Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 en verder

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingVerordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2011 en verder
CiteertitelVerordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2011 en verder
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet maatschappelijke ondersteuning

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-04-2011 n.v.t. Nieuwe regeling 31-03-2011 Onbekend Onbekend

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

Lid 1. Wet:
Wet maatschappelijke ondersteuning.

 

Lid 2. College:
College van burgemeester en wethouders.

 

Lid 3. Compensatieplicht:
De plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is.

 

Lid 4. Aanmelding:
De mededeling aan de gemeente dat er belemmeringen ervaren worden op grond waarvan iemand verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.

 

Lid 5. Gesprek:
Het eerste contact na een aanmelding waarin, met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt, zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de handicap, de beperkingen en de gevolgen, de te bereiken resultaten, de mogelijkheden een oplossing te bereiken via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve voorliggende en individuele voorzieningen. Het gesprek wordt afgesloten met een verslag dat door de participanten wordt ondertekend.

 

Lid 6. Aanvraag:
Het - via een aanvraagformulier of op elektronische wijze - schriftelijke verzoek in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening.

 

Lid 7. Belanghebbende:
Een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.

 

Lid 8. Psychosociaal probleem:
Een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand heeft in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving .

 

Lid 9. Algemene voorziening:
Een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.

 

Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening:
Een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, gewoon in de winkel te koop is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Voorzieningen tot € 150,- worden ook beschouwd als algemeen gebruikelijk.

 

Lid 11. Collectieve voorziening:
Een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, in casus het collectief vraagafhankelijk vervoer.

 

Lid 12. Voorliggende voorziening:
Een voorziening waar in eerste instantie een beroep op gedaan dient te worden. Als dit niet mogelijk is, komt de Wmo als voorziening in beeld.

 

Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening:
Een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.

 

Lid 14. Individuele voorziening:
Een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.

 

Lid 15. Gebruikelijke zorg:
De zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid geldt om gezamenlijk voor het huishouden te zorgen, waarbij rekening gehouden wordt met de leeftijd.

 

Lid 16. Respijtzorg:
Respijtzorg is de tijdelijke en volledige overname van de zorg van een mantelzorger met het doel om die mantelzorger vrijaf te geven.

 

Lid 17. Voorziening in natura:
Een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in lease of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.

 

Lid 18. Persoonsgebonden budget:
Een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.

 

Lid 19. Financiële tegemoetkoming:
Een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.

 

Lid 20. Mantelzorger:
Een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt.

 

Lid 21. Hoofdverblijf:
De plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt.

 

Lid 22. Zelfredzaamheid:
Zelfredzaamheid is het lichamelijke, verstandelijke en geestelijke vermogen om zelf voorzieningen te treffen die de deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken.


 

Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie

 

Artikel 2 De te bereiken resultaten

De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn:
a. een schoon en leefbaar huis;
b. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
c. beschikken over schone en draagbare kleding;
d. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
e. wonen in een geschikt huis;
f. zich verplaatsen in en om de woning;
g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;
h. de mogelijkheid om lokaal en regionaal contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.

  

Hoofdstuk 3. Het gesprek

 

Artikel 3 Scheiding aanmelding en aanvraag

Lid 1.
Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding aan een gesprek vooraf indien:
a. De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de Wmo heeft gedaan;
b. De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek rond de keukentafel heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;
c. Belanghebbende of het college daarom verzoekt.

 

Lid 2.
Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid.
 

Artikel 4 Aanmelding voor een gesprek

Lid 1.
Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, telefonisch, mondeling of elektronisch worden gedaan bij het Zorgloket door of namens een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren.

 

Lid 2.
Tijdens of binnen 4 werkdagen na aanmelding wordt een afspraak voor een gesprek gemaakt, of een bericht verzonden waarbij een termijn gesteld wordt. Deze afspraak wordt aan de aanmelder schriftelijk bevestigd.
 

Artikel 5 Het gesprek


Lid 1.
Het gesprek wordt gevoerd bij de belanghebbende thuis om zo de gehele situatie van de hulpvrager in kaart te brengen, tenzij de belanghebbende aangeeft het gesprek liever elders te willen voeren.

 

Lid 2.
Bij het voeren van het gesprek wordt de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments als basis voor het begrippenkader gehanteerd.

 

Lid 3.
Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en indien nodig met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen er bestaan bij de uitvoering van de mantelzorg. In artikel 11 van het Besluit Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2011 en verder worden de mogelijkheden met betrekking tot respijtzorg benoemd.


Artikel 6 Het verslag


Lid 1.
Het gesprek wordt afgesloten met een verslag. Daartoe wordt ten tijde van het gesprek de lijst met de te bespreken punten ingevuld. Dit formulier wordt ter plekke door belanghebbende getekend dat de inhoud van het formulier besproken is. Een kopie van dit verslag wordt direct aan belanghebbende verstrekt (per post). Belanghebbende kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van het verslag, correcties en aanvullingen in het verslag aanbrengen in overleg met het Zorgloket. Vervolgens dient belanghebbende dit verslag (met eventuele aanvullingen) getekend voor akkoord terug te sturen.

