Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Valkenswaard
Officiële naam regelingMaatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010
CiteertitelMaatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet en de artikelen 12, eerste lid, onderdeel b en 41, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren;

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-10-2010 n.v.t. nieuwe verordening 30-09-2010 Onbekend onbekend

Tekst van de regeling

De Raad van de gemeente Cranendonck, Heeze-Leende, Waalre en Valkenswaard,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenswaard d.d. 30 september 2010,

 

gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet en de artikelen 12, eerste lid, onderdeel b en 41, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren;

 

besluit vast te stellen de volgende
MAATREGELENVERORDENING WET INVESTEREN IN JONGEREN 2010

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht.
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet investeren in jongeren;
b. maatregel: het verlagen van de inkomensvoorziening op grond van artikel 41, eerste lid, van de wet.

 

Artikel 2. Het afstemmen van een maatregel
Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de jongere de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert en kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen.

 

Artikel 3. Berekeningsgrondslag
De maatregel wordt toegepast op de voor de jongere van toepassing zijnde inkomensvoorzienigsnorm.
 

 

Artikel 4. Het besluit tot opleggen van een maatregel
In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval vermeld:
a. de reden van de maatregel;
b. de duur van de maatregel;
c. het percentage en het bedrag waarmee de inkomensvoorziening wordt verlaagd; en
d. indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaard maatregel.
 

 

Artikel 5. Horen van belanghebbende
1. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de jongere in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten indien:
a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de jongere al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
c. de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 11, vierde lid, van de wet werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 44 van de wet; of
d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
 

 

Artikel 6. Waarschuwing of afzien van het opleggen van een maatregel
1. Het college kan bij een eerste maatregelwaardige gedraging volstaan met het geven van een waarschuwing in het geval de jongere kennelijk niet heeft beoogd zijn plichten te schenden en dit verzuim niet heeft geleid tot het ten onrechte of teveel verlenen van de inkomensvoorziening.
2. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
a. de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte een inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van zeven jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden; of
b. het college dringende redenen aanwezig acht.
3. Indien het college volstaat met het geven van een waarschuwing of afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
 

 

Artikel 7. Ingangsdatum en tijdvak
1. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de jongere is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende inkomensvoorzieningsnorm.
2. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de ingangsdatum daardoor niet voor de datum van de maatregelwaardige gedraging komt te liggen.
3. Tenzij in de verordening anders is bepaald, wordt de maatregel opgelegd voor de duur van een kalendermaand.
4. De duur van de maatregel als bedoeld in het derde lid wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om te volstaan met het geven van een waarschuwing of het besluit af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, eerste lid en tweede lid, onderdeel b.
5. Indien een maatregel wordt opgelegd voor een periode van meer dan drie maanden wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd de maatregel heroverwogen.
 

 

Artikel 8. Samenloop van gedragingen
1. Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel opgelegd. Indien voor schendingen van de verplichtingen maatregelen van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste maatregel opgelegd.
2. Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging gelijktijdig een afzonderlijke maatregel opgelegd.

 

Hoofdstuk 2. Gedragingen die leiden tot het opleggen van een maatregel

Artikel 9. Schending van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de wet
Bij een gedraging inhoudende schending van een verplichting als bedoeld in artikel 45 van de wet wordt een maatregel opgelegd van twintig procent van de inkomensvoorzieningsnorm.


Artikel 10. Schending van de verplichtingen bedoeld in artikel 44 van de wet
1. Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 44 van de wet, niet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het Werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een maatregel opgelegd van tien procent van de inkomensvoorzieningsnorm.
2. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 44 van de wet, heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het Werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een maatregel opgelegd van dertig procent van de inkomensvoorzieningsnorm.
 

Artikel 11. Zeer ernstige misdragingen
Indien de jongere zich tegenover het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van minimaal twintig procent van de inkomensvoorzieningsnorm.
 

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 12. Citeerartikel
Deze verordening wordt aangehaald als: Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010.

 

Artikel 13. Inwerkingtreding
De Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010 treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010.