Geschiedenis van Borkel en Schaft

Maak uw keuze:
- Oud Borkel en Schaft
- Borkel en Schaft vroeger
- Van twee kapellen naar één kerk
- Sint Servatiuskerk
- Achelse Kluis
- Met de trein naar Borkel en Schaft
- Molen Sint Antonius Abt
- Borkelse evenementen

Oud Borkel en Schaft
Het is bekend dat er al in de dertiende eeuw een handelsroute liep van Antwerpen naar Keulen en van Den Bosch naar Hasselt. In dit transitgebied was Borkel en Schaft gunstig gelegen. Voor de arme, veelal agrarische bevolking in de Kempen een mooie gelegenheid om als voerlui op te treden.

Op de Achterste Brug ligt nog een oude boerderij waarlangs vroeger de postweg liep van Breda naar Maastricht. Zijn nu nog aanwezige achtkantige schoorsteen wees de weg naar deze herberg en halteplaats. et was ook de plaats waar men kon aanleggen en van paarden verwisselen.

Volgens C. Kuijsten woonde er ooit een haarteut, die handel dreef op Frankfurt am Main. Bovendien zijn de Borkelse families Heuvel en Verweijen bekend als kaasteuten. Verder waren ook nog koper- en eggelteuten. Het waren handelslui, die hun waren al rondtrekkend aan de man brachten. Ze reisden dikwijls alleen, maar ook vaak in compagnie - dit laatste om beter beveiligd te zijn tegen roofovervallers.

Het bevolkingsaantal van Borkel bedroeg in het jaar 1791 om precies te zijn 251 mensen. Zij woonden verspreid over de huidige buurtschappen de Kapel, de Straot, de Hoek, Heuvel en Klein Borkel. Schaft telde aan het eind van de achttiende eeuw 198 zielen, die woonden in de buurtschappen 't Poterseind en Klein Schaft (dat tot de veertiende eeuw Hemelaershoek heette).

De bewoners van Borkel, dat in die tijd ook wel werd aangeduid als Borckel of Borckell, voorzagen zich in hun onderhoud door middel van akkerbouw. In Schaft woonde ook een aantal teuten, die zich zoals overal elders georganiseerd hadden in compagnieën. Zo'n teutencompagnie bestond uit vier of vijf leden. Schaft had in die tijd ook een zogenaamde Teutenkermis.

terug naar boven

Borkel en Schaft vroeger
In 1810 werden de twee kerkdorpen Borkel en Schaft samengevoegd tot één gemeente. Voorheen hadden de beide kerkdorpen deel uitgemaakt van de gemeente Bergeijk. De nieuw gevormde gemeente zou 124 jaar lang als zelfstandige gemeente voortbestaan.

In 1857 werd een eerste eigen gemeentehuisje gebouwd. Nu is dat in gebruik als woonhuis. Het ligt aan de Dorpsstraat 51 in Borkel. Het kleine gemeentehuis bood genoeg ruimte voor een heuse vergaderzaal en een gevangenis. Die gevangenis werd op initiatief van de veldwachter gecreëerd door een deel van gang als cel in te richten.

Later, in 1897, werd een nieuw gemeentehuis gebouwd naast de toenmalige boterfabriek. Toen ook dat pand te klein werd, werd het oude schoolgebouw, dat door de komst van een nieuwe school leeg stond, in 1917 omgebouwd tot het derde raadhuis van Borkel en Schaft. Op 1 mei 1934 werden Borkel en Schaft en het buurdorp Dommelen toegevoegd aan het dorp Valkenswaard om samen de nieuwe gemeente Valkenswaard te vormen.

terug naar boven

Van twee kapellen naar één kerk
In 1444 werden de kerken van Westerhoven, Dommelen en Borkel afgescheiden van de moederkerk in Bergeijk. Westerhoven werd een zelfstandige parochie met als nevenkerken Dommelen en Borkel. De oudste tekening van de Sint Antoniuskapel in Borkel stamt uit 1444 en is van Hendrik Verhees uit 1789. In de door hem toegevoegde tekst staat:

'Capel te Borkel met het Huijs van den pastoor tegens den gevel gebouwdt 23 junij 1789. Borkel is kerkelijk onder Westerhoven, en moete aldaar begraaven'.

De kapel, die vastgebouw was aan de pastorie en die geen ramen had, moet erg donker zijn geweest. Na de Vrede van Münster in 1648 werd de kapel van alle katholieke ornamenten ontdaan en gesloten. Het was in de protestante Republiek der Nederlanden, die toen ontstond, voor katholieken verboden hun godsdienst in het openbaar te belijden. Omdat de kapel niet langer als godshuis mocht dienen, werd hij gebruikt als opslagplaats.

