Geschiedenis van Noord-Brabant

Het Hertogdom Brabant bestaat 900 jaar. Historicus Kees van den Oord schreef in dat kader een zesdelige serie over '900 jaar Brabantse hertogen'. De gemeente Valkenswaard publiceerde deze serie op de gemeentepagina in de Kempener Koerier en op de gemeentelijke website.

Maak uw keuze:
- Deel 1: Stichting van Eindhoven en Helmond
- Deel 2: Vitale en welvarende handelsgemeenschap
- Deel 3: Grensoorlogen, schuldenlast en belastingdruk
- Deel 4: De Gouden Eeuw van Brabant
- Deel 5: Godsdienst- en machtsstrijd
- Deel 6: Noord-Brabant en Zuid-Brabant


Deel 1: Stichting van Eindhoven en Helmond
De stad Eindhoven werd in 1232 gesticht door hertog Hendrik I van Brabant (illustratie). Destijds was Eindhoven een kleine agrarische nederzetting van zo'n 1400 inwoners op een hoger gelegen zandrug tussen de riviertjes de Dommel en de Gender. In de buurt van Woensel werd markt gehouden.

Helmond werd tien jaar eerder Brabants. Het stadje was een samensmelting van een tweetal nederzettingen aan de Aa. Dezelfde hertog Hendrik I had eerder tussen 1220 en 1222 de heerlijkheid Helmond gekocht van de toenmalige heer Willem van Horne voor een bedrag van 300 Keulse marken. De hertog had vooral belangstelling voor de burcht, bijgenaamd het 'Oude Huijs'. Deze mocht niet in handen komen van de graaf van Gelre.

Gebiedsuitbreidinghertog hendrik_groot

In de loop der jaren breidde de hertog van Brabant zijn grondbezit uit in wat nu Noord-Brabant heet. Het begon rond 1185 met de bouw van een versterkt tufstenen huis in de buurt van de belangrijke rivier de Maas, op het domein Orthen. Dit was het eerste stenen huis van wat later de stad 's-Hertogenbosch zou worden.

Het bosrijke domein Orthen kwam al omstreeks 1120 via een omweg in het bezit van de graaf van Leuven. Dat was Godfried I (1095-1139) met de Baard. Deze edelman beloofde zijn vader dat hij zijn baard niet eerder zou afscheren, dan wanneer hij Lotharingen en Brabant in één hand had. Dat lukte: Godfried ontving op 13 mei 1106 in de dom van Worms uit handen van de Duitse keizer Hendrik V de hertogelijke titel. Hij werd de vertegenwoordiger van de keizer in Neder-Lotharingen en mocht met zijn mannen militair optreden wanneer hij dat nodig vond. Godfried bezat eigen grond in en rond Leuven en Brussel en was verder markgraaf van Antwerpen. Antwerpen vormde toen de grens (= mark) met Vlaanderen, de grote concurrent om de macht.

Lappendeken
Hertog Godfried begon met Leuven, Brussel en Antwerpen aan de uitbouw van het gebied Brabant, zoals dat vanaf 1183 genoemd werd. Het was nog geen aaneengesloten gebied, maar een lappendeken. Vanuit 's-Hertogenbosch breidde de hertog van Brabant zijn grondbezit verder uit. Hij wist een aantal lokale sterke mannen, die meestal in burchten woonden, voor zich te winnen.

In 1314 gaf de jonge hertog Jan II van Brabant de heerlijkheid Helmond in leen aan Jan Berthout van Berlaer in ruil voor enige bezittingen in Lier. Berthout van Berlaer mocht Helmond en omgeving besturen en daar de inkomsten van genieten. De hertog zegde de leenman militaire bescherming en juridische steun toe, in ruil voor diens raad en daad. Hij kwam de hertog desgevraagd met diens manschappen te hulp. De hertog stelde meiers aan, die bovenlokale zaken regelden. Zo ontstonden de Meierij van 's-Hertogenbosch, de Meierij van Tienen en de Meierij van Leuven. Eindhoven werd de hoofdplaats van het kwartier Kempenland en Helmond van het kwartier Peelland van de Meierij van 's-Hertogenbosch.
 

