Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing gemeente Valkenswaard 1991

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingSubsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing gemeente Valkenswaard 1991
CiteertitelSubsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing gemeente Valkenswaard 1991
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 41 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-1991 01-01-1991 nieuwe verordening 15-01-1991 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Valkenswaard;
 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15-01-1991;
 

gelet op artikel 41 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
 

besluit :
 

vast te stellen de volgende
                                "Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing gemeente Valkenswaard 1991".

Hoofdstuk 1. ALGEMEEN DEEL

Artikel 1.1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder stads- en dorpsvernieuwing, verder te noemen stadsvernieuwing, de stelselmatige inspanning, zowel op stedebouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied.
 

Artikel 1.2
De gemeenteraad neemt jaarlijks een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor een bepaald jaar beschikbaar wordt gesteld in het belang van de stadsvernieuwing aan natuurlijke of rechtspersonen voor de verschillende sectoren van de samenleving, waaronder in elk geval de bewoners van de huur- en eigen woningen en in het bijzonder te versterking van de positie van de bewoners, het bedrijfsleven en sociale en culturele instellingen. De bedragen voor deze sectoren worden bekend gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
 

Artikel 1.3
1. De gemeenteraad is bevoegd een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag, als bedoeld in artikel 1.2 te verhogen.
2. De gemeenteraad is bevoegd een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag te verlagen, wanneer, mede gelet op het totaal van de voor het betreffende jaar voor die bepaalde sector reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijze kan worden aangenomen dat voor die bepaalde sector van de samenleving aan het einde van het desbetreffende jaar gelden zullen resteren.
3. Bekendmaking geschiedt op dezelfde wijze als voorgeschreven in artikel 1.2.
 

Artikel 1.4
De gemeenteraad kan de werkingssfeer van deze verordening of onderdelen daarvan naar tijd en plaats beperken.
Een daartoe strekkend besluit wordt bekend gemaakt als voorgeschreven in artikel 1.2.


Artikel 1.5
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang van de stadsvernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening geldelijke steun toe te kennen.
2. Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met steun die op grond van deze verordening of enige andere regeling is of kan worden toegekend.
3. Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van steun voorwaarden verbinden.
 

 

Artikel 1.6
1. Burgemeester en wethouders kennen slechts steun toe voor zover de op grond van artikel 1.2 begrote financiële middelen voor de desbetref-fende sector van de samenleving toereikend zijn.
2. Alle aanvragen om steun op voet van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld.
3. Aanvragen om steun welke in verband met het bepaalde in het eerste lid niet kunnen worden toegekend krijgen in een volgend jaar prioriteit.

 

Artikel 1.7
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de stadsvernieuwing afwijken van de bepalingen van deze verordening. Burgemeester en wethouders zullen hiertoe niet overgaan dan nadat de betrokken commissie is gehoord.
 

Hoofdstuk 2. TOEGELATEN INSTELLINGEN

Artikel 2.1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. toegelaten instelling: een instelling als bedoeld in artikel 59 van de Woningwet;
b. verbetering: ingrijpende woningverbetering onder het regime van de onderscheidene rijksbijdrageregelingen voor groot-onderhoud en
verbetering van woningen van toegelaten instellingen;
c. tijdelijke huisvesting: het noodzakelijk verlaten van de huurwoning en het wonen elders tijdens de uitvoering van verbetering van
woningen;
d. wisselwoning: een woning die meermalen gebruikt wordt als vervangende woning voor bewoners die hun huurwoning moeten verlaten gedurende
de uitvoering van verbetering van woningen.
 

Artikel 2.2
Aan toegelaten instellingen kunnen bijdragen-ineens worden toegekend ter tegemoetkoming in de bij verbetering van woningen te maken kosten voor:
a. de huurderving die ontstaat in de huur van een wisselwoning indien deze hoger is dan die van de tijdelijk verlaten woning, alsmede het
huurverlies wegens leegstand bij het reserveren van de woning als wisselwoning gedurende het verbeteren van woningen;
b. de inrichting van de wisselwoning.
 

Artikel 2.3
De bijdragen ineens bedragen maximaal:
a. voor de in artikel 2.2 onder a bedoelde kosten: ƒ 675,00 per wisselwoning;
b. voor de in artikel 2.2 onder b bedoelde kosten: ƒ 2.675,00 per wisselwoning.
 

