Verordening rechtspositie raadsleden en wethouders gemeente Valkenswaard 2007

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingVerordening rechtspositie raadsleden en wethouders gemeente Valkenswaard 2007
CiteertitelVerordening rechtspositie raadsleden en wethouders gemeente Valkenswaard 2007
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-06-2007 n.v.t. nieuwe verordening 30-05-2007 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De gemeenteraad van Valkenswaard in zijn openbare vergadering van 28 juni 2007

 

gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet,
gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden,

 

besluit vast te stellen de volgende verordening

 

Verordening rechtspositie raadsleden en wethouders gemeente Valkenswaard 2007

Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
b. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;
c. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
d. Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR;
e. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
f. raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
g. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;
h. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
i. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet.

Hoofdstuk II. Voorzieningen voor raadsleden

Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden
De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 9 vastgestelde maximum.

 

Artikel 3 Onkostenvergoeding
1. Voor de vergoeding van kosten welke verband houden met de uitoefening van het raadslidmaatschap is het bepaalde in tabel II “Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden” van toepassing.
2. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, worden in afwijking van het eerste lid de onkosten vergoed volgens tabel III van het “Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden”.

 

Artikel 4 Berekening en betaling vaste vergoedingen
1. Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
2. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.

 


Artikel 5 Reiskosten
1. Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente vergoed.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt:
a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling rechtspositie wethouders.

 

Artikel 6 Verblijfkosten
De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed.

 

Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium
1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
2. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, meldt dit bij de voorzitter van de raad. De melding gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.

 

Artikel 8 Computer en internetverbinding
Aan een raadslid kunnen de kosten voor thuisgebruik van een computer, randapparatuur en benodigdheden worden vergoed. Het te vergoeden bedrag wordt jaarlijks vastgesteld. De uitbetaling vindt plaats in maandelijkse termijnen.

 

Artikel 9 Spaarloonregeling/levensloopregeling
1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.
2. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet
op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt
kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de
loonbelasting 1964.
3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.
4. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige
vergoeding van de gemeente.

 

Artikel 10 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid
De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden
verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
arbeidsongeschiktheid.

 

Artikel 11 Compensatie korting werkloosheidsuitkering
1. In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
2. In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.

 

Artikel 12 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad
1. Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.

 

Artikel 13a Ziektekostenvoorziening
1. Voor de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering wordt verwezen naar artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
2. In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest
ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal
dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
3. De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in maandelijkse
termijnen.

 

Artikel 13b Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte
1. De artikelen 2 tot en met 4, 8, 9 tot en met 11 en 13a blijven van toepassing op het raadslid aan
wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van
artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
bepalingen van toepassing is.
2. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 10 tot en met 13a van deze
verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van
een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens
zwangerschap en bevalling of ziekte.
 

Hoofdstuk III. Voorzieningen voor wethouders

Artikel 14 Onkostenvergoeding
De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap verbonden kosten is gelijk aan
het bedrag voor gemeenteklasse (18.001- ), vermeld in artikel 25 van het
Rechtspositiebesluit wethouders.

 

Artikel 15 Zakelijke reiskosten
1. Aan de wethouder wordt voor reiskosten ter zake van reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt, niet zijnde woon-werkverkeer, een vergoeding verleent.
De vergoeding bedraagt:
a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de reiskosten;
b. bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders, zoals die is per datum inwerkingtreding respectievelijk zoals die zal zijn na wijziging van fiscale wetgeving;
c. een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten.

 

Artikel 16 Buitenlandse dienstreis
Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed.

 

Artikel 17 Cursus, congres, seminar of symposium
1. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van de gemeente.
2. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de burgemeester. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.

 

Artikel 18 Computer en internetverbinding
Aan een wethouder kunnen de kosten voor thuisgebruik van een computer, randapparatuur en benodigdheden worden vergoed. Het te vergoeden bedrag wordt jaarlijks vastgesteld. De uitbetaling vindt plaats in maandelijkse termijnen.

 

Artikel 19 Mobiele telefoon
1. Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die uitsluitend zakelijk wordt gebruikt.
2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

 

Artikel 20 Spaarloonregeling/levensloopregeling
1. De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.
2. De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet
op de loonbelasting 1964.
3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.
4. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige
vergoeding van de gemeente.

 

Artikel 21 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten
De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste
van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
a. reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling
rechtspositie wethouders;
b. verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in
artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.
 

Hoofdstuk IV. De procedure van declaratie

Artikel 22 Betaling van kosten
Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door
a. betaling uit eigen middelen; of door
b. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.

 

Artikel 23 Declaratie van vooruit betaalde kosten
1. Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 15, 16 en 17 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, indien deze kosten uit eigen middelen zijn betaald.
2. Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.


Artikel 24 Rechtstreekse facturering bij de gemeente
1. De vergoeding van kosten, bedoeld in artikel 6, 7, 15, 16, 17 en 18 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.
2. Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.
3. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het declaratieformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar.
 

Hoofdstuk V. Onvoorziene gevallen

Artikel 25 Onvoorziene gevallen
Indien deze verordening in individuele gevallen niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling, waar het gaat om wethouders en de voorzitter van de raad, waar het gaat om raadsleden.

 

Hoofdstuk VI. Citeertitel en inwerkingtreding

Artikel 26 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2007 en werkt voor wat betreft artikel 8 terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft artikel 18 ten aanzien van de op 27 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging.
Artikel 13a werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Artikel 13b werkt terug tot en met 11 oktober 2006.

 

Artikel 27 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raadsleden en wethouders gemeente Valkenswaard 2007.


Valkenswaard,
de gemeenteraad voornoemd,

 


de griffier,                                                                     de voorzitter,
 

 

mr. C.J. Dorsman                                                        drs. A.B.A.M. Ederveen, burgemeester