 

Lid 2.
Het verslag van het gesprek om de keukentafel bevat in ieder geval:
a. Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door belanghebbende;
b. De mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit probleem;
c. De problemen die belanghebbende ondervindt op basis van dit probleem;
d. De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in artikel 4 lid 1 Wmo omschreven terreinen;
e. De mogelijkheden die belanghebbende heeft om oplossingen te bewerkstelligen door middel van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, gebruikelijke zorg, mantelzorg, burenhulp, collectieve voorzieningen of andere voorliggende voorzieningen;
f. Een positief of negatief advies voor het indienen van een aanvraag voor de individuele voorzieningen die uiteindelijk nodig blijken om de geformuleerde doelstellingen te bereiken.

 

Lid 3.
Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende – onder verwijzing naar het verslag van het gesprek – een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet.

 

Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening

 

Artikel 7 De aanvraag


Lid 1.
De aanvraag van een individuele voorziening kan schriftelijk of elektronisch plaatsvinden.

 

Lid 2.
Indien een aanvraag telefonisch of mondeling plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden.

 

Lid 3.
Bij de aanvraag wordt, als er een gesprek is gevoerd, verwezen naar het verslag van dit gesprek.

 

Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken resultaten

 

Paragraaf 1: Algemene regels


Artikel 8 Het maken van een afweging

Lid 1.
Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de aanvrager. Daarbij wordt onderzoek gedaan naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat.

 

Lid 2.
Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld.

 

Paragraaf 2: De te bereiken resultaten


Artikel 9 Een schoon en leefbaar huis

Lid 1.
Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken en sanitaire ruimten.

 

Lid 2.
Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het zware en/of lichte huishoudelijke werk.

 

Lid 3.
Indien de aanvrager een of meer huisgenoten heeft die in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld, waarbij rekening gehouden wordt met de leeftijd van de huisgeno(o)t(en)

 

Lid 4.
Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
 

Artikel 10 Voorzien zijn van goederen voor primaire levensbehoeften
 

Lid 1.
Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van dagelijkse benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook het noodzakelijke opwarmen en aanreiken van maaltijden kan hieronder vallen.

 

Lid 2.
Als het gaat om het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, evenals het opwarmen en aanreiken van maaltijden.

 

Lid 3.
Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in deindividuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld.

 

Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
 

Artikel 11 Beschikken over schone en draagbare kleding

Lid 1.
Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding.

 

Lid 2.
Als het gaat om het beschikken over schone en draagbare kleding kan een individuele voorziening worden getroffen in de vorm van Hulp bij het Huishouden ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was, hieronder valt ook linnengoed en dergelijke.

 

Lid 3.
Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.

 

Lid 3.
Voor zover de in het vorige genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
 

Artikel 12 Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren
 

Lid 1.
Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige kinderen.

 

Lid 2.
Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt.

 

Lid 3.
Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden of advisering door het Centrum Jeugd en Gezin die in de individuele situatie van de aanvrager kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.

 

Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.

 

Artikel 13 Wonen in een geschikt huis

Lid 1.
Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken, sanitaire ruimten, berging, balkon of tuin (ten behoeve van het bereiken van het huis).

 

Lid 2.
Als het gaat om het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.

 

Lid 3.
Voor zover de aanvrager kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld, waarbij de door de verhuizing mogelijk veranderde belastbaarheid van de mantelzorg, dan wel vrijwillige burenhulp wordt meegenomen in de afweging.
Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de nu en in de toekomst verwachte aanpassingen van de woning een bedrag van € 20.000,- te boven gaat.

 

Lid 4.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het tijdig inspelen op mogelijke, verminderende geschiktheid van de woning door achteruitgang van fysieke mogelijkheden door de leeftijd van de belanghebbende.

 

Lid 5.
Voor zover de in artikel 7, lid 3 en lid 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden. De hoogte daarvan is bepaald in het Besluit wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard.
 

Artikel 14 Zich verplaatsen in en om de woning

Lid 1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is.

 

Lid 2.
Als het gaat om het verplaatsen in en om de woning, kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoelvoorziening voor dagelijks zittend gebruik.

 

Lid 3.
Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld.

 

Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid van dit artikel genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
 

Artikel 15 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Lid 1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Onder directe woon- en leefomgeving worden 5 zones van het OV verstaan.

 

Lid 2.
Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning. Voor het verplaatsen over de langere afstand in de directe regio kan ook een voorziening getroffen worden.

 

Lid 3.
Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootermobielpool en/of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.

 

Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid van dit artikel genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
 

Artikel 16 De mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten

Lid 1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten.

 

Lid 2.
Als het gaat om de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemming.

 

 

Lid 3.
Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van de aanwezigheid van een bruikbare (vrijwilligers)organisatie die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld.

 

Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.

 

Hoofdstuk 6. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming, eigen bijdrage en eigen aandeel.

