaar werd hoger, en de sigaar moest marktaandeel afstaan aan de sigaret. Mechanisatie was hierop het antwoord, wat betekende dat alleen de grootste bedrijven konden blijven voortbestaan. Hoewel in 1948 nog een nieuw sigarenbedrijf werd opgestart door P. van de Hurk, kwam dit niet verder dan 4 werknemers in 1950, die het merk Huval produceerden.

Nog enige decennia zouden Hofnar en Willem II als grote bedrijven in Valkenswaard aanwezig zijn, maar hun dominante positie in de Valkenswaardse economie werd geleidelijk aan overvleugeld door andere bedrijven, bijvoorbeeld die in de metaalsector.

Enkele cijfers:

Willem II 1934 1000 medewerkers
1970 2200 medewerkers
Hofnar 1944 1100 medewerkers
1990 einde

Ga ook eens naar het Valkerij en Sigarenmakerij Museum, kijk op de webpagina van VVV Valkenswaard

terug naar boven

Kerkdorpen
Op 1 mei 1934 werden de toenmalige zelfstandige gemeenten Borkel en Schaft, Dommelen en Valkenswaard samengevoegd tot één gemeente Valkenswaard. Daaraan was echter natuurlijk wel het een en ander voorafgegaan.

In het najaar van 1932 stelden Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant voor om Borkel en Schaft met Valkenswaard te verenigen. Valkenswaard weigerde, omdat het zich gesteund wist door de opvatting die was weergegeven in het provinciale streekplan tot samenvoeging van een groter aantal gemeenten. Uiteindelijk is het de genoemde samenvoeging geworden die op 1 mei 1934 haar beslag kreeg.

terug naar boven

Heden
Terug naar het heden. Valkenswaard in de huidige tijd: een fraaie en aantrekkelijke gemeente met een belangrijke, goed geoutilleerde stedelijke kern. De gemeente vervult een centrumfunctie voor het Kempisch gebied en in economische zin ook voor een groot gebied over de grens met België. Valkenswaard kent een groot aantal onderwijsvoorzieningen en een rijk verenigingsleven.

Het woningenbestand in de gemeente heeft zich de voorbije jaren gestaag ontwikkeld. Per 1 januari 2013 telde Valkenswaard 13.765 woningen. Het inwonertal bedroeg op die datum 30.875 personen. De oppervlakte van de gemeente bedraagt 5650 hectaren.

De belangrijkste aandachtsvelden voor de nabije toekomst zijn het Masterplan Centrum, de verdere opwaardering van het kernwinkelgebied en de ontwikkeling van het gebied Valkenswaard-Zuid.

terug naar boven

Geschiedenis van Dommelen

Oorspronkelijk een dorp van zo'n 1200 tot 1500 inwoners, heeft Dommelen sinds de jaren zeventig een complete metamorfose ondergaan. De bouw van ongeveer 2000 woningen en de daarmee gepaard gaande stijging van het aantal inwoners hebben het oorspronkelijke gezicht van Dommelen voorgoed veranderd.

Als onderdeel van de gemeente Valkenswaard heeft Dommelen haar grondgebied geofferd voor de uitbreidingen van de hele gemeente. Voor de toekomst is een totale bevolking van ruim 13.000 inwoners voorzien.

Slechts weinig herinnert meer aan het Dommelen zoals het was voordat de uitbreidingen daar plaatsvonden. Nog te zien zijn huize Agnetendal, het
gemeenschapshuis De Boerderij, de kerk en enkele boerderijen.

De bekende Dommelse brouwerij heeft meer dan 250 jaar het dorpsgezicht voor een belangrijk deel bepaald. Sinds de jaren zeventig is het Dommelse bier overigens ook ver buiten Dommelen een begrip. Hoe het dorp eens was is onder meer te zien in het boek 'Dommelen, 't is mèr de ge 't weet'

Geschiedenis van Borkel en Schaft

Maak uw keuze:
Oud Borkel en Schaft
Borkel en Schaft vroeger
Van twee kapellen naar één kerk
Sint Servatiuskerk
Achelse Kluis
Met de trein naar Borkel en Schaft
Molen Sint Antonius Abt
Borkelse evenementen

Oud Borkel en Schaft
Het is bekend dat er al in de dertiende eeuw een handelsroute liep van Antwerpen naar Keulen en van Den Bosch naar Hasselt. In dit transitgebied was Borkel en Schaft gunstig gelegen. Voor de arme, veelal agrarische bevolking in de Kempen een mooie gelegenheid om als voerlui op te treden.