Artikel 2.4
De bijdrage ineens wordt toegekend onder de voorwaarde, dat:
1. het rijk geldelijke steun geeft voor de uitvoering van de verbetering.
2. de toegelaten instelling niet op andere wijze in de financiering van de kosten kan voorzien, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders.
 

Artikel 2.5
1. De aanvraag om toekenning van een bijdrage ineens dient op een door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen formulier bij burgemeester en wethouders te worden ingediend onder overlegging van een technisch bouwplan van de verbetering en/of een plan inzake tijdelijke huisvesting.
2. Een aanvraag dient te worden ingediend voordat de toegelaten instelling overgaat tot uitvoering van aktiviteiten die tot toeken-ning van de bijdrage ineens kunnen leiden.
3. Uitbetaling van een op grond van dit hoofdstuk toegekende bijdrage vindt plaats na gereedmelding van het werk.
 

Hoofdstuk 3. VERHUIS- EN HERINRICHTINGSKOSTEN BIJ STADSVERNIEUWINGSAKTIVITEITEN

Begripsbepalingen

Artikel 3.1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Voorzieningen: de voorzieningen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan particuliere
huurwoningen 1985, dan wel die bedoeld in de Regeling geldelijke steun uit 's rijks kas op voet van de Woningwet voor groot onderhoud
en verbetering van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten;
b. Investeringsniveau: de door de minister van volkshuisvesting aanvaarde kosten voor het treffen van voorzieningen of door de
gemeente aanvaarde kosten voor het treffen van voorzieningen, daarbij uitgaande van door de minister van volkshuisvesting gestelde
criteria;
c. Krot: een woning die ongeschikt is ter bewoning en waarvan de gebreken niet door het treffen van lonende voorzieningen kunnen
worden weggenomen;
d. Huurder: degene die ingevolge de bepalingen van het burgerlijk wetboek als zodanig wordt aangemerkt, alsmede degene, niet zijnde de eigenaar, die krachtens andere geldige titel de woning bewoont.
 

Woningverbetering en groot onderhoud

Artikel 3.2
1. Aan een huurder van een in de gemeente Valkenswaard gelegen woning kan door burgemeester en wethouders bij woningverbetering en groot onderhoud een financiële tegemoetkoming worden verstrekt in de verhuis- en herinrichtingskosten, ingeval:
a. aan de door hem bewoonde woning tenminste vier voorzieningen, zoals in het tweede lid genoemd, planmatig worden getroffen
b. er voorzieningen worden getroffea waarvoor door de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer een huurverhoging wordt vastgesteld volgens het schijvenstelsel als bedoeld m de Regeling geldelijke steun uit 's rijks kas op voet van de Woningwet voor groot onderhoud en verbetering van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten, danwel de regeling geldelijke steun voorzieningen aan particuliere huurwoningen 1987.
2. Onder.de vier voorzieningen als in het eerste lid bedoeld wordt verstaan ingrepen die onder een van de hierna genoemde letters a t/m
j voorkomen:
a. herstel van fundering;
b. herstel of vervanging van dragende wanden, van gevels, van buitenkozijnen en van ramen en deuren;
c opheffing van optrekkend en/of doorslaand vocht en van overmatig condensvocht, voorzover dit condensvocht wordt veroorzaakt door de bouwkundige constructie;
d. herstel of vervanging van dakconstructies en/of dakbedekking goten en hemelwaterafvoer;
e. herstel danwel vervanging van vloerconstructies, trappen balkons en galerijen;
f. herstel of vervanging van rookkanalen binnen- of buitendaks-
g. herstel of vervanging van binnenhuisriolering, sanitair en keukenblok, inclusief de aansluiting van het sanitair-
h. herstel of vervanging van gas- en waterleidingen, inclusief de vervanging van kranen; i. herstel of vervanging van de electrische installatie in de bestaande omvang;
j. herstel c.q. vernieuwen van stucwerk, plafonds, binnendeuren en bmnenkozijnen.
 

Artikel 3.3
De tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, wordt met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.12, tweede lid, toegekend als bijdrage ineens en bedraagt bij een investeringsniveau van tenminste ƒ 5.000 00 een vast bedrag van ƒ 500,00. 