 

Paragraaf 1 Verstrekking van voorzieningen
 

Artikel 17 Mogelijke verstrekkingwijzen
De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget worden verstrekt.
 

Paragraaf 2 Verstrekking in natura

 

Artikel 18 Inhoud beschikking

Lid 1.
Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd
1. welke de te treffen voorziening is,
2. wat de duur is van de verstrekking is,
3. hoe en door welke leverancier de voorziening in natura verstrekt wordt en
4. of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld.

 

Lid 2.
Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen, de hoogte van deze eigen bijdrage wordt aan de hand van het inkomen bepaald door het CAK.
 

Paragraaf 3: Verstrekking als persoonsgebonden budget


Artikel 19 Overwegende bezwaren
Het college legt in het Gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2011 en verder vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt.
 

Artikel 20 Inhoud beschikking

Lid 1.
Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd
1. voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden,
2. wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen,
3. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is,
4. welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget, en
5. welke regels gelden ten aanzien van een eventuele terugvordering.

 

Lid 2.
Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen, de hoogte van deze eigen bijdrage wordt aan de hand van het inkomen bepaald door het CAK.
 

Paragraaf 4: Verstrekking als financiële tegemoetkoming.


Artikel 21 Inhoud beschikking

Lid 1.
Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:
1. de hoogte van de financiële tegemoetkoming,
2. voor welke te treffen voorziening de financiële tegemoetkoming bestemd is,
3. wat de duur van de verstrekking is,
4. of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld, en
5. op welke wijze er verantwoording over afgelegd dient te worden.

 

Lid 2.
Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen.

 

Paragraaf 5 Eigen bijdrage en eigen aandeel

Artikel 22 Eigen bijdrage en eigen aandeel

Lid 1.
Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten:
a. een schoon en leefbaar huis;
b. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
c. beschikken over schone en draagbare kleding;
d. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
e. wonen in een geschikt huis;
f. zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen (sport)rolstoel betreft;
g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;
h. de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.

 

Lid 2.
De hoogte van de eigen bijdrage is inkomensafhankelijk en wordt bepaald en geïnd door het CAK

 

Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering.

 

Artikel 23 Beslistermijn
De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt voor:
1. Een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis: maximaal 8 weken;
2. Een voorziening voor het wonen in een geschikt huis;
a. als het gaat om voorzieningen waarvoor geen bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 8 weken;
b. als het gaat om voorzieningen waarvoor wel bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 12 weken;
3. Een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning: maximaal 8 weken;
4. Een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: maximaal 8 weken;
5. Een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis daarvan sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken.
 

Artikel 24 Beperkingen

Lid 1
Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
a. De noodzaak voor het te bereiken doel langdurig noodzakelijk is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat;
b. De te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is.

 

Lid 2.
Geen voorziening wordt toegekend:
a. Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is.
b. Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Valkenswaard.
c. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer na te gaan valt of deze voorziening als goedkoopst-compenserend aan te merken valt.
d. Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de belanghebbende zijn toe te rekenen.
 

Artikel 25 Advisering
 

Lid 1.
Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten:
a. Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen;
b. Op een door het college te betalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken.

 

 

Lid 2:
Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien:
a. Het handelt om een aanvraag van een persoon die nog niet bekend is bij het college;
b. Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel bekend is bij het college maar waarvan de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden;
c. De aanvraag om medische redenen wordt afgewezen;
d. Het college dat overigens gewenst vindt.

 

Lid 3:
Indien belanghebbende zonder afmelding niet aanwezig is bij het gesprek of de afspraak voor nader onderzoek zoals bedoeld in lid 1. en lid 2. van dit artikel, is het college bevoegd om belanghebbende een kostenvergoeding op te leggen van € 50,-.
Indien belanghebbende achteraf kan aantonen dat er een gegronde reden was voor zijn afwezigheid, zal de kostenvergoeding komen te vervallen.
 

Artikel 26 Wijziging situatie
Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.
 

Artikel 27 Intrekking
 

Lid 1.
Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
a. Niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;
b. Gebleken is dat de gegevens op grond waarvan beschikt is, zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.

 

Lid 2.
Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken, indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
 

Artikel 28 Terugvordering

Lid 1.
Indien het recht op een voorziening is ingetrokken of vervalt, kan op basis daarvan een al uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.

 

Lid 2.
Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd, indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.

 

Lid 3.
Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.

 

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

 

Artikel 29 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
 

Artikel 30 Indexering
Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex voor de gezinsconsumptie volgens het Centraal Bureau van de Statistiek.
 

Artikel 31 Evaluatie
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid zoals is vastgelegd in deze verordening wordt eenmaal per 2 jaar geëvalueerd, tenzij er wijzigingen zijn die voor de uitvoering van deze verordening van toepassing zijn.
 

Artikel 32 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 01 april 2011.
Alle voorgaande verordeningen m.b.t. de Wmo vervallen met in werking stellen van deze verordening.
 

Artikel 33 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2011 en verder”.