Op de Achterste Brug ligt nog een oude boerderij waarlangs vroeger de postweg liep van Breda naar Maastricht. Zijn nu nog aanwezige achtkantige schoorsteen wees de weg naar deze herberg en halteplaats. et was ook de plaats waar men kon aanleggen en van paarden verwisselen.

Volgens C. Kuijsten woonde er ooit een haarteut, die handel dreef op Frankfurt am Main. Bovendien zijn de Borkelse families Heuvel en Verweijen bekend als kaasteuten. Verder waren ook nog koper- en eggelteuten. Het waren handelslui, die hun waren al rondtrekkend aan de man brachten. Ze reisden dikwijls alleen, maar ook vaak in compagnie - dit laatste om beter beveiligd te zijn tegen roofovervallers.

Het bevolkingsaantal van Borkel bedroeg in het jaar 1791 om precies te zijn 251 mensen. Zij woonden verspreid over de huidige buurtschappen de Kapel, de Straot, de Hoek, Heuvel en Klein Borkel. Schaft telde aan het eind van de achttiende eeuw 198 zielen, die woonden in de buurtschappen 't Poterseind en Klein Schaft (dat tot de veertiende eeuw Hemelaershoek heette).

De bewoners van Borkel, dat in die tijd ook wel werd aangeduid als Borckel of Borckell, voorzagen zich in hun onderhoud door middel van akkerbouw. In Schaft woonde ook een aantal teuten, die zich zoals overal elders georganiseerd hadden in compagnieën. Zo'n teutencompagnie bestond uit vier of vijf leden. Schaft had in die tijd ook een zogenaamde Teutenkermis.

terug naar boven

Borkel en Schaft vroeger
In 1810 werden de twee kerkdorpen Borkel en Schaft samengevoegd tot één gemeente. Voorheen hadden de beide kerkdorpen deel uitgemaakt van de gemeente Bergeijk. De nieuw gevormde gemeente zou 124 jaar lang als zelfstandige gemeente voortbestaan.

In 1857 werd een eerste eigen gemeentehuisje gebouwd. Nu is dat in gebruik als woonhuis. Het ligt aan de Dorpsstraat 51 in Borkel. Het kleine gemeentehuis bood genoeg ruimte voor een heuse vergaderzaal en een gevangenis. Die gevangenis werd op initiatief van de veldwachter gecreëerd door een deel van gang als cel in te richten.

Later, in 1897, werd een nieuw gemeentehuis gebouwd naast de toenmalige boterfabriek. Toen ook dat pand te klein werd, werd het oude schoolgebouw, dat door de komst van een nieuwe school leeg stond, in 1917 omgebouwd tot het derde raadhuis van Borkel en Schaft. Op 1 mei 1934 werden Borkel en Schaft en het buurdorp Dommelen toegevoegd aan het dorp Valkenswaard om samen de nieuwe gemeente Valkenswaard te vormen.

terug naar boven

Van twee kapellen naar één kerk
In 1444 werden de kerken van Westerhoven, Dommelen en Borkel afgescheiden van de moederkerk in Bergeijk. Westerhoven werd een zelfstandige parochie met als nevenkerken Dommelen en Borkel. De oudste tekening van de Sint Antoniuskapel in Borkel stamt uit 1444 en is van Hendrik Verhees uit 1789. In de door hem toegevoegde tekst staat:

'Capel te Borkel met het Huijs van den pastoor tegens den gevel gebouwdt 23 junij 1789. Borkel is kerkelijk onder Westerhoven, en moete aldaar begraaven'.

De kapel, die vastgebouw was aan de pastorie en die geen ramen had, moet erg donker zijn geweest. Na de Vrede van Münster in 1648 werd de kapel van alle katholieke ornamenten ontdaan en gesloten. Het was in de protestante Republiek der Nederlanden, die toen ontstond, voor katholieken verboden hun godsdienst in het openbaar te belijden. Omdat de kapel niet langer als godshuis mocht dienen, werd hij gebruikt als opslagplaats.