terug naar boven

Deel 2: Vitale en welvarende handelsgemeenschap
Het stadje Eindhoven mocht van hertog Hendrik I vanaf 1232 een weekmarkt houden. De inwoners van de omliggende plaatsen waren verplicht hun waren in Eindhoven naar de markt te brengen. Hendrik I maakte van Brabant een vitale en welvarende handelsgemeenschap. Hij overleed op 5 september 1235 in Keulen. Deze hertog zorgde voor de systematische verovering van wat nu Noord-Brabant is. Hij verdreef er de graaf van Holland en die van Gelre.

In 1203 deed de graaf van Gelre afstand van Campinia, zoals de Kempen destijds in het Latijn heette. De hertog maakte ook korte metten met de invloed van de aartsbisschop van Keulen en de prins-bisschop van Luik. Nieuwe kloosters, zoals die van Tongerlo en Postel, kregen kans om zich te ontwikkelen tot grootgrondbezitters. Hoogeloon (1186) en Oostelbeers (1207) werden parochies van Tongerlo.

Handelsprivilegesgrafmonument_groot
De hertog van Brabant schonk zijn inwoners belangrijke handelsprivileges. Met karren en schepen trokken de Brabantse kooplui naar relaties in den vreemde. Ze gingen voor de wol naar Engeland, sloegen aan de Franse kust wijn en zout in en brachten lakens, hun belangrijkste exportartikel, naar Brugge, Parijs en de jaarmarkten van Vlaanderen en Champagne. Daar ontmoetten ze Italiaanse kooplui.

De hertog van Brabant bemoeide zich met de organisatie van de handel. Hij liet in de grotere steden een centraal Broodhuis, een Vleeshuis en een Lakenhal bouwen. De producten ontvingen daar een hertogelijk kwaliteitsmerk, waarvoor belasting werd betaald. Van de Helmondse kooplui is bekend dat ze hun wollen lakens in de Bossche Lakenhal verhandelden. Op de Waag werden de producten bij binnenkomst eerst gewogen. De Waag betekende voor de hertog natuurlijk ook inkomsten. Deze hertogelijke cijns werd jaarlijks bij opbod aan particulieren verpacht.

Jannen

Onder de Jannen (Jan I, Jan II en Jan III) veranderde het hertogdom Brabant tussen 1267 en 1355 in een staat van dominante steden. Zij maakten de dienst uit. Er waren 'goede' steden, die de hertog als patroon hadden: Leuven, Brussel, Antwerpen, Tienen, Zoutleeuw, Nijvel (Maastricht) en 's-Hertogenbosch. Deze steden hadden vanwege hun sterke economie grote invloed op het doen en laten van de hertog.

De voortdurende oorlogen brachten de hertog wel diep in de schulden. Zijn schatkist was leeg. De steden Leuven en Brussel betaalden ieder een derde van de kosten van de hertog. Het laatste derde werd opgebracht door een verbond van de andere 'goede' steden, waaronder 's-Hertogenbosch. Ze overlegden met de hertog over belastingen en voorrechten. Hij was afhankelijk van deze steden, omdat ze hem grote militaire steun in oorlogstijd zouden leveren en belasting betaalden.

Charter

In 1312 werd met de doodzieke hertog Jan II een zeer belangrijke overeenkomst gesloten: het Charter van Kortenberg. Hij was bang voor de toekomst van zijn 12-jarige zoon en opvolger Jan III. Hij riep daarom de adel en de steden bij zich en zegde hen in ruil voor trouw een soort grondwet toe. Er kwam een Raad van veertien personen die de hertog voortaan van advies zou dienen.

