Verordeningen

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van een rioolheffing 2010”.
CiteertitelVerordening op de heffing en de invordering van een rioolheffing 2010”.
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 228a Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2010 n.v.t. nieuwe verordening 16-12-2009 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Valkenswaard in zijn openbare vergadering van 16 december 2009;

 

gezien het advies van het college van Valkenswaard van 10 november 2009;

 

registratienummer: 09b&w00849;

 

gelet op artikel 228a van de gemeentewet:

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening:
“Verordening op de heffing en de invordering van een rioolheffing 2010”.

Artikel 1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze verordening wordt:
a. onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater, alsmede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste IBA’s begrepen;
b. onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak.
 

Artikel 2. Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en
b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
 

Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht

De belasting wordt geheven:
1. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering;
2. Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt, ingeval het eigendom een
onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
 

Artikel 4. Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.

 

Artikel 5. Maatstaf van heffing

De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid wordt geheven per eigendom.

 

Artikel 6. Belastingtarieven

De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid bedraagt per eigendom € 145,00.

 

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 8. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld

De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar.

 

Artikel 10. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen
 

Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.

 

Artikel 12. Kwijtschelding

Bij de invordering van de rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 13. Intrekking van oude verordening

De “Verordening rioolrecht 2006” van 26 oktober 2005, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 29 oktober 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.
 

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing 2010”.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2009.

 

Kenmerk: 09raad00849

 

de gemeenteraad voornoemd,
de griffier,                                                                   de voorzitter,

 

 

 

mr. C.J. Dorsman                                                          drs. A.B.A.M. Ederveen