Tijdelijk afwijken eisen benoembaarheid leraren voortgezet onderwijs, toestemming

Indien u wilt worden benoemd tot leraar aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (havo en mavo), voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) of praktijkonderwijs, moet u beschikken over een aantal bescheiden. Zo dient u een verklaring van goed gedrag te hebben, een bewijs van bekwaamheid voor het te geven onderwijs en een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding. In bepaalde gevallen kan - tijdelijk - worden afgeweken van deze eisen van benoembaarheid. Daarvoor is toestemming nodig van de Inspectie van het Onderwijs. Mocht de Inspectie geen toestemming geven, dan kan het bevoegde gezag van de school een voorziening aanvragen bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het bovenstaande geldt ook wanneer u benoemd wilt worden tot leraar aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs, met dien verstande dat in die situatie geen toestemming vereist is van de Inspectie. De afwijking van de eisen (en de reden daarvan) hoeft slechts gemeld te worden. Voor lesgeven aan mavo en de eerste drie leerjaren van havo en vwo volstaat een universitair bachelordiploma.  Uit het diploma blijkt dat betrokkene ten minste 30 studiepunten heeft besteed aan het leren lesgeven in een vak dat bij de opleiding past. Ook moet hij of zij voldoen aan de bekwaamheidseisen die bij het vak horen dat hij/zij gaat geven.