Vier ridders en tien vertegenwoordigers van Brabantse steden, waaronder één uit 's-Hertogenbosch, vormden samen de Brabantse Standenstaat. Als de hertog de besluiten van de Raad niet zou naleven, was de Raad gerechtigd de onderdanen te ontslaan om hun hertog te gehoorzamen. Dit was een vroeg voorbeeld van 'democratische' besluitvorming, met dien verstande dat de volksmassa uitgesloten was van inspraak en deelname.
Illustratie: Het grafmonument van hertog Hendrik I, stichter van de hertogstad, ligt midden in het koor van de Sint-Pieterskerk in Leuven.

terug naar boven

Deel 3: Grensoorlogen, schuldenlast en belastingdruk
Het hertogdom Brabant kwam in de tweede helft van de 14de eeuw in steeds grotere problemen. De erfopvolging was onzeker en onduidelijk. Voortdurende grensoorlogen leidden tot een enorme schuldenlast en toenemende belastingdruk. Brabant raakte in verval en verloor een aantal steden. Invloedrijke edelen werden met jaargelden omgekocht. Het hertogdom kwam aldus in Bourgondische handen terecht. Op 1 december 1406 overleed hertogin Johanna op 84-jarige leeftijd. Ze was de laatste uit het Huis van Leuven. De Brabantse Staten huldigden hertog Anton van Bourgondië in. Een nieuw tijdperk brak aan.

johannaBlijde Inkomst

De erfopvolging leek rond 1356 opgelost te zijn. Na de dood van hertog Jan III op 5 december 1355 kwamen de Brabantse geestelijkheid, adel en steden tot een overeenkomst met het echtpaar Johanna van Brabant en Wenceslas van Luxemburg (illustratie). De standen waren bereid het echtpaar als hun nieuwe landvorsten te erkennen, op voorwaarde dat Brabant ongedeeld zou zijn en dat al hun privileges bevestigd zouden worden. Dit werd bekend als de Blijde Inkomst, die op 3 januari 1356 met de hertogelijke zegel werd bekrachtigd. Alle hertogen, vorsten moesten sindsdien bij hun aantreden dit contract bevestigen en een eed van trouw jegens hun onderdanen afleggen.

Strooptochten

Twee zwagers van Johanna, graaf Lodewijk van Male en hertog Reinoud III van Gelre, waren niet blij met deze erfopvolging. Ze zetten ook hun zinnen op het hertogdom Brabant en begonnen een oorlog. Belangrijke economische steden als Mechelen en Antwerpen gingen verloren en werden, net zoals de rivier De Schelde, Vlaams. De Gelderse legerbendes ondernamen strooptochten en brandden dorpen plat. De dorpen konden zich daartegen in tegenstelling tot de steden nauwelijks verweren.
De hertog probeerde met ingrijpende tegenmaatregelen verder onheil te voorkomen. De stad Helmond werd met aarden wallen versterkt. De hoofdstad van het kwartier Peelland kreeg een belangrijke militaire functie in de strijd tegen de graaf van Gelre, die ook over Noord-Limburg heerste. De Helmondse bevolking werd met man en macht ingeschakeld om de ladingen zand bij de wallen te krijgen. Het Oude Huijs veranderde in een stenen donjon. Later, rond 1400, werd zelfs een nieuw kasteel in de zuid-oostelijke hoek gebouwd.
De grensoorlog van Brabant met Gelre maakte ook van Eindhoven een militaire vesting. De Eindhovenaren mochten hun stad 'vesten ende stercken'. Tussen 1413 en 1420 werd binnen de wallen een modern kasteel opgetrokken. Het oude motte-kasteel 'Die Haghe' buiten de stad werd verbouwd tot het klooster Mariënhage.


terug naar boven

Deel 4: De Gouden Eeuw van Brabant
De 15de eeuw is de Gouden Eeuw van Brabant. De stad Eindhoven breidde zich uit en werd belangrijk voor de zuidoostelijke regio. In 1423 werd dat bevestigd door hertog Jan IV. De stad kreeg het recht van ingebod en uitpanding. Als iemand een voor de Eindhovense schepenbank gesloten overeenkomst niet nakwam, kon hij overal in Peelland en Kempenland gedagvaard en vervolgd worden.

