Als een kind onder toezicht is gesteld van een gezinsvoogd kan die de rechter vragen om het kind uit huis te plaatsen. Het kind wordt dan bijvoorbeeld geplaatst in een tehuis of pleeggezin. Dat noemen we uithuisplaatsing.
De rechter bekijkt of de uithuisplaatsing nodig is en bepaalt hoelang die mag duren. Ook de Raad voor de Kinderbescherming kan de kinderrechter om uithuisplaatsing verzoeken.
