Verordening Wet inburgering

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingVerordening Wet inburgering
CiteertitelVerordening Wet inburgering
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet inburgering

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-04-2007 n.v.t. nieuwe verordening 30-01-2007 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Valkenswaard;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard d.d. 30 januari 2007 inzake het nieuwe inburgeringsstelsel;

 

gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet inburgering;

 

overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

                                  VERORDENING WET INBURGERING

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Heeze-Leende, Valkenswaard en Waalre;
b. de wet: de Wet inburgering;
2. De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.

 

Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
1. Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.
2. Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen:
a. het inrichten van een informatiepunt in bij voorkeur het Bedrijfsverzamelgebouw;
b. het toezenden van schriftelijk voorlichtingsmateriaal aan personen ten aanzien van wie al dan niet op grond van gegevens uit het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij inburgeringsplichtig zijn;
c. het verstrekken van schriftelijk voorlichtingsmateriaal bij aanvragen om uitkeringen;
d. het inrichten van een digitaal informatiepunt op de gemeentelijke websites.
3. Het college beoordeelt tenminste eens in de 3 jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.
 

Hoofdstuk 2. Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening

Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen
Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria op volgorde van prioriteit:
a. Inburgeringsplichtigen met een uitkering van de gemeente en met arbeidsverplichtingen.
b. Inburgeringsplichtigen met een uitkering van de gemeente zonder arbeidsverplichtingen.
c. Inburgeringsplichtige oudkomers zonder inkomsten uit arbeid of uitkering met zorgplicht voor minderjarige kinderen.
d. Inburgeringsplichtige oudkomers zonder inkomsten uit arbeid of uitkering zonder zorgplicht voor minderjarige kinderen.
e. Inburgeringsplichtige Wajong-gerechtigden met een re-integratievoorziening.
f. Inburgeringsplichtigen met inkomsten op grond van een andere in het kader van de Wet inburgering aangewezen uitkering met arbeidsverplichtingen en een re-integratietraject.
g. Inburgeringsplichtigen met inkomsten op grond van een andere in het kader van de Wet inburgering aangewezen uitkering zonder arbeidsverplichtingen met een re-integratievoorziening.

 

Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening
1. Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.
2. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.
3. Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten:
a. Een module Nederlandse taal;
b. Een module kennis van de Nederlandse samenleving;
c. Trajectbegeleiding;
d. Het periodiek houden van voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen;
e. Uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke stage;
f. Overige instrumenten, voorzieningen die bijdragen aan een succesvolle inburgering.


Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage
1. De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste 18 maandelijkse termijnen betaald.
2. Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.

 

Artikel 6 Opleggen van verplichtingen
Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:
a. het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;
b. het deelnemen aan gesprekken met de klantmanager van de gemeente;
c. het deelnemen aan voortgangsgesprekken;
d. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;
e. het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan.
 

Hoofdstuk 3. Het aanbod van een inburgeringsvoorziening

Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod
1. Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.
2. In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden verbonden.
3. De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen 2 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.
4. Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen 6 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod.

 

Artikel 8 De inhoud van de beschikking
Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval:
a. een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;
b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige;
c. de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;
d. de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; en
e. ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt.

 

Hoofdstuk 4. De bestuurlijke boete

Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.
3. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

 

Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
1. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
2. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
3. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
 

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2007

 

Artikel 12 Citeertitel
De verordening wordt aangehaald als: “Verordening Wet inburgering”.

 


Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente Valkenswaard
d.d. 29 maart 2007

 

De griffier,                                                            de voorzitter,

 

 


mr. C.J. Dorsman                                                     N.E.M. Hooijschuur (plv)