De schepenen van Eindhoven konden ook beslag leggen op de persoon en de goederen. Ook Helmond maakte in de eerste helft van de 15de eeuw een bloei door. Het aantal inwoners nam toe: van ongeveer 650 in het laatste kwart van de 14de eeuw naar ruim 1100 rond 1450. De stad werd voorzien van vier poorten met ophaalbruggen: de Hoogeindse Poort, de Binderpoort, de Veepoort en de Meipoort.

filipsHart
Het hertogdom Brabant werd onder de Bourgondische overheersers een deel van een groter geheel. Door de ligging en de economische welvaart werd Brabant het hart van de Bourgondische Nederlanden. De grote hertog 'van het westen' heerste over een lappendeken van 'staten'. Naast Brabant en Bourgondië waren dat onder meer Lotharingen, Henegouwen, Artesië, Vlaanderen, Limburg, Holland en Zeeland. Hertog Philips de Goede (die leefde van 1419 tot 1467 en de 'troon' besteeg in 1430, illustratie) schoeide dit geheel op een moderne leest.

Het werd een bestuurlijk centrale eenheid met een gemeenschappelijke munt (Philipsgulden) en met deskundig opgeleide ambtenaren. Er kwamen instellingen zoals een Grote Raad, het hoogste rechtscollege, en een efficiënt werkende Rekenkamer, waar verantwoording werd afgelegd.

De macht van de zelfstandige Brabantse steden brokkelde af ten gunste van de adel, die gepaaid werd met ambten aan het Bourgondisch hof in Brussel. Dit hof stak met zijn verfijnde etiquette, pracht en praal andere Europese hoven naar de kroon. Hertog Filips de Goede stelde de Orde van het Gulden Vlies in om zijn prestige te verhogen. De ridders stonden in de rij om hier lid van te mogen zijn.

Belastingheffing
De belastingdruk liep parallel met de hertogelijke ambitie. Het aantal haarden per huis werd het nieuwe criterium van belastingheffing. In 1437 telde Eindhoven 248 huizen; het nam daarmee in het hertogdom Brabant de 21ste plaats in. Helmond was met 280 woningen net iets groter.

De Bourgondische heerser werd traditiegetrouw overal in de Brabantse steden ingehuldigd. In 's-Hertogenbosch werd hij ontvangen met vaten wijn en vette ossen, maar dit kon niet verhinderden dat hij zich vijandig opstelde tegenover veeleisende steden. Belangrijke steden als Leuven, Brussel en Antwerpen bonden in.

De machtige hertog riep ook verzet van buiten Brabant op. De Franse koning werkte samen met de hertog van Gelre tegen Brabant. De stad Eindhoven werd daarvan in 1486 het slachtoffer. Op palmzondag nam Robert van der Marck de Jongere, graaf van Arenberg, namens de Gelderse troepen Eindhoven in. De stad werd in brand gestoken - het kasteel, de kerk en het stadhuis werden door het vuur vernield. Na deze verwoesting werd Eindhoven herbouwd. In 1505 kon de Duitse keizer Maximiliaan in het nieuwe kasteel ontvangen worden.

terug naar boven

Deel 5: Godsdienst- en machtsstrijd
Het hertogdom Brabant werd in de 16de eeuw Habsburgs, daarna Spaans-Oostenrijks. Door een internationale godsdienst- en machtsstrijd werd het verscheurd. Het uitgestrekte gebied viel na de Opstand in 1648 uit elkaar. Eindhoven en Helmond en omgeving werden het slachtoffer van het oorlogsgeweld. Het noordelijk deel ging verder als Staats-Brabant.