De kapel van Schaft ontstond waarschijnlijk tussen 1500 en 1520 en was gewijd aan Sint Petrus' Banden. Ondanks het feit dat Schaft op geringe afstand van Borkel ligt, werd een eigen kapel gebouwd omdat elk zichzelf respecterend dorp zijn eigen kapel had. Beiden kapellen werden overigens door dezelfde pastoor bediend. Naast een oude tekening, gemaakt door Hendrik Verhees, schreef hij:

'Capel op de Schaft, met pannen gedekt. Den 18 junij 1791. De Schaft is kerkelijk onder Valkenswaart dog begraave tans op de Schaft'.

De kerk met pannen dak had een klein torentje. Links voor de deur bevond zich een raam, aan de rechterkant waren het er twee. Opmerkelijk is dat de relatief grote Romaanse ramen voor het grootste deel waren dichtgemetseld. De kleine openingen zullen ook hier weinig licht hebben doorgelaten. Ook deze kapel werd als gevolg van de Vrede van Münster gesloten.

Het middeleeuwse Sint-Petrusklokje uit de gesloopte kapel van Schaft kreeg later een plaats in de Achelse Kluis. Nog elke dag klept het om 12.00 uur het Angelus. Ondanks het verbod voor de katholieken om hun godsdienst te belijden verschenen her en der schuilkerken op het platte land, ook wel schuurkerken genoemd.

terug naar boven

Sint Servatiuskerk
Nadat in de oude tijden Borkel en Schaft elk een eigen kapel hadden, die met het vorderen van de leeftijd in verval raakten, werd in 1836 besloten tot de bouw van een nieuwe kerk. De toenmalige pastoor J. Intven richtte een verzoekschrift aan de apostolisch vicaris in Den Bosch om te mogen bouwen.

Uit oude stukken blijkt dat er in die tijd in Borkel 49 en in Schaft 37 gezinnen waren. In 1840 werd J. Dobbelsteen benoemd tot bouwpastoor. De nieuwe kerk werd toegewijd aan de H. Servatius en kreeg een plaats aan het huidige Mgr. Kuijpersplein in Borkel. Bij de bevrijding in 1944 werd de kerk zwaar beschadigd. Pas in 1947 kwam de wederopbouw tot stand onder pastoor Goijarts.

Vooral rond 1900 kwamen van heinde en ver de pelgrims naar Borkel en Schaft. De speciale verering gold Sint Antonius Abt, de heilige met het varken. Op 17 januari werd in het bijzonder gebeden om gevrijwaard te blijven van de veepest. Op deze dag werd dan ook nog de jaarmarkt gehouden. Naast vee werd er vooral hout verkocht.

Op zondag 21 januari 1912 sprak burgemeester Johan Baken zijn bezorgdheid en zijn hoop uit 'dat de burgers dezer gemeente zich op dezen dag ordelijk zullen gedragen, zonder te kort te schieten aan de hier in de praktijk zijnde gastvrijheid. Ik wensch van harte de burgers dezer gemeente en ook de vreemdelingen een gepaste ontspanning. Zorg allen dat deze dag geen onaangename gevolgen heeft'.

Zowel Borkel als Schaft heeft een Mariakapel. De kapel op de hoek van de Sportstraat is in 1922 verhuisd naar de andere kant van de weg. Eerst keek Maria naar het dorp en nu groet ze de mensen die Borkel komen bezoeken.

terug naar boven

Achelse Kluis
In 1656 werd aan pastoor Tielens uit Valkenswaard grond geschonken in de Beverbeekse Heide. Hier verrees een grenskapel tussen het Zwartven en het Kerkeven. In 1673 vermaakte pastoor Tielens zijn onroerend goed aan de Armen van Verkensweerde (Valkenswaard).

In 1686 kocht Peter van Ennetten (Eynatten) uit Eindhoven het oude Weerderhuys - liggende onder Achel en Leende - van de Armen van Valkenswaard voor f. 60,-. Deze Peter van Ennetten is de stichter van de latere Achelse Kluis. Op 15 november 1793 overleed Petrus Wijnants van Annetten in de Hermitage van Achel.

