Parkeerverordening Valkenswaard 2007

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingParkeerverordening Valkenswaard 2007
CiteertitelParkeerverordening Valkenswaard 2007
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpparkeren

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 149 Gemeentewet jo. artikel 2 Wegenverkeerswet 1994

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
09-11-2007 n.v.t. nieuwe verordening 08-11-2007 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De gemeenteraad van Valkenswaard in zijn openbare vergadering van 08 november 2007;


Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van september 2007, met kenmerk 07b&w00741;


Gelet op artikel 149 van de gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994


Besluit:


Vast te stellen de:


Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren van voertuigen (Parkeerverordening Valkenswaard 2007)
 

Afdeling I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1.
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. RW 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990 Stb. 459;
b. Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
c. Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een
motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
verboden;
d. Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden
beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens
de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens,
of gelijkgesteld buitenlands register, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
ingeschreven;
e. Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van
verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
parkeerapparatuur wordt verstaan;
f. Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;
g. Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:
1. is aangeduid met bord E09 uit bijlage I van het RVV 1990;
2. is gelegen binnen een vergunninghouderzone aangeduid met de borden E09zb en E09ze uit bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
3. is gelegen binnen een sector van een betaald parkeerzone aangeduid met de borden BW11 lzb en BW11 lze, in combinatie met onderbord OB903-"sectornummer" uit de bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift zone en sectornummer, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
h. Vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen ' parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen. Binnen de gemeente bestaan de volgende typen vergunningen:
1. dagkaart: Een door burgemeester en wethouders verleende vergunning die de vergunninghouder het recht geeft gedurende één dag te parkeren op de daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;
2. bewonersvergunning;
3. bedrijfsvergunning, tijdelijke bedrijfsvergunning en bedrijfsvergunning-algemeen;
4. ambulante parkeervergunning;
5. mantelzorgvergunning.
i. Vergunninghouder; de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
j. Straatgedeelten: straat, plein, terrein, zone of sector;
k. Ambulant bedrijf of instelling: niet-commercieel bedrijf of -instelling, door het college van
B&W als zodanig aangewezen, dat verzorgende en/of dienstverlenende werkzaamheden
heeft;
l. Marktkooplieden: personen die beroepsmatig koopwaar op de weekmarkt in Valkenswaard
aanbieden en aan wie door het college van burgemeester en wethouders een vergunning kan
verlenen voor het innemen van een (tijdelijke) standplaats;
m. Indicatiestelling mantelzorg: een aanwijzing / bewijs, op een door het college van
burgemeester en wethouders aangegeven wijze afgegeven, dat de desbetreffende persoon
hulpbehoevend is en mantelzorg nodig heeft;
n. Onderneming: bedrijfsvorm die geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;
0. Instelling: bedrijfsvorm die niet geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel,' maar wel
toegankelijk is voor publiek;
 

Afdeling II. Plaatsen voor vergunninghouders en vergunningen

Artikel 2. Aanwijzen straatgedeelten
1. Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit, straatgedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
2. Burgemeester en wethouders kunnen daarbij:
a. de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is toegestaan;
b. het maximum aantal uit te geven vergunningen per straatgedeelte aangeven;
c aangeven voor welk(e) straatgedeelte(n) sprake is van een gegarandeerde parkeerplaats door middel van een slagboom of anderszins.

Artikel 3. Vergunningverlening
1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen of een gegarandeerde parkeerplaats.
2. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze:
a. volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA) woont binnen het gebied waar
belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. Per woning kunnen meerdere
bewonersvergunningen en/of dagkaarten worden afgegeven;
b. een onderneming of instelling gevestigd heeft binnen het gebied waar
belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. Per onderneming of instelling kunnen meerdere
(tijdelijke) bedrijfsvergunningen, dagkaarten en/of bedrijfsvergunningen-algemeen
worden verleend;
c. als een ambulant bedrijf of -instelling door het college van burgemeester en wethouders is
aangewezen. Per ambulant bedrijf of -instelling kunnen meerdere ambulante
vergunningen worden verleend;
d. een indicatie heeft verkregen, op een door het college van burgemeester en wethouders
aangegeven wijze, dat hij/zij hulpbehoevend is en mantelzorg nodig heeft. De
mantelzorgvergunning wordt afgegeven op naam van de hulpbehoevende.
3. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één of meer van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
4. Burgemeesters en wethouders kunnen op een, door hen nader te bepalen terrein, aan marktkooplieden een vergunning verlenen voor het parkeren van hun motorvoertuig op één marktdag per week respectievelijk twee marktdagen per week.
 

