Referendumverordening gemeente Valkenswaard 2008

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingReferendumverordening gemeente Valkenswaard 2008
CiteertitelReferendumverordening gemeente Valkenswaard 2008
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 149 Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
02-06-2010 n.v.t. nieuwe verordening 17-06-2008 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De gemeenteraad van de gemeente Valkenswaard;
 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 juni 2008;
 

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
 

besluit vast te stellen de
 

                                Referendumverordening gemeente Valkenswaard 2008

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:
a. referendum: een raadgevende volksstemming - op initiatief van de bevolking - waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een voorgenomen besluit van de raad.
b. kiesgerechtigden: personen die kunnen worden aangemerkt als zijnde kiesgerechtigd volgens het bepaalde in de Kieswet, artikel B3.
c. ingezetenen: personen die woonachtig zijn in de gemeente Valkenswaard volgens de Basisadministratie persoonsgegevens, conform het bepaalde in de Kieswet, artikel B4.
d. voor de beoordeling of iemand kiesgerechtigd is, is de situatie op de dag van indiening van het inleidend referendumverzoek bepalend.
e. vakantieperiode: de periode waarin in de gemeente Valkenswaard geen basisonderwijs wordt gegeven.
 

Artikel 2. Onderwerp van referendum

1. Referenda kunnen uitsluitend worden gehouden op initiatief van de bevolking over
een voorgenomen raadsbesluit of over een beleidskwestie waarvan de beslissingsbevoegdheid bij de raad berust. In Valkenswaard zal daarom slechts sprake zijn van raadgevende en niet van raadplegende referenda. Leden van de referendumcommissie zijn niet gerechtigd tot het indienen van een referendumverzoek.
2. Een referendum kan niet worden gehouden over:
a. een voorgenomen raadsbesluit in bezwaar of beroep.
b. een voorgenomen raadsbesluit tot het voor kennisgeving aannemen van nota' s,
rapporten en andere beleidsstukken.
c. een voorgenomen raadsbesluit over de vaststelling van geldelijke
voorzieningen van ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden.
d. een voorgenomen raadsbesluit over benoemingen, ontslagen en schorsingen.
e. een voorgenomen raadsbesluit tot het vaststellen van de begroting en de
rekening.
f. een voorgenomen raadsbesluit tot het vaststellen van de gemeentelijke tarieven
en belastingen.
g. een voorgenomen besluit waarover de raad geen beslissingsbevoegdheid heeft,
h. een voorgenomen raadsbesluit waarvan het belang van een referendum in een
onevenredige verhouding staat tot een spoedeisend belang van de gemeente, dat mede kan worden veroorzaakt door verplichtingen aan derden, i. een voorgenomen raadsbesluit dat een gehele of gedeeltelijke uitwerking is van of uitvoering geeft aan een eerder raadsbesluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden.
 

Artikel 3. De referendumcommissie

1. De gemeenteraad stelt een referendumcommissie in.
2. De raad benoemt de leden van de referendumcommissie voor een periode van vier jaar, waarna verlenging met maximaal een periode kan plaatsvinden.
3. De referendumcommissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden.
4. Het lidmaatschap van de referendumcommissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad, het ambt van burgemeester, het ambt van wethouder en een dienstverband bij de gemeente Valkenswaard.
5. Leden van de referendumcommissie onthouden zich van commissiewerkzaamheden ten behoeve van die onderwerpen waarbij zij persoonlijk of in georganiseerd verband een aantoonbaar belang hebben.
De referendumcommissie heeft als taken:
a. toezicht houden op het verloop van de referendumprocedure.
b. adviseren aan de raad en/of het college over de toepassing van de Referendumverordening.
c. adviseren over de vraagstelling en antwoordcategorieën van het referendum.
d. inhoudelijk toetsen van het door de gemeente te gebruiken voorlichtingsmateriaal over de procedure van het referendum.
e. behandelen van en adviseren over klachten over de referendumprocedure.
 

