Hoofdluis kun je krijgen door direct of indirect contact met iemand die hoofdluis heeft.
Luizen springen niet, maar lopen van het ene hoofd naar het andere. Ze kunnen ook via jassen, mutsen, hoofddoekjes, knuffelbeesten, autostoelen of borstels van het ene hoofd op het andere komen. Overal waar veel mensen bij elkaar zijn, (op scholen, in bioscopen, in bussen) kan hoofdluis zich makkelijk verspreiden. Hetzelfde geldt voor garderobes. Kinderen tussen de 3 en de 12 jaar krijgen vaker hoofdluis omdat ze tijdens het spelen vaak direct contact met de hoofden van andere kinderen maken.