Artikel 4. Beperking aan een vergunningverlening
1. Aan een vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.
2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
 

Artikel 5. Vergunningaanvraag
1. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, bij openbaar besluit regels geven omtrent:
a. het aanvragen en verlenen van een vergunning;
b. de eisen waaraan een aanvrager van een vergunning moet voldoen;
c. het aantal per adres te verlenen vergunningen, alsmede het aantal op vergunningen te
vermelden kentekens;
d. het aantal per bedrijf uit te geven vergunningen, als bedoeld in art. 3, lid 2, sub b en c;
e. de wijze waarop het belang van het gebruik voor uitoefening van de instelling of
onderneming door aanvrager moet worden aangetoond;
f. de behandeling en afhandeling van aanvragen van een vergunning;
g. de berekening van de verschuldigde parkeerbelasting voor vergunningen welke in de loop
van eenjaar, dan wel voor een deel van het jaar worden aangevraagd;
h. de uitgifte van vergunningen in bijzondere gevallen.
2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst op een aanvraag voor een vergunning.
3. Burgemeester en wethouders kunnen de in het lid 2 genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.
 

Artikel 6. Voorschriften van een vergunning
1. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de periode waarvoor de vergunning geldt;
b. het gebied waarvoor de vergunning geldt.
2. Een bewonersvergunning bevat naast de in lid 1 genoemde gegevens eveneens het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.
3. Een bewonersvergunning wordt verleend voor de duur van 24 maanden.
4. Een bedrijfsvergunning wordt verleend voor de duur van 12 maanden.
5. Een tijdelijke bedrijfsvergunning wordt voor minimaal een maand verleend.
6. Een bedrijfsvergunning-algemeen wordt verleend voor de duur van 12 maanden.
7. Een dagkaart wordt op de dag van gebruik ingevuld/aangebracht in verantwoordelijkheid van de houder van het te parkeren motorvoertuig. Een dagkaart is alleen geldig op de ingevulde datum tot 24.00 uur.
8. Per jaar worden maximaal 150 stuks dagkaarten verstrekt. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten meer dan 150 dagkaarten per jaar te verlenen.
9. Een vergunning voor ambulante diensten wordt verleend voor de duur van 12 maanden.
10. Een mantelzorgvergunning wordt verleend voor de duur van maximaal 24 maanden.
 

Artikel 7. Intrekking of wijziging
1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend,
metterwoon verlaat of de instelling of onderneming beëindigt. De vergunninghouder dient hiervan mededeling te doen aan burgemeester en wethouders;
c. wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren bij
het verlenen van de vergunning;
d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
e. wanneer de vergunninghouder in strijd handelt met de aan de vergunning verbonden
voorschriften;
f. wanneer blijkt dat bij de aanvraag om vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
g. om redenen van openbaar belang.
 

Afdeling III. Nieuw Afdeling

Artikel 8.
1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan:
a. op een parkeerapparatuurplaats;
b. op een belanghebbendenplaats.
2. Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd of verhinderd.
3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.
 

Artikel 9.
1. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere betaalmiddelen dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.
 

Artikel 10.
1. Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden waarop het parkeren daar
slechts tegen betaling is toegestaan:
a. zonder dat het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbaar en geldig
parkeerbewijs voor de desbetreffende parkeerlocatie;
b. een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de parkeerapparatuur aangeeft dat de
parkeertermijn is verstreken.
2. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het parkeren op de betreffende categorie parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
3. Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op parkeerapparatuurplaatsen waar, op grond van de vigerende Verordening Parkeerbelastingen Valkenswaard, naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
5. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan, aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:
a. zonder vergunning of dagkaart;
b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning;
c. in strijd met de aan die vergunning verbonden voorwaarden.
6. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid
van dit artikel.

Afdeling IV. Strafbepaling

Artikel 11.
Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.
 

Afdeling V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:
a. De politieambtenaren van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost en de leden van de
Koninklijke Marechaussee, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn
toevertrouwd is;
b. de door het college aangewezen parkeercontroleurs en overige door het college
aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren, voorzover het de feiten betreft die in
de aanwijzing zijn vermeld;
c. de ambtenaren van het Team Toezicht & Handhaving, de ambtenaren van het Team
Beleid & Strategie, de ambtenaren van het Team Juridische Zaken, de ambtenaren van de
gemeentelijke afdeling Brandweer, de ambtenaren van de gemeentelijke brandweer
binnen het samenwerkingsverband Valkenswaard - Waalre - Bergeijk, de ambtenaren van
de regionale brandweer Zuidoost Noord- Brabant en de ambtenaren van de Milieudienst
Regio Eindhoven, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn
toevertrouwd;
d. de door het college aangewezen toezichthouders van de Vereniging Natuurmonumenten,
voorzover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld;
e. de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens
hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Valkenswaard 2007 bepaalde
(Prostitutie Controle Team).
2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.
 

Artikel 13.
Deze verordening kan worden aangehaald als: "Parkeerverordening Valkenswaard 2007". Deze verordening treedt in werking op een door burgemeester en wethouders nader te bepalen dag na die van bekendmaking.
Vergunningen welke zijn verleend krachtens de " Parkeerverordening Valkenswaard 1 juli 2003" worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.


Valkenswaard,


de gemeenteraad voornoemd,


de griffier,                                  de voorzitter,


mr. CJ. Dorsman                    drs. A.B.A.M. Ederveen