Artikel 4. Het inleidend referendumverzoek

1. Kiesgerechtigden kunnen over een door de raad te nemen besluit een verzoek indienen tot het houden van een referendum. Een referendumverzoek bestaat uit een inleidend verzoek en een definitief verzoek.
2. Het inleidend verzoek moet ten minste vijf werkdagen vóór de raadsvergadering waarvoor het raadsvoorstel is geagendeerd schriftelijk worden ingediend bij de griffier. De griffier leidt het verzoek per omgaande door naar de referendumcommissie.
3. Het inleidend verzoek vermeldt welk raadsvoorstel het betreft. Het verzoek moet worden ondersteund door een aantal kiesgerechtigden dat ten minste gelijk is aan 0,7 procent van het totaal aantal kiesgerechtigden van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen.
4. Bij het verzoek dient te worden gevoegd een lijst met de geslachtsnamen, voornamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de kiesgerechtigden die het verzoek indienen en van de ondersteunende kiesgerechtigden. Een kiesgerechtigde mag niet meer dan één ondersteuningsverklaring indienen.
5. Een formulier voor indiening van een inleidend verzoek, inclusief standaard handtekeningenlijsten, is verkrijgbaar bij de griffier en moet na invulling weer bij de griffier worden ingediend.
 

Artikel 5. De beslissing op het inleidend verzoek

1. De referendumcommissie toetst het verzoek aan de weigeringsgronden zoals geformuleerd in artikel 2, lid 2. Ten aanzien van de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 2, lid 2 sub i en artikel 2, lid 2 sub j wint de referendumcommissie nadere expertise in bij het college en de raad.
2. De uitkomst van de toetsingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 wordt op schrift gesteld, onverwijld maar uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de betreffende raadsvergadering ter kennis gebracht van de raad en het college en vervolgens ter archivering toegestuurd aan de griffier.
3. Als uit de toetsing blijkt dat sprake is van weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 2, lid 2 sub i en artikel 2, lid 2 sub j - of indien daarover verschil van mening bestaat binnen de raad en/of het college of tussen raad en college - wordt de referendumcommissie belast met een nader onderzoek, uitmondend in een advies. In dat geval wordt de beslissing op het inleidend verzoek verdaagd met ten hoogste twee weken.
4. De raad besluit:
a. of het inleidend verzoek voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen.
b. of het inleidend verzoek een raadsbesluit betreft waarover, gelet op het bepaalde in artikel 2, lid 2 een referendum kan worden gehouden.
5. De raad kan de behandeling van het inleidend verzoek ten hoogste verdagen tot de volgende raadsvergadering.
6. De beslissing op het inleidend verzoek wordt binnen een week na de raadsvergadering bekendgemaakt aan de indiener van het verzoek.
 

Artikel 6. Het definitief referendumverzoek

1. Binnen zes weken na de datum van de bekendmaking van de beslissing op het inleidend verzoek kunnen kiesgerechtigden een definitief verzoek indienen tot het houden van een referendum over het raadsbesluit.
2. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de griffier. De griffier leidt het verzoek door naar de referendumcommissie.
3. Het verzoek moet worden ondersteund door een aantal kiesgerechtigden dat ten minste gelijk is aan 3,5 procent van het aantal kiesgerechtigden van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen.
4. Bij het verzoek dient te worden gevoegd een lijst met de geslachtsnamen, voornamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de kiesgerechtigden die het verzoek indienen en van de ondersteunende kiesgerechtigden. Een kiesgerechtigde mag niet meer dan één ondersteuningsverklaring indienen.
5. Voor de vaststelling van het in lid 3 bedoelde aantal worden de kiesgerechtigden die het inleidend verzoek hebben ondersteund meegerekend.
6. Als de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn in een vakantieperiode valt, wordt de genoemde termijn met ten hoogste zes weken verlengd.
7. Een formulier voor indiening van een definitief verzoek, inclusief standaard handtekeningenlijsten, is verkrijgbaar bij de griffier en moet na invulling weer bij de griffier worden ingediend.
 