Artikel 3.4
1. De tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, wordt bij groot onderhoud uitbetaald aan de huurder.
2. De tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, wordt bij woningverbetering uitbetaald aan:
a. degene die gedurende tenminste zes maanden vóór de aanvang van de verbetering huurder is, medewerking verleend aan het
treffen van voorzieningen aan de woning en in dezelfde woning blijft wonen danwel daarin terugkeert na beëindiging van de verbetering;
b. de huurder die een woning vrijmaakt voor woningverbetering doordat hij binnen zes maanden vóór de aanvang van de verbetering gaat verhuizen.
3. Indien een woning in gedeelten wordt bewoond door meerdere huurders of meerdere personen, die tot één huishouden behoren, gerechtigd zijn tot bewoning van een woning als huurder, wordt de tegemoetkoming door burgemeester en wethouders vastgesteld naar rato van het aantal personen van een huishouden dat gerechtigd  tot het bewonen van een gedeeite van de woning bij hem in gebruik.
 

Artikel 3.5
1. De huurder die voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.2 in aanmerking wenst te komen, dient hiertoe uiterlijk twee maanden na het gereedkomen van de voorzieningen een aanvraag in bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier.
2. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de termijn genoemd in het eerste lid.
 

 

Krotontruiming

Artikel 3.6
Aan een huurder van een in de gemeente Valkenswaard gelegen krot kan door burgemeester en wethouders een tegemoetkoming worden verstrekt in de verhuis- en herinrichtingskosten indien het krot wordt verlaten.
 

Artikel 3.7
De tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.6, wordt toegekend als bijdrage-ineens en bedraagt ƒ 4.000,00.
 

Artikel 3.8
De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.6 wordt slechts verstrekt indien:
a. het krot vrijwillig is ontruimd;
b. het krot gedurende tenminste één jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de ontruiming, bewoond is geweest;
c. vaststaat, dat het krot op korte termijn zal worden afgebroken, danwel verzekerd is, dat het blijvend buiten gebruik zal worden gesteld;
d. niet reeds eerder een tegemoetkoming is verstrekt voor hetzelfde krot.


Artikel 3.9
Indien een krot in gedeelten wordt bewoond door meerdere huurders of meerdere personen die tot één huishouden behoren gerechtigd zijn tot bewoning van een krot als huurder, wordt de tegemoetkoming door burgemees-ter en wethouders vastgesteld naar rato van het aantal personen van een huishouden dat gerechtigd is tot het bewonen van een gedeelte van de woning bij hem in gebruik.
 

Artikel 3.10
In daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komende gevallen kan de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.6, ook worden toegekend ten aanzien van woningen, niet zijnde een krot, die in het kader van de stadsvernieuwing worden afgebroken.
 

Artikel 3.11
1. Een huurder die voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.6 in aanmerking wenst te komen, dient hiertoe uiterlijk twee maanden na het verlaten van het krot een aanvraag in bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier.
2. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders van de termijn genoemd in het eerste lid afwijken.
 

 

Algemeen

Artikel 3.12
1. Een tegemoetkoming op grond van deze regeling wordt niet verstrekt, indien in verband met dezelfde verhuizing reeds een tegemoetkoming' in de verhuis- of herinrichtingskosten is of zal worden toegekend ingevolge enige andere regeling.
2. Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken, indien de op andere gronden toegekende tegemoetkoming lager is dan die welke ingevolge deze verordening zou zijn verstrekt, in welk geval eerstgenoemde tegemoetkoming naar evenredigheid wordt verhoogd.
 

Hoofdstuk 4. MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF

Algemene bepalingen

Artikel 4.1
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. stadsvernieuwingsgebied: een gebied bij besluit van de gemeenteraad aangewezen voor toepassing van dit hoofdstuk;
b. ondernemer: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die rechtmatig een bedrijf uitoefent;
c winst: de winst die dient als grondslag voor de berekening van de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting, met dien verstande dat indien de ondernemer een rechtspersoon is, daaronder mede wordt verstaan de beloning van de bestuurder (s) en de daaraan verbonden ten laste van de rechtspersoon komende sociale lasten;
d. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker;
e. milieuhinderlijk bedrijf: bedrijf dat in ontoelaatbare mate gevaar, schade of hinder veroorzaakt;
f. sanering: het treffen van maatregelen ter vermindering van gevaar, schade of hinder.
2. Indien een onderneming wordt bestuurd door meer dan één ondernemer, worden deze voor de toepassing van deze verordening als één ondernemer aangemerkt.
 