In de Franse tijd is 'De Kluis' opgeheven. Pas in 1846 werd hij opnieuw bevolkt en wel door 27 monniken uit Meerseldreef. Dit aantal liep later op tot 128 personen. Vanaf 1980 is de Kluis grondig uitgebreid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de paters en de broeders, op enkelen na, van de Kluis verdreven en zochten een onderkomen in andere kloosters en in het kippenhok op hun eigen terrein, op Nederlands grondgebied. In 1916 werden hun activiteiten nog verder bemoeilijkt door de elektrische draadversperring, die door de Duisters dwars door hun bezittingen werd aangelegd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de paters nog een rol gespeeld bij het doorsluizen van geallieerden naar België. Na de wederopbouw ging het voorspoedig tot in de jaren zestig. Aan de terugloop, zoals elders binnen de katholieke kerk, ontkwam ook de Kluis niet. Door ouderdom en geringe aanwas liep het aantal monniken drastisch terug. Tegenwoordig worden op de Kluis vaak bezinningsweken of -weekeinden gehouden. De belangstelling hiervoor is erg groot.

terug naar boven

Met de trein naar Borkel en Schaft
De in 1866 in gebruik genomen spoorlijn Eindhoven - Achel, ten oosten van Schaft, werd in 1921 voor Borkel en Schaft belangrijk, omdat een stopplaats werd toegevoegd ter hoogte van Schaft. Oorspronkelijk werd driemaal daags een extra trein van Valkenswaard naar Schaft ingelast. Hierdoor waren zowel de Achelse Kluis als het dorp Borkel en Schaft voor reizigers veel makkelijker te bereiken.
Omstreeks 1938 werd de stopplaats voor reizigers opgeheven. Het goederenvervoer bleef gehandhaafd tot in de jaren zeventig. Toen werd de complete lijn Eindhoven - Geldrop - Achel opgeheven. Ook de stopplaats, die niet langer een functie had, verdween. Sinds 1948 loopt de busdienst van Eindhoven via Borkel en Schaft naar Achel.

terug naar boven

Molen Sint Antonius-Abt
In de vijftiende en zeventiende eeuw wordt al gesproken over een watermolen aan de Dommel in Borkel en Schaft. Op een kaart van Blaue uit 1644 wordt, volgens Nico Jurgens, een watermolen vermeld. Ook ing. P. van Brussel spreekt van een watermolen als kostbaar bezit.

Voorafgaand aan het mogen bouwen van de graanwindmolen Sint Antonius-Abt in 1865 zijn er nog twee eerdere pogingen geweest. Michiel Boermans, een timmerman uit Schaft, heeft geprobeerd een koren- en boekweitwatermolen te bouwen aan de Dommel. De toestemming van acht boeren uit Borkel verkreeg hij op 4 maart 1837.

De bouw is hoogstwaarschijnlijk niet doorgegaan, want op 12 augustus 1840 wilde Christiaan Claassens, een molenaar uit Westerhoven, een wind-, koren-, boekweit- en pelmolen plaatsen. Hij had zich er al van verzekerd dat de buren geen bezwaar hadden. Uiteindelijk werd ook deze molen niet gebouwd.

Theodorus van Driel, een molenaarszoon uit Someren, kreeg in 1865 een vergunning tot het 'oprigten van eenen graanwindmolen'. In mei had hij een stuk heide gekocht en in oktober werd al het eerste meel gemalen.

Na eerst verpacht te zijn geweest werd de molen in 1872 verkocht aan Paulus Loos, molenaar op Venbergen in Valkenswaard. Tot 1912 bevolkten twee generaties Loos de molen. Daarna volgen de molenaars elkaar snel op, want in 1924 kwam Sebastiaan Pools: hij was de negende. Hij bleef er tot na de Tweede Wereldoorlog. Na hem kwamen er nog drie. In 1959 kocht de twaalfde en laatste molenaar, de heer P. Vossen, de nog geen honderd jaar oude molen. Na een brand in 1935 was de molen grondig opgeknapt. Na een restauratie in 1967 werd de molen opgenomen op de rijksmonumentenlijst.