De kapel van Schaft ontstond waarschijnlijk tussen 1500 en 1520 en was gewijd aan Sint Petrus' Banden. Ondanks het feit dat Schaft op geringe afstand van Borkel ligt, werd een eigen kapel gebouwd omdat elk zichzelf respecterend dorp zijn eigen kapel had. Beiden kapellen werden overigens door dezelfde pastoor bediend. Naast een oude tekening, gemaakt door Hendrik Verhees, schreef hij:

'Capel op de Schaft, met pannen gedekt. Den 18 junij 1791. De Schaft is kerkelijk onder Valkenswaart dog begraave tans op de Schaft'.

De kerk met pannen dak had een klein torentje. Links voor de deur bevond zich een raam, aan de rechterkant waren het er twee. Opmerkelijk is dat de relatief grote Romaanse ramen voor het grootste deel waren dichtgemetseld. De kleine openingen zullen ook hier weinig licht hebben doorgelaten. Ook deze kapel werd als gevolg van de Vrede van Münster gesloten.

Het middeleeuwse Sint-Petrusklokje uit de gesloopte kapel van Schaft kreeg later een plaats in de Achelse Kluis. Nog elke dag klept het om 12.00 uur het Angelus. Ondanks het verbod voor de katholieken om hun godsdienst te belijden verschenen her en der schuilkerken op het platte land, ook wel schuurkerken genoemd.

terug naar boven

Sint Servatiuskerk
Nadat in de oude tijden Borkel en Schaft elk een eigen kapel hadden, die met het vorderen van de leeftijd in verval raakten, werd in 1836 besloten tot de bouw van een nieuwe kerk. De toenmalige pastoor J. Intven richtte een verzoekschrift aan de apostolisch vicaris in Den Bosch om te mogen bouwen.

Uit oude stukken blijkt dat er in die tijd in Borkel 49 en in Schaft 37 gezinnen waren. In 1840 werd J. Dobbelsteen benoemd tot bouwpastoor. De nieuwe kerk werd toegewijd aan de H. Servatius en kreeg een plaats aan het huidige Mgr. Kuijpersplein in Borkel. Bij de bevrijding in 1944 werd de kerk zwaar beschadigd. Pas in 1947 kwam de wederopbouw tot stand onder pastoor Goijarts.

Vooral rond 1900 kwamen van heinde en ver de pelgrims naar Borkel en Schaft. De speciale verering gold Sint Antonius Abt, de heilige met het varken. Op 17 januari werd in het bijzonder gebeden om gevrijwaard te blijven van de veepest. Op deze dag werd dan ook nog de jaarmarkt gehouden. Naast vee werd er vooral hout verkocht.

Op zondag 21 januari 1912 sprak burgemeester Johan Baken zijn bezorgdheid en zijn hoop uit 'dat de burgers dezer gemeente zich op dezen dag ordelijk zullen gedragen, zonder te kort te schieten aan de hier in de praktijk zijnde gastvrijheid. Ik wensch van harte de burgers dezer gemeente en ook de vreemdelingen een gepaste ontspanning. Zorg allen dat deze dag geen onaangename gevolgen heeft'.

Zowel Borkel als Schaft heeft een Mariakapel. De kapel op de hoek van de Sportstraat is in 1922 verhuisd naar de andere kant van de weg. Eerst keek Maria naar het dorp en nu groet ze de mensen die Borkel komen bezoeken.

terug naar boven

Achelse Kluis
In 1656 werd aan pastoor Tielens uit Valkenswaard grond geschonken in de Beverbeekse Heide. Hier verrees een grenskapel tussen het Zwartven en het Kerkeven. In 1673 vermaakte pastoor Tielens zijn onroerend goed aan de Armen van Verkensweerde (Valkenswaard).

In 1686 kocht Peter van Ennetten (Eynatten) uit Eindhoven het oude Weerderhuys - liggende onder Achel en Leende - van de Armen van Valkenswaard voor f. 60,-. Deze Peter van Ennetten is de stichter van de latere Achelse Kluis. Op 15 november 1793 overleed Petrus Wijnants van Annetten in de Hermitage van Achel.

In de Franse tijd is 'De Kluis' opgeheven. Pas in 1846 werd hij opnieuw bevolkt en wel door 27 Trappisten uit Meerseldreef. Dit aantal liep later op tot 128 personen. Vanaf 1980 is de Kluis grondig uitgebreid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de paters en de broeders, op enkelen na, van de Kluis verdreven en zochten een onderkomen in andere kloosters en in het kippenhok op hun eigen terrein, op Nederlands grondgebied. In 1916 werden hun activiteiten nog verder bemoeilijkt door de elektrische draadversperring, die door de Duisters dwars door hun bezittingen werd aangelegd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de paters nog een rol gespeeld bij het doorsluizen van geallieerden naar België. Na de wederopbouw ging het voorspoedig tot in de jaren zestig. Aan de terugloop, zoals elders binnen de katholieke kerk, ontkwam ook de Kluis niet. Door ouderdom en geringe aanwas liep het aantal monniken drastisch terug. Tegenwoordig worden op de Kluis vaak bezinningsweken of -weekeinden gehouden. De belangstelling hiervoor is erg groot.

