Voor de AOW woont u samen als u met iemand anders de kosten van het huishouden deelt. Dat kan uw echtgenoot of echtgenote zijn, maar ook een vriend of vriendin, broer of zus, of een kleinkind.
Uitzonderingen
Soms kunt u toch een (hoger) AOW-pensioen voor een alleenstaande krijgen als u samen met iemand anders in huis woont. Dat kan als u:
- een commerciële relatie heeft (bijvoorbeeld omdat u de ander huur betaalt)
- samen woont met uw kind (eigen kind, stief- of pleegkind)
- samen woont met een kleinkind dat jonger dan 18 is
Als u gaat samen wonen om iemand te verzorgen of omdat u zelf zorg nodig heeft, kunt u soms ook een AOW-pensioen voor een alleenstaande krijgen.
Meer informatie
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) geeft meer informatie over samenwonen.