Vóór de derde restauratie, in 1990, was de molen Sint Antonius-Abt in handen van de gemeente Valkenswaard. Op dit moment wordt hij bemalen door vrijwillige molenaars. De volledige geschiedenis van de molenaarsfamilies is te lezen in een boekje in de molen zelf. Tijdens de openstelling van de molen is een kruikje oud kruidenbitter te koop, speciaal gebotteld voor de Stichting molen St. Antonius Abt in Borkel en Schaft.

terug naar boven

Borkelse evenementen
Een groot evenement, dat jaarlijks plaatsvindt op eerste pinksterdag, is de Pinksterrit. De rit werd georganiseerd door rijtuigenvereniging De Postiljon en de Hippische Vereniging Sint Servatius. Met ingang van de jaargang 2003 is de organisatie overgenomen door Sint Servatius. Bij de overgang werd het evenement omgedoopt van Postiljonrit tot Pinksterrit.

In oktober 1977 werd een vergadering belegd om te komen tot een vereniging van 'aangespannen rijders'. Het was de bedoeling om 'te rijden met originele rijtuigen met in ieder geval een houten onderstel op ijzerbeslag of gummi. Het paardtuig en het rijtuig moeten in goede conditie verkeren'.

Nationaal en internationaal bestaat voor deze rit veel belangstelling. Na een prachtige tocht vanuit Valkenswaard door de natuur wordt een grote pauze ingelast in het centrum van Borkel. Hier kunnen de koetsen en rijtuigen, de paarden, hun menners en de gasten die meerijden, bewonderd worden - de laatsten in authentieke kledij. Het evenement wordt omlijst door een markt met (oude) ambachten en alles wat met paardensport samenhangt.

Borkel en Schaft kent jaarlijks bovendien tal van lokale evenementen. Het zou te ver voeren het hele programma hier gedetailleerd weer te geven. Op de borden van het Infopunt, gelegen aan de Dorpsstraat in Borkel, worden nadere bijzonderheden verstrekt. Veelal worden de lokale evenementen aangekondigd in onder meer het regionale weekblad Kempener Koerier.

terug naar boven

Burgemeesters van Valkenswaard vanaf 1811 tot heden

1811 - 1812

Bartholomeus Stokmans

1812

Paulus Hertroijs

1812 - 1820

Nicolaas Wijnants

1820 - 1831

Jan de Jongh

1831 - 1844

Michiel Smulders

1844 - 1879

Francis Smulders

1879 - 1903

Jasper van Best

1903 - 1911

Wilhelmus Thijssen

1911 - 1919

Johan van Hoorn

1919 - 1940

Elise Kuijpers

1940 - 1944

K. Wouters

1944 - 1946

C.(Cas) A.A. van Beek (waarnemend)

1946 - 1971

A.(Anthonius) van Hellenberg Hubar

1971 - 1978

B.(Ben) L.A. van Zwieten

1978 - 1979

B.(Romé) G.J.C. Fasol (loco-burgemeester)

1979 - 1991

J.(Jaap) M. Bartels

1991 - 2000

H.(Hein) J.M. Tops

2000 - 2001

H.(Henk) J. Hendriksen (waarnemend)

2001 - 2007

J.(Hans) E.A. Haas

2007

A.(Anton) B.A.M. Ederveen

Huisstijl, logo, wapen en vlag

Maak uw keuze:
Huisstijl en logo
Wapen
Vlag

Huisstijl en logo
De huidige huisstijl van de gemeente Valkenswaard werd in gebruik genomen op 1 januari 1993. Een belangrijk facet van de huisstijl is het gemeentelijk logo. U ziet dat logo linksboven op deze pagina. De één zal er een valk in ontdekken, de ander misschien ganzenveren, weer een ander wellicht de V van Valkenswaard. Het logo, met zijn karakteristieke, tijdloze letter (de Flange), vormt het symbool van een open, toegankelijke, effectieve organisatie.

Het logo is natuurlijk de blikvanger, maar de huisstijl is veel meer dan het logo alleen. Ook de gebruikte kleuren en lettertypen zijn vastgesteld. Dat geldt niet alleen voor correspondentie en drukwerk, maar ook voor zaken als serviesgoed, suikerzakjes, relatiegeschenken, bedrijfsauto's en bedrijfskleding. Het geheel bepaalt het gezicht van Valkenswaard: actief, eigentijds en toegankelijk.