terug naar boven

Met de trein naar Borkel en Schaft
De in 1866 in gebruik genomen spoorlijn Eindhoven - Achel, ten oosten van Schaft, werd in 1921 voor Borkel en Schaft belangrijk, omdat een stopplaats werd toegevoegd ter hoogte van Schaft. Oorspronkelijk werd driemaal daags een extra trein van Valkenswaard naar Schaft ingelast. Hierdoor waren zowel de Achelse Kluis als het dorp Borkel en Schaft voor reizigers veel makkelijker te bereiken.
Omstreeks 1938 werd de stopplaats voor reizigers opgeheven. Het goederenvervoer bleef gehandhaafd tot in de jaren zeventig. Toen werd de complete lijn Eindhoven - Geldrop - Achel opgeheven. Ook de stopplaats, die niet langer een functie had, verdween. Sinds 1948 loopt de busdienst van Eindhoven via Borkel en Schaft naar Achel.

terug naar boven

Molen Sint Antonius-Abt
In de vijftiende en zeventiende eeuw wordt al gesproken over een watermolen aan de Dommel in Borkel en Schaft. Op een kaart van Blaue uit 1644 wordt, volgens Nico Jurgens, een watermolen vermeld. Ook ing. P. van Brussel spreekt van een watermolen als kostbaar bezit.

Voorafgaand aan het mogen bouwen van de graanwindmolen Sint Antonius-Abt in 1865 zijn er nog twee eerdere pogingen geweest. Michiel Boermans, een timmerman uit Schaft, heeft geprobeerd een koren- en boekweitwatermolen te bouwen aan de Dommel. De toestemming van acht boeren uit Borkel verkreeg hij op 4 maart 1837.

De bouw is hoogstwaarschijnlijk niet doorgegaan, want op 12 augustus 1840 wilde Christiaan Claassens, een molenaar uit Westerhoven, een wind-, koren-, boekweit- en pelmolen plaatsen. Hij had zich er al van verzekerd dat de buren geen bezwaar hadden. Uiteindelijk werd ook deze molen niet gebouwd.

Theodorus van Driel, een molenaarszoon uit Someren, kreeg in 1865 een vergunning tot het 'oprigten van eenen graanwindmolen'. In mei had hij een stuk heide gekocht en in oktober werd al het eerste meel gemalen.

Na eerst verpacht te zijn geweest werd de molen in 1872 verkocht aan Paulus Loos, molenaar op Venbergen in Valkenswaard. Tot 1912 bevolkten twee generaties Loos de molen. Daarna volgen de molenaars elkaar snel op, want in 1924 kwam Sebastiaan Pools: hij was de negende. Hij bleef er tot na de Tweede Wereldoorlog. Na hem kwamen er nog drie. In 1959 kocht de twaalfde en laatste molenaar, de heer P. Vossen, de nog geen honderd jaar oude molen. Na een brand in 1935 was de molen grondig opgeknapt. Na een restauratie in 1967 werd de molen opgenomen op de rijksmonumentenlijst.

Vóór de derde restauratie, in 1990, was de molen Sint Antonius-Abt in handen van de gemeente Valkenswaard. Op dit moment wordt hij bemalen door vrijwillige molenaars. De volledige geschiedenis van de molenaarsfamilies is te lezen in een boekje in de molen zelf. Tijdens de openstelling van de molen is een kruikje oud kruidenbitter te koop, speciaal gebotteld voor de Stichting molen St. Antonius Abt in Borkel en Schaft.

terug naar boven

Borkelse evenementen
Een groot evenement, dat jaarlijks plaatsvindt op eerste pinksterdag, is de Pinksterrit. De rit werd georganiseerd door rijtuigenvereniging De Postiljon en de Hippische Vereniging Sint Servatius. Met ingang van de jaargang 2003 is de organisatie overgenomen door Sint Servatius. Bij de overgang werd het evenement omgedoopt van Postiljonrit tot Pinksterrit.

In oktober 1977 werd een vergadering belegd om te komen tot een vereniging van 'aangespannen rijders'. Het was de bedoeling om 'te rijden met originele rijtuigen met in ieder geval een houten onderstel op ijzerbeslag of gummi. Het paardtuig en het rijtuig moeten in goede conditie verkeren'.

Nationaal en internationaal bestaat voor deze rit veel belangstelling. Na een prachtige tocht vanuit Valkenswaard door de natuur wordt een grote pauze ingelast in het centrum van Borkel. Hier kunnen de koetsen en rijtuigen, de paarden, hun menners en de gasten die meerijden, bewonderd worden - de laatsten in authentieke kledij. Het evenement wordt omlijst door een markt met (oude) ambachten en alles wat met paardensport samenhangt.

Borkel en Schaft kent jaarlijks bovendien tal van lokale evenementen. Het zou te ver voeren het hele programma hier gedetailleerd weer te geven. Op de borden van het Infopunt, gelegen aan de Dorpsstraat in Borkel, worden nadere bijzonderheden verstrekt. Veelal worden de lokale evenementen aangekondigd in onder meer het regionale weekblad Kempener Koerier.

terug naar boven