De Welstandsnota

De Woningwet, die per 1 januari 2003 is ingegaan, gaat uit van een andere benadering van het welstandstoezicht op het bouwen dan tot dan toe gebruikelijk was. Het is in Nederland immers gemeengoed dat beslissingen, of ten minste het onderliggende beleid, langs democratische weg tot stand komen. Om tot zorgvuldige besluiten en/of beleid te komen laat het bestuur zich natuurlijk wel door ter zake deskundigen adviseren.


In de Woningwet is getracht daarin te voorzien door de gemeenteraad een beleid vast te laten stellen op het gebied van het welstandstoezicht. Dat beleid wordt geformuleerd in een daartoe vast te stellen welstandsnota. Een dergelijk stuk beoogt de transparantie, de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid te bevorderen. Onder de titel 'Beeldkwaliteit in het vizier' heeft de gemeenteraad van Valkenswaard medio 2004 haar welstandsbeleid geformuleerd.


Het niet hebben van een welstandsbeleid wordt door sommige stromingen in de samenleving bepleit: de voorstanders van het zogenaamde 'wilde bouwen'. Deze stroming vormt echter maar een kleine groepering en de meerderheid ondersteunt overheidsbemoeienis op dit vlak, niet alleen om de in Nederland op die wijze opgebouwde beeldkwaliteit te continueren, maar ook ter bescherming van de niet-bouwer.


De wetgever heeft bij de gemeente de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid neergelegd om te bepalen hoe ver, hoe bindend en gedetailleerd, dan wel ambitieus, het welstandsbeleid moet zijn. Een welstandsbeleid is iets dat onderhevig is aan maatschappelijke ontwikkelingen. Daarmee is het ook onderhevig aan voortdurend voortschrijdend inzicht. Een welstandsnota is dan ook geen document dat voor een lange reeks van jaren de bakens uitzet. Voortdurend zal het gevoerde beleid moeten worden geëvalueerd en zonodig worden aangepast aan vernieuwingen in het denken en doen over deze materie.


Wat houdt de nota concreet in?


De welstandsnota beschrijft de processen waarlangs de welstandsadvisering plaatsvindt. Daartoe behoren bijvoorbeeld de procedures voor de advisering, de samenstelling van de commissie en de openbaarheid van de zittingen.


Verder bevat de nota een samenhangend stelsel van criteria waaraan een bouwplan wordt getoetst. In de eerste plaats valt dan te denken aan de esthetische kwaliteit van het ontwerp op zichzelf en aan het hanteren van zogenaamde 'welstandsniveaus'. Daaronder wordt verstaan hoe nadrukkelijk een plan wordt getoetst, met andere woorden: hoe hoog de lat wordt gelegd.


Niet overal is het wenselijk hetzelfde niveau te hanteren en daarom wordt gewerkt met drie niveaus, waarbij per gebied het vereiste niveau wordt aangegeven. Natuurlijk blijft er ook altijd een verschil in de zogenaamde 'voorkant-benadering' en 'achterkant-benadering'. Tot de voorkant wordt dan alles gerekend wat iedereen vanuit de openbare ruimte kan waarnemen en waar iedereen dus ook ongewild mee kan worden geconfronteerd.


Bij het toetsen van een bouwplan aan redelijke eisen van welstand behoort niet alleen het toetsen van het gebouw op zichzelf, maar ook hoe het zich verhoudt tot zijn omgeving. Met name daarvoor geeft de nota zogenaamde 'gebiedscriteria'. Dit zijn zo concreet mogelijk geformuleerde criteria, die gebaseerd zijn op gebiedskarakteristieken. Daarmee wordt beoogd vooraf de kaders aan te geven waaraan wordt getoetst waar het gaat om de relatie met de omgeving.


Veel kleinere bouwwerken, met name bij verbouwingen, zijn vooraf te voorzien van concrete regels waaraan wordt getoetst. Daarbij kan dus vooraf aan de initiatiefnemer de grootste mate van zekerheid worden geboden. Deze regels zijn de zogenaamde 'objectgerichte criteria'. Tot slot zijn er nog de reclame-uitingen waarvoor de kaders in de nota worden uitgezet.

 

Met inhoudelijke vragen over de nota kunt u terecht bij de heer B. van Asten van het team Vergunningen, toezicht en handhaving, telefoonnummer 040-2083549.

 

De welstandsnota


Klik hier voor het algemeen beleid geformuleerd in abstracte termen, alsmede de procedurele gang van zaken. Meer concrete uitwerkingen zijn opgenomen in de bijlagen die formeel ook deel uitmaken van de nota.


Klik hier voor bijlage A: niveaus en gebiedscriteria
In deze bijlage staat aangegeven welk toetsingsniveau geldt. Per gebied kan dat namelijk verschillen. Verder staan in deze bijlage de gebiedscriteria. Dat zijn de uitgangspunten die algemeen kunnen worden gesteld per gebied. Deze criteria zijn echter niet algemeen dwingend. Er kunnen zich immers altijd situaties voordoen die afwijking hiervan noodzakelijk maken.


Klik hier voor bijlage B: objectcriteria
In deze bijlage zijn een aantal objecten, meestal kleiner van omvang zoals aanbouwen, dakkapellen, carports en dergelijke, nader uitgewerkt. Op deze wijze kan op voorhand worden bepaald of een plan welstandshalve aanvaardbaar is. Ze vormen in die zin een handreiking. Afwijken is ook hier mogelijk, maar dan zal de aanvraag altijd worden beoordeeld met de algemene criteria zoals die in het hoofddocument zijn geformuleerd in combinatie uiteraard van het ter plaatse geldend niveau.


Klik hier voor bijlage C: reclamebeleid
Deze bijlage beschrijft het reclamebeleid in hoofdlijnen voor een aantal reclame-uitingen. Veel voorkomende reclames zoals gevelreclames e.d. zijn verder in detail uitgewerkt. Belangrijk hierbij is de ruimte die is gecreëerd voor zogenaamd gelijkwaardige oplossingen.


Klik hier voor bijlage D: aanlegvergunningen
Bij aanlegvergunningen spelen beeldkwaliteitseisen soms ook een rol. In deze bijlage staan de criteria daarvoor geformuleerd.