De hoofdkleur van de huisstijl is groen Pantone 355. Als eventueel te gebruiken ondersteunende kleur is gekozen voor crème Pantone 4545. Pantone verwijst naar een internationaal geldende standaard, zodat altijd precies de juiste kleuren worden gebruikt. Het gemeentelijk drukwerk wordt gezet uit lettertypen van de Syntax-familie, altijd in beginkapitaal plus onderkast (voor de niet-kenners: een hoofdletter, gevolgd door kleine letters). Gebruikers kunnen desgewenst variëren met korpsen, cursieven en (half)vetten.

Vaste toeleveranciers van de gemeente beschikken over specificaties voor de plaatsing van logo's en eventueel teksten. Het logo mag door derden slechts gebruikt worden na voorafgaande toestemming van de gemeente.

terug naar boven

Wapen
Bij besluit van de Hoge Raad van Adel van 10 oktober 1819 werd aan de gemeente Valkenswaard een wapen verleend, waarop Sint Nicolaas was afgebeeld. Het wapen was ontleend aan de eerste rooms-katholieke parochie die op Valkenswaards grondgebied moet zijn gesticht, zo om en nabij het jaar 1300. De oorspronkelijke beschrijving van het Valkenswaardse wapen luidt: een blaauwe schild, beladen met Sint Nicolaas van goud.

 eerste wapen dorp valkenswaardeerste wapen dorp dommelen 

Borkel en Schaft en Dommelen hadden elk hun eigen wapen. Borkel en Schaft: een schild van lazuur, beladen met een ploeg van goud. En Dommelen: een schild van lazuur, beladen met Sint Maarten van goud.

Samenvoeging

Als gevolg van de samenvoeging van de gemeenten Borkel en Schaft en Dommelen met de gemeente Valkenswaard, die tot stand kwam per 1 mei 1934, kwamen het Borkel-en-Schaftse en het Dommelse wapen te vervallen. Valkenswaard behield echter haar wapen, totdat in 1939 door het gemeentebestuur aan de Hoge Raad van Adel werd verzocht de 'nieuwe' gemeente Valkenswaard in het wapen van de 'voormalige' gemeente Valkenswaard te bevestigen.

Nadat door de Hoge Raad van Adel was meegedeeld dat het wapen van de vroegere gemeente Valkenswaard op historische en heraldische gronden niet aan de tegenwoordige gemeente Valkenswaard kon worden toegekend, werd op 8 juli 1942 een nieuw wapen verleend met daarin een slechtvalk, zittend op een gehandschoeide vuist.

Voorstel
Vanaf oktober 1945 deed het gemeentebestuur regelmatig pogingen om dat wapen te doen vervallen en Valkenswaard weer het oude wapen met Sint Nicolaas toe te kennen. Die pogingen bleven vruchtenloos, totdat op 14 augustus 1952 de gemeenteraad zich met een uitvoerig gemotiveerd voorstel wendde tot H.M. de Koningin. Het duurde toen toch nog twee jaar voordat het Koninklijk Besluit tot stand kwam, waarmee de gemeente Valkenswaard in het voor 1 mei 1934 gevoerde wapen werd bevestigd. Eind goed, al goed. Het wapen van Valkenswaard werd verleend bij Koninklijk Besluit van 10 februari 1954:
... in azuur het beeld van Sint Nicolaas, houdend in de rechterhand een kromstaf, terwijl hij de linkerhand beschermend uitstrekt boven drie kinderfiguren, staande op de rand van een kuip, het geheel geplaatst op een grond, alles van goud.


terug naar boven

Vlag
De Valkenswaardse gemeentevlag is op 23 april 1959 definitief vastgesteld door de gemeenteraad. De beschrijving luidt als volgt: een rechthoekige vlag, bestaande uit twee gelijke horizontale banen in de kleuren blauw en geel (van boven naar beneden gezien). De kleuren van de vlag zijn ontleend aan die van het gemeentewapen van Valkenswaard.

terug naar boven