Artikel 7. Beslissing op het definitief verzoek

1. Nadat de termijn van zes weken, zoals bedoeld in artikel 6, is verstreken, worden de formulieren aan de referendumcommissie ter hand gesteld.
2. De referendumcommissie houdt maximaal tien werkdagen na afloop van de termijn van zes weken een openbare zitting. Datum en tijd worden bij de eerstvolgende gelegenheid via de bij de gemeente gebruikelijke communicatiekanalen bekendgemaakt.
3. Tijdens de zitting stelt de referendumcommissie het aantal geldige en het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen vast. De voorzitter maakt de aantallen bekend aan de aanwezigen.
4. De referendumcommissie besluit vervolgens of het definitief verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten. De referendumcommissie besluit slechts dan dat het referendum niet is toegelaten, indien het aantal geldige ondersteuningsverklaringen geringer is dan het vereiste aantal, zoals bedoeld in artikel 6, lid 3.
5. Het besluit tot toelating van een definitief verzoek houdt tevens de vaststelling in, dat een referendum zal worden gehouden.
6. De voorzitter van de referendumcommissie stelt de raad in kennis van het besluit tot toelating van het definitief verzoek.
7. Van de werkzaamheden van de referendumcommissie wordt schriftelijk verslag gedaan. Dat verslag wordt voor akkoord getekend door de aanwezige leden van de referendumcommissie.
8. Het besluit van de referendumcommissie op de indiening van het definitief verzoek wordt uiterlijk op de eerstvolgende werkdag bekendgemaakt aan de indiener.
 

Artikel 8. Raadsbesluit na afwijzing van het definitief referendumverzoek

Als is vastgesteld dat over het raadsvoorstel geen referendum zal worden gehouden, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de inwerkingtreding van het betreffende raadsvoorstel.

 

Artikel 9. Raadsbesluit na toelating van het definitief referendumverzoek

1. De raad beslist tij dens de eerstvolgende raadsvergadering na het besluit van de referendumcommissie tot toelating van het definitief verzoek over het tijdstip van het referendum.
2. Het referendum vindt plaats ten minste 42 en uiterlijk 90 dagen na de datum van toelating van het definitief verzoek.
3. De datum van het referendum wordt bij de eerstvolgende gelegenheid via de bij de gemeente gebruikelijke communicatiekanalen bekendgemaakt.
4. Als de dag van het referendum zou vallen binnen een periode van zes maanden voor het tijdstip van een algemene verkiezing, kan de raad in afwijking van het eerste lid beslissen dat het referendum tegelijkertijd met die algemene verkiezing wordt gehouden.
5. Als de afloop van de in het tweede lid benoemde termijn valt in een vakantieperiode, wordt de genoemde termijn verlengd met ten hoogste zes weken.
 

Artikel 10. Vraagstelling van het referendum

1. Op het stembiljet wordt aan de kiezers de vraag gesteld of zij voor of tegen het betreffende raadsvoorstel zijn.

2. Als een raadsvoorstel uit meerdere onderdelen bestaat, wordt een formulering gekozen die alle onderdelen bestrijkt.
3. Toetsing van correctheid en volledigheid van de vraagstelling berust bij de referendumcommissie.
 

Artikel 11. Geldigheid van de uitslag van het referendum

1. De uitslag van een referendum is geldig als het aantal geldige stemmen ten minste gelijk is aan 30 procent van het aantal kiesgerechtigden bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen.
2. Een referendum geldt als een raadgevende uitspraak tot instemming met c.q. afwijzing van een raadsvoorstel, als een meerderheid (50 procent plus 1) van de opgekomen kiesgerechtigden die een geldige stem hebben uitgebracht zich voor c.q. tegen het raadsvoorstel uitspreekt.
 

Artikel 12. Informatie

1. De referendumcommissie is verantwoordelijk voor een goede, tijdige en zo breed mogelijk verspreide informatievoorziening over het referendum. Ondersteuning hierbij wordt geboden door de griffier en de gemeentelijke communicatieadviseurs.
2. De tekst van het raadsvoorstel waarover het referendum wordt gehouden - aangevuld met een publieksvriendelijke versie - liggen uiterlijk zes weken voor het referendum ter inzage in de informatiehoek in het gemeentehuis, in de openbare bibliotheek en op andere daartoe aangewezen plaatsen. Dezelfde informatie is ook te vinden op de gemeentelijke website.
 