Artikel 4.2
1. Geldelijke steun aan een ondernemer kan worden toegekend ten behoeve van:
a. voortzetting ter plaatse van een in een stadsvernieuwingsgebied gevestigd bedrijf;
b. verplaatsing van een in een stadsvernieuwingsgebied
gevestigd bedrijf, of

c. beëindiging van een in een stadsvernieuwingsgebied gevestigd bedrijf.
Gelijkgesteld met een ondernemer als bedoeld in het eerste lid wordt een ondernemer wiens bedrijf gevestigd is buiten een stadsvernieu-wingsgebied en die zijn omzet geheel of grotendeels binnen dat gebied verwerft.
2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen - de desbetreffende raadscommissie of de gemeenteraad gehoord - bepalen dat een ondernemer wiens bedrijf gevestigd is buiten een stadsvernieuwingsgebied en zijn omzet niet geheel of grotendeels verwerft in een stadsvernieuwingsgebied gelijkgesteld wordt met een ondernemer als bedoeld in het eerste lid van dit artikel indien:
a. de ondernemer zijn bedrijf uitoefent in een bouwblok dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders in het kader van
de uitvoering van het stadsvernieuwingsbeleid wordt aangepakt;
b. bedoeld bouwblok gelegen is in een deel van de gemeente waar overigens geen stadsvernieuwing hoeft plaats te vinden;
c. in bedoeld bouwblok een gering aantal bedrijven gevestigd is.
3. Burgemeester en wethouders kunnen geldelijke steun toekennen ten behoeve van een sanering van een door hen als zodanig aangewezen milieuhinderlijk bedrijf.
In het algemeen zal steun voor sanering door verplaatsing slechts worden verleend, indien die vorm van sanering als de meest doelmati-ge kan worden beschouwd. Indien sanering ter plaatse het meest doelmatig is zal eventuele steun ten behoeve van de verplaatsing van het bedrijf niet méér bedragen dan de steun die bij sanering ter plaatse zal worden toegekend.
 

Artikel 4.3
1. Geldelijke steun aan een ondernemer als bedoeld in artikel 4.2 eerste lid wordt slechts toegekend:
a. indien dat de verwezenlijking van de voor het betrokken stadsvernieuwingsgebied door de gemeenteraad vastgestelde
ruimtelijke economische structuur ten goede komt;
b. indien bij de onderneming waarin detailhandel wordt uitgeoefend niet meer dan 25 personen werkzaam zijn en bij andere
ondernemingen niet meer dan 50 personen;

c. indien het bedrijf dat voortgezet danwel verplaatst wordt levensvatbaar is;
d. indien het bedrijf een redelijke termijn onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de steun aanvraag in hetzelfde pand is uitgeoefend.
2. Geldelijke steun aan de ondernemer als bedoeld in artikel 4.2 tweede lid wordt slechts toegekend:
a. indien bij de onderneming waarin de detailhandel wordt uitgeoefend niet meer dan 25 personen werkzaam zijn en bij andere ondernemingen niet meer dan 50 personen;
b. indien het bedrijf dat voortgezet danwel verplaatst wordt levensvatbaar is;
c. indien het bedrijf een redelijke termijn onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de steun aanvraag in hetzelfde pand is uitgeoefend.
3. Geldelijke steun als bedoeld in artikel 4.2, derde lid wordt slechts toegekend:
a. indien de sanering noodzakelijk en voldoende is om gevaar, schade of hinder tot een aanvaardbaar peil terug te brengen;
b. indien bij de onderneming niet meer dan 50 personen werkzaam zijn;
c. indien het bedrijf dat voortgezet danwel verplaatst wordt levensvatbaar is;
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders van de onder b. genoemde eis ontheffing verlenen.
 

