Verordening Stimuleringssubsidie Maatschappelijke Participatie

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingVerordening Stimuleringssubsidie Maatschappelijke Participatie
CiteertitelVerordening Stimuleringssubsidie Maatschappelijke Participatie
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 149 Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2009 01-01-2009 nieuwe verordening 29-04-2010 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeenten Heeze-Leende, Valkenswaard en Waalre;
gelezen het voorstel van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Heeze-Leende, Valkenswaard en Waalre;
gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening Stimuleringssubsidie Maatschappelijke Participatie

Artikel 1. Begripsomschrijving

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 2. Doel

Het doel van de Stimuleringssubsidie Maatschappelijke Participatie is het stimuleren van het maatschappelijk participeren bij inwoners met een laag inkomen.

 

Artikel 3. Definitie maatschappelijke participatie

Onder maatschappelijke participatie wordt verstaan het deelnemen aan activiteiten waardoor contacten met anderen in de samenleving worden gestimuleerd.

 

Artikel 4. Uitvoering

Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering van de bepalingen in deze verordening.

 

Artikel 5. Mandatering

Het college van burgemeester en wethouders kan de uitvoering van de bepalingen in deze verordening mandateren aan het hoofd van het samenwerkingsverband Werk en Inkomen.

 

Artikel 6. Kosten

1. Subsidie wordt verstrekt voor de kosten op het gebied van sport, doorbreken sociaal isolement, educatie en culturele activiteiten.
2. Indien de subsidie wordt verstrekt aan een gezin, dient de subsidie te worden aangewend ten behoeve van ieder gezinslid.
 

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

1. De subsidie wordt als bedrag om niet verstrekt en bedraagt per kalenderjaar:
a. € 100,00 voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder;
b. € 200,00 euro voor gehuwden.
2. De subsidie wordt verhoogd met € 100,00 voor ieder ten laste komend kind van de alleenstaande ouder of de gehuwden.
3. Indien één van de gehuwden op de aanvraagdatum is uitgesloten van het recht op subsidie als gevolg van de uitsluitingsgronden genoemd in artikel 9, komt de partner wel in aanmerking voor een subsidie berekend naar de hoogte van een alleenstaande of een alleenstaande ouder, indien deze voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8.
 

Artikel 8. Voorwaarden

1. Een subsidie voor de onder artikel 6 genoemde kosten wordt verstrekt indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. De alleenstaande of het gezin woonplaats heeft in de gemeente, en;
b. De alleenstaande of het gezin een inkomen heeft dat niet hoger is dan 115% van de toepasselijke bijstandsnorm, waarbij de toepasselijke bijstandsnorm voor gehuwden wordt vastgesteld op het bedrag genoemd in artikel 21 aanhef onder c van de Wet werk en bijstand en voor een alleenstaande op 70% van dat bedrag en voor een alleenstaande ouder op 90% van dat bedrag, en;
c. De alleenstaande of het gezin niet beschikt over een vermogen dat hoger is dan het op grond van de Wet werk en bijstand toegestane bescheiden vermogen ex artikel 34, lid 3 van de Wet werk en bijstand, waarbij het meer dan bescheiden vermogen in de eigen bewoonde woning, waaronder mede verstaan woonwagen en woonboot, niet meetelt.
2. Tot het inkomen, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt niet gerekend:
a. De middelen, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid van de Wet werk en bijstand;
b. Verstrekkingen in het kader van de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag.
3. Voor het vaststellen van het inkomen is bepalend:
a. Bij regelmatig genoten inkomsten binnen het kalenderjaar: het inkomen van de maand voorafgaand aan de aanvraagdatum;
b. Bij niet regelmatig genoten inkomsten binnen het kalenderjaar: de som van de inkomsten over de 3 maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum.
4. Voor het vaststellen van het vermogen is bepalend het vermogen van de 25e van de maand voorafgaand aan de aanvraagdatum.
 

Artikel 9. Uitsluitingsgronden

Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. Personen jonger dan 18 jaar, tenzij zij op de aanvraagdatum een zelfstandige huishouding voeren en niet ten laste komend zijn van de ouder(s);
b. Vreemdelingen die op de aanvraagdatum niet worden gelijkgesteld met Nederlanders, zoals bedoelt in de artikelen 11 lid 2 en 3 van de Wet werk en bijstand;
c. Personen aan wie op de aanvraagdatum rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
d. Personen van 18 jaar en ouder die op de aanvraagdatum een opleiding volgen als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgen als genoemd in de WSF 2000.
 

Artikel 10. Aanvragen van subsidie

1. Een subsidieaanvraag moet op een door daarvoor vastgesteld aanvraagformulier bij de gemeente of het samenwerkingsverband Werk en Inkomen worden ingediend onder overlegging van de op dat formulier genoemde bescheiden.
2. Bij de subsidieaanvraag dient de alleenstaande of het gezin aan te geven voor welke kosten de subsidie wordt aangewend en te verklaren dat deze kosten zijn gemaakt of gemaakt zullen worden in het betreffende kalenderjaar.
3. Een aanvraag voor subsidie moet zijn ingediend voor het einde van het eerste kwartaal volgend op het kalenderjaar waarin de kosten als bedoeld in artikel 6 zijn gemaakt.
 

Artikel 11. Rechtmatigheid

1. Door middel van een steekproef kan onderzoek worden gedaan naar de rechtmatigheid van de subsidieverstrekkingen.
2. Indien uit feiten en/ of omstandigheden blijkt dat aan de alleenstaande of het gezin ten onrechte of teveel subsidie is verstrekt wordt het ten onrechte of teveel verstrekte subsidiebedrag verrekend met toekomstige aanspraken op de subsidie.
 

Artikel 12. Onvoorziene gevallen

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, nemen burgemeester en wethouders een beslissing.

 

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

 

Artikel 14. Citeerartikel

Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening Stimuleringssubsidie Maatschappelijke Participatie”.