Aan het begin van de 16de eeuw kende het hertogdom Brabant met wereldhavenstad Antwerpen een unieke bloei. De andere Brabantse steden werden in deze bloei meegezogen. 's-Hertogenbosch bereikte in 1526 een omvang van ruim 20.000 inwoners en was na Utrecht de tweede stad van het huidige Nederland. De steden Eindhoven en Helmond waren met nog geen 2000 inwoners weliswaar een stuk kleiner, maar profiteerden van de bloeiende handel en welvaart in de hoofdsteden Antwerpen en 's-Hertogenbosch.

keizer karel_kleinProoi voor Maarten van Rossum
Keizer Karel (illustratie) echter sleepte het hertogdom Brabant mee in een internationale machtsstrijd. Het platteland werd niet alleen geplunderd en gebrandschat, maar ook stadjes zoals Eindhoven in 1543 werden de prooi voor de Gelderse troepen van Maarten van Rossum.

Onder Philips II, die in 1555 de nieuwe landsheer van de Nederlanden werd, brak de Tachtigjarige Oorlog uit. Het hertogdom Brabant veranderde in een strijdtoneel. De strijd golfde op en neer, Eindhoven en Helmond wisselden een paar keer van eigenaar (Spaans, Staats). Dit ging gepaard met plunderingen, verkrachtingen en brandstichtingen.

In de stad werden buitenlandse huurlingen ingekwartierd, meestal in het kasteel. Als ze niet betaald werden, sloegen ze zelf aan het muiten. Het platteland droeg ook een zware last, betaalde mee aan het garnizoen en werd als arbeidskracht opgeroepen. De inwoners van het dorp Heeze moesten een Spaanse ruitercompagnie onderhouden, die in Eindhoven was gelegerd. De steden Eindhoven en Helmond doorstonden verschillende belegeringen.

Inname van Eindhoven

Heer Adolf van Cortenbach van Helmond die trouw bleef aan Philips II, verdedigde zijn kasteel als een leeuw, maar kon een verwoesting niet voorkomen. In 1583 werd de Staatse stad Eindhoven na een beleg van twee maanden ingenomen en op bevel van hertog van Parma in omvang verkleind. De vesting werd ontmanteld en de stadswallen werden geslecht, terwijl het kasteel versterkt werd. De stad telde niet meer dan rond 300 woningen.
Infante Isabella volgde in 1598 haar vader Philips II op. Ze trouwde met aartshertog Albrecht van Oostenrijk. Het echtpaar zou in 1599 in ’s-Hertogenbosch als hertogen van Brabant worden ingehuldigd, maar de oorlogssituatie maakte dat onmogelijk. In 1603 werd alleen hertog Albrecht ingehuldigd. Dat was tevens de laatste inhuldiging van een hertog van Brabant in het noorden.

Frederik Hendrik

Toen stadhouder Frederik Hendrik op 14 september 1629 na een lang beleg de hoofdstad 's-Hertogenbosch innam, kwam er een eind aan de politieke macht van deze stad. Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms betraden op 19 september 1629 een gezuiverde Sint-Jan.

's-Hertogenbosch en de Meierij, dus ook Eindhoven en Helmond, vielen voortaan onder het gezag van de Staten-Generaal in Den Haag. Het duurde echter tot 1648 totdat de politieke en fiscale band met het aloude hertogdom Brabant definitief verbroken werd. Tot die tijd betaalden inwoners uit de Meierij dubbele belasting aan Den Haag en Brussel.

terug naar boven

Deel 6: Noord-Brabant en Zuid-Brabant
Vandaag de dag herinneren straatnamen, stadswijken en biermerken aan de hertogen van Brabant. Het aloude hertogdom is opgedeeld in provincies. Het noordelijk deel Staats-Brabant werd in 1815 provincie Noord-Brabant – met het Hollandse Land van Heusden en Altena kreeg het toen zijn huidige vorm.
Het zuidelijk deel Spaans-Brabant werd in 1815 de provincie Zuid-Brabant, opgesplitst in de Belgische provincies Antwerpen en Brabant. In 1995 werd de laatste provincie opgedeeld in de Nederlandstalige provincie Vlaams-Brabant en de Franstalige provincie Waals-Brabant. Daartussen ligt het Brussels Hoofdstedelijk gewest.