Artikel 4.4
1. Geldelijke steun aan een ondernemer wordt niet toegekend:
indien de ondernemer een bedrijf uitoefent dat ook als vrij beroep uitgeoefend kan worden of indien de ondernemer één of meer van de volgende bedrijven uitoefent:
a. bemiddeling op het gebied van de handel in roerende en onroerende goederen, dienstverlening en arbeidsbemiddeling, met uitzondering van reisbureaus;
b. dienstverlening op het gebied van accountancy, boekhouden of administratie;
c. advisering en dienstverlening, anders dan door aanneming van werk, op het gebied van techniek, bouwkunde, industrieel eigendom, reclame, informatie, incasso, taxatie, alsmede op
juridisch, economisch of fiscaal gebied;
d. exploitatie van schoonheidsinstituten of pedicure-, bad-, heilgymnastiek- of massage-inrichtingen;
e. dienstverlening op het gebied van onderwijs, opleiding, vertaling of rij-instructie.
2. Steun aan een ondernemer wordt niet toegekend:
indien binnen een periode van vijf jaar nadat hem steun ingevolge de Beschikking steun bedrijven stadsvernieuwing 1978, de Verordening steun bedrijven stadsvernieuwing danwel deze verordening is toege-kend, tenzij:
a. de ondernemer binnen de gestelde vijf jaren verschillende verbouwingen uitvoert die zijn te beschouwen als één verbouwing;
b. de ondernemer op verschillende locaties bedrijfsactiviteiten uitvoert en binnen vijf jaar steun aanvraagt voor een van de andere locaties dan waarvoor reeds steun is toegekend;
c. de ondernemer op grond van artikel 4.7 van deze verordening inkomenssteun aanvraagt vanwege de door hem geleden winstdaling, die een rechtstreeks gevolg is van de concrete uitvoering van de stadsvernieuwingsmaatregelen terplaatse.
3. Steun aan ondernemers wordt niet toegekend:
Voor zover een ondernemer geldelijke aanspraken terzake heeft ontleend of kan ontlenen aan andere regelingen, van welke aard ook, met uitzondering van de Algemene bijstandswet (Stb. 1963, 284), de Wet investeringsrekening (Stb.1978, 368) en de Hoofdlijnen bedrijfs-beëindigingshulp 1984 (Stcrt. 1983, 216).
4. Het bepaalde in het derde lid geldt niet terzake van bedrijfsbeëindigingssteun, voor zover de geldelijke aanspraken, die de betrokkene aan andere regelingen heeft ontleend of kan ontlenen, in mindering zijn of kunnen worden gebracht op uitkeringen ingevolge de Hoofdlijnen bedrijfsbeëindigingshulp 1984.
 

Artikel 4.5
In geval van sanering terplaatse dan wel van sanering door verplaatsing wordt de steun in ieder geval toegekend onder de voorwaarde, dat ten behoeve van het bedrijf de met het oog op de daarin of daardoor verrichte activiteiten vereiste vergunningen krachtens de in artikel 6 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne genoemde wetten worden verleend.
 

Artikel 4.6
1. De per onderneming te verlenen steun bedraagt maximaal ƒ 250.000,00, waarbij de in artikel 4.7 genoemde inkomenssteun niet wordt meegere-kend.
2. De steun wordt rechtstreeks aan de ondernemer verleend.
3. Burgemeester en wethouders kunnen wanneer het een sanering van een overeenkomstig artikel 4.2, derde lid aangewezen milieuhinderlijk bedrijf betreft of in andere bijzondere gevallen, afwijken van de in dit artikel en de andere in dit hoofdstuk genoemde maximale steunbe-dragen.
Voortzetting ter plaatse
 

Artikel 4.7
1. Indien de winst van de ondernemer in het boekjaar waarin hij ziin aanvraag indient naar schatting lager is dan de gemiddelde winst over de laatste drie jaren, voorafgaand aan het jaar van de aanvraag en tevens lager is dan ƒ 32.200,00 kan inkomenssteun voor deze winstdaling worden toegekend.
2. De steun kan gedurende twee opvolgende jaren worden verleend. Voor de berekening van de steun in het tweede jaar wordt de op grond van het eerste lid berekende gemiddelde winst.in aanmerking genomen.
3. Burgemeester en wethouders kunnen, indien de'voortgang van het stadsvernieuwingsproces daartoe aanleiding geeft bepalen dat de in het tweede lid genoemde termijn wordt verlengd tot maximaal vier jaar.
4. De ondernemer dient aannemelijk te maken dat de winstdaling een rechtstreeks gevolg is van de concrete uitvoering van stadsvernieuwing .
5. De steun bedraagt het verschil tussen enerzijds de winst van de ondernemer in het boekjaar van zijn aanvraag dan wel het daaropvolgende boekjaar en anderzijds zijn in het eerste lid bedoelde gemiddelde winst, met dien verstande dat
a. de steun tezamen met de winst in het boekjaar van zijn aanvraag niet méér bedraagt dan ƒ 32.200,00;
b. de steun niet méér dan ƒ 32.200,00 bedraagt.
6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien in een bepaald geval naar haar mening bijzondere redenen aanwezig zijn, ontheffing te verlenen van het gestelde in het eerste lid wat betreft het tijdstip van aanvraag.
 

