Verordeningen

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010
CiteertitelVerordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 225 Gemeentewet jo. Parkeerverordening

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2010 n.v.t. nieuwe verordening 16-12-2009 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Valkenswaard in zijn openbare vergadering van 16 december 2009;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2009;

 

registratienummer: 09b&w00842;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Valkenswaard 2007;

                                                                               

                                                                    b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

“Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010”.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990 Stb. 459;
b. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;
c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
d. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens, of gelijkgesteld buitenlands register, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
f. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;
g. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Valkenswaard een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon.
h. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:
1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990;
2. of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E10(E9) uit bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
3. van gemeentewege is gemarkeerd voor het parkeren van vergunninghouders;
i. vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;
j. vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.
k. dagvergunning voor bezoekers voor bewoners: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, geldig voor 1 dag, krachtens welke het voor bezoekers van bewoners in het betaald parkeergebied of vergunninghoudersgebied het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaaten.
l. ceremoniële bezoeker: bezoeker van het centrumgebied van Valkenswaard met als doel het bijwonen van begrafenissen, bruiloften en recepties en de daarbij horende aangelegenheden.
 

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:
a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening staat aangegeven.
 

Artikel 3. Belastingplicht

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
2. indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
 

Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel en gebiedsaanduiding, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening.

 

Artikel 5. Ontstaan van de belastingschuld

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer;
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend;
 

Artikel 6. Wijze van heffing en termijnen van betaling

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel door middel van het werpen van geld in parkeerapparatuur ofwel het gebruik van de real-time parkeerkaart en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven;
2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de belasting overeenkomstig de aangifte betaald via een automatische incasso, als het bij de aanvang van het in werking stellen van de parkeerappaaratuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald voor of op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend;
4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald;
5. Voor zover voor het voldoen van belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a een schriftelijk bewijs wordt afgegeven, wordt dit bewijs met de tijdsaanduiding duidelijk leesbaar, direct achter de voorruit van het motorvoertuig zichtbaar aangebracht;
6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
 

Artikel 7. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

 

Artikel 8. Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling

1. Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het motorvoertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het motorvoertuig wordt weggereden.
2. Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.
3. Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.
 

Artikel 9. Kosten

1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 51,00.
2. De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem bedragen € 50,00.
3. Het bedrag van de ingevolge het tweede lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.
 

Artikel 10. Vrijstellingen

1. Op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen parkeerplaatsen hebben houders van een invalidenkaart vrijstelling van parkeergeld.
2. Op zon- en feestdagen is geen parkeergeld verschuldigd.
 

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 12. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelastingen.

 

Artikel 13. Intrekking van oude verordening

De “Verordening parkeerbelastingen 1 juli 2003” van 26 juni 2003, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 29 oktober 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding

1. Deze verordening, inclusief de hierna volgende tarieventabel 2010, treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.
 

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening parkeerbelastingen 2010”.

 


Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2009.

 

Kenmerk: 09raad00842

 

de griffier,                                                                             de voorzitter,

 

 

mr. C.J. Dorsman                                                                     drs. A.B.A.M. Ederveen.