Artikel 13. Procedure rond de stemming

1. Het Kennisteam van de afdeling Publiekszaken draagt zorg voor de organisatie van het referendum, onder eindverantwoordelijkheid van het college.
2. De stemming vindt plaats in de stemdistricten zoals die voorafgaand aan het referendum worden vastgesteld door het college.
3. De openingstijden van de stembureaus zijn gelijk aan die tijdens raadsverkiezingen.
4. De stemming is geheim.
5. Ten aanzien van stemmen bij volmacht en stemmen in een ander stemlokaal dan waarvoor de kiezerspas geldt, gelden dezelfde voorwaarden als bij raadsverkiezingen.
6. De voorwaarden voor stemgerechtigdheid bij een referendum zijn gelijk aan de voorwaarden voor stemgerechtigdheid bij raadsverkiezingen.
7. Onmiddellijk nadat de stemming ten einde is, vindt de stemopneming plaats.
8. Ieder stembureau stelt vast:
a. het aantal stemmen vóór het raadsvoorstel waarover het referendum is gehouden.
b. het aantal stemmen tegen het raadsvoorstel waarover het referendum is gehouden.
c. de som van de onder a en b van dit artikel bedoelde aantal stemmen, zijnde het aantal geldige uitgebrachte stemmen.
d. het aantal ongeldige stemmen.
e. het aantal kiesgerechtigden dat bevoegd is in het stemdistrict aan de stemming deel te nemen.
9. De hoofden van de stembureaus dragen er zorg voor dat de processen-verbaal en overige bescheiden worden overgebracht naar het hoofdstembureau.
10. Het hoofdstembureau gaat onmiddellijk na ontvangst van de processen-verbaal van de stembureaus over tot de werkzaamheden tot het vaststellen van de uitslag van het referendum.
11. Het hoofdstembureau stelt vast:
a. het aantal stemmen voor het raadsvoorstel waarover het referendum gehouden is.
b. het aantal stemmen tegen het raadsvoorstel waarover het referendum gehouden is.
c. de som van de aantallen stemmen onder a en b, zijnde het aantal geldige stemmen.
d. het aantal ongeldige stemmen.
e. het aantal kiesgerechtigden per stemdistrict en het totaal aantal kiesgerechtigden.
12. Direct na de stemopneming maakt de voorzitter van het hoofdstembureau de aantallen stemmen bekend.
13. Van de stemuitslag wordt proces-verbaal opgemaakt.
14. Het hoofdstembureau stelt vast of een meerderheid zich voor c.q. tegen het raadsvoorstel heeft uitgesproken.
15. De uitslag wordt zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt via de gebruikelijke informatiekanalen.
16. De voorzitter van het hoofdstembureau zendt een afschrift van het proces-verbaal naar de raad.
 

Artikel 14. Raadsbesluit na de uitslag

1. Zo spoedig mogelijk na het referendum neemt de raad een besluit op het betreffende raadsvoorstel.
2. Onverlet het niet-bindende karakter van het referendum staat het de raad vrij zich vooraf te committeren aan de uitslag van het referendum. Een besluit tot committering wordt genomen op basis van een gewone meerderheid.
 

Artikel 15. Kieswet van overeenkomstige toepassing

1. Onverminderd bovenstaande artikelen zijn ten aanzien van de inrichting van de stembureaus, de stemming en de stemopneming en overige zaken de bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit bij de werking van deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
2. Het hoofdstembureau voor de raadsverkiezingen is tevens het hoofdstembureau voor het referendum.
 

Artikel 16. Strafbepaling

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die bij de stemming:
1. oproepingskaarten, stembiljetten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
2. oproepingskaarten, stembiljetten of volmachtbewijzen die hij zelfheeft nagemaakt of vervalst, of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft.
3. oproepingskaarten, stembilj etten of volmachtbewijzen voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
4. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden.
 

Artikel 17. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag die volgt op de dag van publicatie.

 

Artikel 18. Budget

Bij het besluit tot het houden van een referendum zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid en artikel 9 van deze verordening stelt de raad tevens een budget beschikbaar voor organisatie en voorlichting.

 

Artikel 19. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Referendumverordening'.
 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, d.d. 17 juni 2008