Artikel 4.8
1. Indien de ondernemer, tevens eigenaar, in zijn bedrijfsruimte verbouwingen wil verrichten die noodzakelijk zijn voor de voortzet-ting van zijn bedrijf, kan steun worden toegekend. Indien het een sanering terplaatse betreft kan hiervoor een saneringsbijdrage worden toegekend.
2. De steun wordt toegekend onder de voorwaarde dat bij het treffen van de in het eerste lid genoemde voorzieningen niet geheel of gedeelte-lijk wordt gehandeld in strijd met artikel 3 van het Vestigingsbe-sluit bouwnijverheidsbedrijven 1958.
3. De steun zal een redelijke bijdrage in de kosten van de bedoelde verbouwingen of saneringsmaatregelen zijn.
 

Artikel 4.9
1. Indien de ondernemer/huurder ten gevolge van verbouwingen of saneringsmaatregelen als bedoeld in artikel 4.8 een hogere huur moet gaan betalen, kan hem hiervoor een eenmalige bijdrage worden toegekend, voor zover deze hogere huur geen gevolg is van wezenlijke veranderingen in de aard en omvang van zijn bedrijfsactiviteiten.
2. De steun zal een redelijke bijdrage zijn, gebaseerd op het verschil tussen de oude en de nieuwe huur.
 

Artikel 4.10
1. Aan de ondernemer in wiens bedrijfsruimte verbouwingen worden uitgevoerd of saneringsmaatregelen worden getroffen als bedoeld in artikel 4.8 kan voor de noodzakelijke herinrichting een bijdrage worden toegekend.
2. Artikel 4.8 tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
3. De steun zal een redelijke bijdrage zijn in de genoemde herinrichtingskosten.
 

Artikel 4.11
1. Wanneer vanwege verbouwingswerkzaamheden of saneringsmaatregelen stagnatieschade optreedt kunnen burgemeester en wethouders toeken-nen.
2. De steun, in het eerste lid genoemd, zal ten hoogste ƒ 600,00 per week bedragen over de periode dat het bedrijf stil ligt tot ten hoogste zes weken in totaal.
 


Verplaatsing

Artikel 4.12
1. Indien de ondernemer, tevens huurder, in verband met de verplaatsing van zijn bedrijf een hogere huur moet gaan betalen op de nieuwe vestigingsplaats, kan hem een eenmalige huurgewenningsbijdrage worden toegekend, voor zover deze hogere huur geen gevolg is van niet noodzakelijke veranderingen in de aard en omvang van de bedrij fsactiviteiten.
2. De steun zal een redelijke bijdrage zijn, gebaseerd op het verschil tussen de oude en de nieuwe huur.
 

Artikel 4.13
1. Indien de ondernemer tevens eigenaar, in verband met de verplaatsing van zijn bedrijf hogere huisvestingskosten krijgt op de nieuwe vestigingsplaats kan hem hiervoor een bijdrage worden toegekend, voor zover deze hogere kosten geen gevolg zijn van niet noodzakelijke veranderingen in de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten.
2. De steun zal een redelijke bijdrage zijn in het verschil tussen de waarde van de oude en de nieuwe bedrijfsruimte,.
 

Artikel 4.14
1. Aan de ondernemer die zijn bedrijf verplaatst kan worden toegekend:
a. een verhuiskostenbijdrage;
b. een bijdrage in de kosten van verbouwing- of saneringsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 4.8;
c. een bijdrage in de herinrichtingskosten, bedoeld in artikel 4.10;
d. een bijdrage in de winstdaling ten gevolge van bedrijfsstagnatie.
2. De steun zal bedragen:
a. 100% van de geraamde verhuiskosten;
b. een redelijke bijdrage in de kosten van verbouwing of saneringsmaatregelen;
c. een redelijke bijdrage in de herinrichtingskosten;
d. ten hoogste ƒ 600,00 per'week over de periode dat het bedrijf stil ligt tot ten hoogste zes weken in totaal.
 