Lappendekenwapen_klein

Brabant is dus in stukjes uiteengevallen. Deze lappendeken vormt echter opnieuw een eenheid in het verenigd Europa. Grenzen zijn in West-Europa sinds Het Verdrag van Maastricht (1992) verdwenen. Burgers worden stap voor stap vrijgemaakt om overal te werken, te reizen en te studeren waar zij dat wensen. Een gemeenschappelijke Europese munt, paspoort en rijbewijs worden ingevoerd. Nationale staten en regio's gaan intenser met elkaar samenwerken op economisch, militair, politiek en juridisch gebied.

Dat gebeurt zeker binnen de grenzen van het aloude hertogdom Brabant. Brussel, de Bourgondische hofstad, stimuleert nu als Europese hoofdstad de grensoverschrijvende samenwerking tussen burgers, bedrijven, universiteiten, instellingen en staten. Hogesnelheidslijnen, kanalen, vliegvelden en brede autowegen brengen ze sneller en dichter dan ooit bij elkaar. Is Brabant weer terug?

Waterlinie
De intensieve samenwerking roept herinneringen op van het beleid van de aloude hertogen van Brabant. De Vrede van Munster in 1648 is echter een scheidslijn tussen Noord en Zuid. Sindsdien waren Den Haag voor Staats-Brabant en Brussel voor Spaans-Brabant de afzonderlijke hoofdsteden.

Het katholieke geloof werd in noordelijk Brabant onderdrukt en in zuidelijk Brabant opgelegd. De delen groeiden steeds verder uit elkaar. Staats-Brabant werd een militaire buffer voor de Republiek, waar de aanval vanuit het zuiden opgevangen kon worden. De steden vanaf Grave tot en met Bergen op Zoom vormden een onafgebroken verdedigingslinie van forten en vestingen, die in korte tijd onder water gezet kon worden. Ze wisten de revolutionaire Franse legers in 1793 en 1794 niet tegen te houden. Bataafs Brabant werd uitgeroepen en de godsdienstvrijheid hersteld. En Brabant?

Hereniging

In 1815 volgde bij het koninkrijk der Verenigde Nederlanden een hereniging van het aloude hertogdom. Het gebied echter werd onderscheiden in de noordelijke provincie Noord-Brabant en de zuidelijke provincies Antwerpen en Zuid-Brabant. De twee hoofdsteden bleven onder koning Willem I bestaan.

Om de economische integratie van Noord en Zuid te bevorderen werden onder meer wegen aangelegd en kanalen gegraven, zoals de Zuid-Willemsvaart. De stad 's-Hertogenbosch werd de poort van Noord naar Zuid (Maastricht en Luik). De Belgische Opstand in 1830 maakte de provincie Noord-Brabant verdacht, omdat de autoriteiten in Den Haag voor aansluiting vreesden van het katholieke volksdeel bij België. Een troepenmacht van zo’n 50.000 soldaten werd mede om die reden hier gelegerd om deze afscheiding voor te komen.

Aansluiting werd niet serieus overwogen, de Belgische afscheiding was in 1839 een feit. Het wederzijdse Brabant-gevoel brokkelde af, de provincie Noord-Brabant industrialiseerde en richtte zich meer op het noorden. Fabrieksschoorstenen en neogotische kerktorens domineerden in het Brabantse landschap. De katholieke kerk begon aan een opmars. Eindhoven, Helmond, Oss, Tilburg, Waalwijk, Breda en Roosendaal groeiden uit tot industriecentra.

Het platteland werd door kanalen en spoor-, tram- en autowegen opengelegd. Plattelanders trokken naar de stad, de boerenstand hield zich staande onder de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond (NCB). Noord-Brabant ontwikkelt zich tot een dichtbevolkte, verstedelijkte provincie met groene natuurbuffers en ecologische hoofdstructuren. De Brabander zoekt daarin naar de wortels van zijn verleden, 900 jaar hertogdom.

terug naar boven