 

Beëindiging

Artikel 4.15
Aan een ondernemer kan voor de beëindiging van het bedrijf steun worden toegekend:
1. De beëindigingsuitkering bedraagt 20% van de totale winst over de drie aan het boekjaar waarin de aanvraag om steun wordt ingediend,
voorafgaande boekjaren. Zij is tenminste ƒ 10.000,00 en ten hoogste ƒ 50.000,00.
2. De uitkering wordt toegekend op voorwaarde dat de ondernemer na bedrijfsbeëindiging niet opnieuw binnen de gemeente een bedrijf gaat uitoefenen.
3. De ondernemer moet zich verbinden de ontvangen uitkering terstond als onverschuldigd betaald te restitueren, indien hij de in het tweede lid genoemde voorwaarde niet is nagekomen.
4. De uitkering wordt zo spoedig mogelijk nadat bedrijfsbeëindiging heeft plaatsgevonden uitbetaald.
5. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van de in het tweede lid genoemde voorwaarde verlenen.
 

 

Procedure

Artikel 4.16
1. Een aanvraag om steun als bedoeld in dit hoofdstuk dienst schrifte-lijk te worden ingediend bij burgemeester en wethouders.
2. Een aanvraag dient te worden ingediend voordat de ondernemer overgaat tot uitvoering van activiteiten die tot steuntoekenning kunnen leiden.
 

Artikel 4.17
1. Een aanvraag dient vergezeld te gaan van een advies uitgebracht door één of meerdere door burgemeester en wethouders toegelaten onafhan-kelijke instantie(s). De Kosten van dit advies kunnen worden vergoed.
2. Bij de aanvraag dienen de gegevens te zijn gevoegd die nodig zijn voor de beoordeling.
3. Alvorens op de aanvraag te beslissen kunnen burgemeester en wethouders binnen één maand nadat de aanvraag is ingediend nadere gegevens van de ondernemer verlangen.
4. Burgemeester en wethouders beslissen omtrent de aanvraag binnen twee maanden na de dag waarop de aanvraag ontvangen is of binnen twee maanden nadat de in het derde lid bedoelde gegevens zijn ontvangen. Zij kunnen hun beslissing één maal voor ten hoogste twee maanden verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij toe aan de aanvrager van de steun.
 

Artikel 4.18
De ondernemer dient, voor zover dat redelijkerwijs voor de uitvoering van deze verordening nodig is, desgevraagd aan door burgemeester en wethouders respectievelijk door de in artikel 4.17 eerste lid bedoelde onafhankelijke instantie(s) aangewezen personen gegevens te verstrekken, inzage te geven in zijn boeken en bescheiden en toegang te verlenen tot zijn bedrijfsruimten.
 

Artikel 4.19
1. Burgemeester en wethouders bepalen bij hun besluit tot toekennen van steun het definitieve steunbedrag tenzij het betreft steun ingevolge artikel 4.7 van deze verordening.
2. De gegevens voor de vaststelling van de definitieve uitkering als bedoeld in artikel 4.7 dient de aanvrager binnen drie maanden na afloop van het boekjaar waarop de uitkering betrekking heeft aan burgemeester en wethouders te verstrekken.
3. Indien gunstig wordt beslist op de aanvraag om geldelijke steun kan aan de aanvrager in daartoe aanleiding gevende gevallen een voorschot worden verstrekt.
4. Het voorschot wordt verrekend bij de definitieve uitbetaling. Deze uitbetaling vindt plaats zodra de ondernemer heeft aangetoond dat de activiteiten waarvoor steun is toegekend conform de overgelegde bescheiden zijn verricht.
5. De ondernemer moet zich verbinden de als voorschot ontvangen steun terstond als onverschuldigd betaald te restitueren, indien en voor zover de activiteiten, waarvoor steun is toegekend niet binnen een redelijke termijn en conform de overgelegde bescheiden zijn ver-richt.

 

Hoofdstuk 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1
Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "Subsidieverordening
Stads- en dorpsvernieuwing gemeente Valkenswaard 1991"
 

Artikel 5.2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1991. Per deze datum komen te vervallen de "Subsidieverordening Stads- en dorpsvernieuwing gemeente Valkenswaard 1986" en de "Verordening bijdragen ineens verhuis- en herinrichtingskosten bij stadsvernieuwingsaktiviteiten", met dien verstande, dat deze van kracht blijven voor aanvragen welke zijn gedaan voor het inwerkingtreden van deze verordening.
 

Aldus besloten door de raad van de gemeente Valkenswaard, in zijn openbare vergadering van 28 februari 1991,
 

 

De secretaris,                                                                           De voorzitter